Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:5400

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
20 februari 2026
Publicatiedatum
11 mei 2026
Zaaknummer
10-690159-15
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging van de TBS-maatregel met dwangverpleging wegens pedofiele stoornis

De rechtbank Rotterdam heeft op 20 februari 2026 besloten de terbeschikkingstelling (TBS) met dwangverpleging van de ter beschikking gestelde te verlengen met twee jaar. De TBS was eerder opgelegd voor seksueel binnendringen bij een minderjarige onder zijn zorg en is sinds 11 februari 2020 van kracht. De verlenging volgt op een vordering van het openbaar ministerie en een advies van de behandelinstelling.

De instelling rapporteert dat de ter beschikking gestelde lijdt aan een pedofiele stoornis en een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis. Ondanks inzet op behandeling, medicatie en dagbesteding is er weinig vooruitgang geboekt, mede door afweermechanismen en lage emotionele ontwikkeling. Het risico op recidive blijft hoog bij het wegvallen van risicomanagement. De instelling adviseert daarom verlenging van de maatregel.

Op de terechtzitting bevestigde de deskundige dit advies en lichtte toe dat de ter beschikking gestelde rustiger is door medicatie, maar dat onbegeleid verlof nog niet mogelijk is. De ter beschikking gestelde en zijn raadsvrouw verzetten zich niet tegen verlenging en benadrukten de verbetering en het belang van duidelijke communicatie.

De rechtbank oordeelt dat de geestvermogensstoornis nog steeds aanwezig is en dat de veiligheid van anderen verlenging vereist. De totale duur van de TBS overschrijdt door deze verlenging vier jaar, maar dit is toegestaan gezien het misdrijf en het gevaar voor personen. De rechtbank verlengt de TBS-maatregel met twee jaar.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de TBS-maatregel met dwangverpleging met twee jaar wegens onvoldoende behandelvoortgang en hoog recidiverisico.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Team straf 2
Parketnummer: 10-690159-15
Datum uitspraak: 20 februari 2026
Beslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:
[veroordeelde] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1955,
verblijvende in [naam instelling] te [plaats] (de instelling),
raadsvrouw mr. T. Sandrk, advocaat te Rotterdam.

1.Inleiding

Bij arrest van het gerechtshof Den Haag van 19 juli 2018 is de terbeschikkingstelling van
[veroordeelde] gelast en is zijn verpleging van overheidswege (dwangverpleging) bevolen.
De terbeschikkingstelling is gelast ter take van met iemand beneden de leeftijd van twaalf
jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van
het lichaam, begaan tegen een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige, meermalen
gepleegd. De termijn van de terbeschikkingstelling is aangevangen op 11 februari 2020.
Bij beslissing van deze rechtbank van 29 januari 2024 is de terbeschikkingstelling laatstelijk
verlengd met twee jaar.

2.Procesverloop

De rechtbank heeft op 30 december 2025 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel toegezonden.
De vordering is op de openbare terechtzitting van 20 februari 2026 behandeld. De officier van justitie, mr. L. de Jong, de ter beschikking gestelde, bijgestaan door de raadsvrouw, en als deskundige de heer [persoon A] , werkzaam als behandelcoördinator/verpleegkundig specialist GGZ bij de instelling, zijn gehoord.

3.Adviezen

Advies instelling
De instelling adviseert in het rapport van 5 december 2025 de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaren.
Bij de ter beschikking gestelde is sprake van een pedofiele stoornis en een andere
gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met gemengde persoonlijkheidstrekken. Er wordt tijdens de behandeling ingezet op het krijgen van inzicht in het slachtoffer- en daderschap, coping, contact maken met de binnenwereld en het geven van openheid hierover. Verder is er ook een start gemaakt met een medicamenteuze interventie zodat de ter beschikking gestelde minder geladen is in het contact naar anderen. Het traject verloopt echter met weinig vooruitgang, mede door zijn afweer en lage emotionele ontwikkeling en het is nog onvoldoende gelukt om de delictfactoren te behandelen. Daarom wordt bij het wegvallen van het huidige risicomanagement een hoog risico op recidive verwacht. De ter beschikking gestelde zet zich wel in voor de geïndiceerde behandelinterventies en dagbesteding wordt als beschermende factor beschouwd. De begeleide verloven zijn de afgelopen periode voortgezet en verlopen naar wens. De ter beschikking gestelde zal de komende tijd via de uitstroomunit [naam afdeling] toewerken naar een verblijf binnen de transmurale voorziening van de kliniek. Op de unit [naam afdeling] zal hij getoetst worden op zijn begeleidbaarheid, het omgaan met een open deur en zijn omgang met medepatiënten daar.
Gezien voorgenoemde en de inschatting dat er de komende jaren nog geen sprake zal zijn van proefverlof of voorwaardelijke beëindiging, adviseert de instelling om de tbs-maatregel met twee jaar te verlengen.
Op de terechtzitting gegeven advies
De deskundige heeft het advies van de instelling op de terechtzitting toegelicht. Hij heeft onder meer – zakelijk weergegeven – verklaard dat sprake is van een verbetering in de houding van de ter beschikking gestelde, mede door gebruik van medicatie. De ter beschikking gestelde is rustiger en de manier van benaderen door het personeel van de instelling is aangepast op het emotioneel functioneren van de ter beschikking gestelde. Het plan om uiteindelijk naar een transmurale voorziening door te stromen, is er nog steeds. De tussenstap van [naam afdeling] is wel nodig om te toetsen hoe de ter beschikking gestelde omgaat met de vrijheid die hij daar zal hebben. Onbegeleid verlof is niet aan de orde. Het duurt zeker nog drie maanden voordat de ter beschikking gestelde geplaatst kan worden op [naam afdeling] . Daar is ongeveer een half jaar tot een jaar nodig om te toetsen hoe dat verloopt. Voor het transmurale verlof moet vervolgens een nieuwe machtiging worden aangevraagd. Door dit tijdspad blijft het advies om de maatregel met twee jaar te verlengen.

4.Standpunt van partijen

Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar.
Standpunt van de ter beschikking gestelde
De ter beschikking gestelde en de raadsvrouw hebben zich niet verzet tegen verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar en refereren zich aan het oordeel van de rechtbank. De raadsvrouw heeft daarbij benadrukt dat het echt beter gaat met de ter beschikking gestelde en dat het belangrijk blijft dat er in de instelling duidelijk een eenduidig naar hem wordt gecommuniceerd.

5.Beoordeling

Op grond van het advies van de instelling en wat verder naar voren is gekomen op de terechtzitting is de rechtbank van oordeel dat:
- er nog steeds sprake is van een gebrekkige ontwikkeling en/of ziekelijke stoornis van de geestvermogens van de ter beschikking gestelde;
- de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling wordt verlengd.
Het behandeltraject duurt zeker nog een jaar en er bestaat geen verwachting dat over een jaar een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging aan de orde kan komen. De terbeschikkingstelling zal daarom worden verlengd met twee jaren.
De totale duur van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging gaat door de verlenging een periode van vier jaar te boven. Verlenging is niettemin mogelijk, omdat de terbeschikkingstelling is opgelegd voor een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor een of meer personen.

6.Beslissing

De rechtbank:
verlengtde termijn van de terbeschikkingstelling met
2 (twee)jaren;
Deze beslissing is genomen door mr. N. van Esch, voorzitter,
en mrs. L.J.M. Janssen en L.B. Esser, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. S. Hoebe, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting.
De voorzitter en jongste rechter zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de uitspraak en de ter beschikking gestelde binnen veertien dagen na betekening daarvan beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.