Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:5398

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
20 februari 2026
Publicatiedatum
11 mei 2026
Zaaknummer
10-681142-16
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging van de TBS-maatregel met dwangverpleging wegens hoog recidiverisico en psychische stoornissen

De rechtbank Rotterdam heeft op 20 februari 2026 besloten de TBS-maatregel met dwangverpleging van de ter beschikking gestelde te verlengen met twee jaar. De maatregel was oorspronkelijk opgelegd na een veroordeling voor zware mishandeling en diefstal met geweld, en de huidige verlenging volgt op een eerdere verlenging in 2023.

De instelling adviseerde verlenging vanwege een lichte verstandelijke beperking, een narcistische persoonlijkheidsstoornis met antisociale kenmerken, en een stoornis in alcohol- en cannabisgebruik. Daarnaast is er sinds 2024 een toenemend psychotisch beeld met psychotische uitspraken en achterdochtig gedrag, waarvoor een dwangbehandeling met antipsychotica is gestart. De ter beschikking gestelde staat op een wachtlijst voor overplaatsing naar een gespecialiseerde LVB-afdeling.

De deskundige lichtte toe dat de medicatie nog wordt afgesteld en dat het gedrag wisselend blijft. De ter beschikking gestelde weigert mee te werken aan bloedspiegelcontroles, wat de behandeling bemoeilijkt. De rechtbank concludeerde dat de stoornis en het hoge recidiverisico een verlenging rechtvaardigen en dat beëindiging van de maatregel op dit moment niet verantwoord is.

De rechtbank bepaalde dat bij de eerstvolgende verlengingszitting een vrouwelijke advocaat moet worden toegevoegd om de ter beschikking gestelde bij te staan. Tegen deze beslissing kan binnen veertien dagen beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de TBS-maatregel met dwangverpleging met twee jaar vanwege het hoge recidiverisico en de psychiatrische problematiek van de ter beschikking gestelde.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Team straf 2
Parketnummer: 10-681142-16
Datum uitspraak: 20 februari 2026
Beslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:
[veroordeelde] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,
verblijvende in [naam instelling] te [plaats] (de instelling).

1.Inleiding

Bij arrest van het gerechtshof Den Haag van 26 oktober 2018 is de terbeschikkingstelling
van [veroordeelde] gelast en is zijn verpleging van overheidswege (dwangverpleging)
bevolen.
De terbeschikkingstelling is gelast ter zake van zware mishandeling en diefstal met
geweld. De termijn van de terbeschikkingstelling is aangevangen op 19 november 2019.
Bij beslissing van deze rechtbank van 12 december 2023 is de terbeschikkingstelling
laatstelijk verlengd met twee jaar.

2.Procesverloop

De rechtbank heeft op 16 oktober 2025 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de terbeschikkingstelling. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel toegezonden.
De vordering is op de openbare terechtzitting van 20 februari 2026 behandeld. De officier van justitie mr. L. de Jong, en als deskundige mevrouw [persoon A] , als gz-psychologe/behandelcoördinator werkzaam bij de instelling, zijn gehoord. De deskundige is via een videoverbinding gehoord. De ter beschikking gestelde is op 12 januari 2026 door de voorzitter in de instelling gehoord.
Verder is de voormalig raadsman van de ter beschikking gestelde, mr. R.T.A.G. Keller, advocaat te Tilburg, ter terechtzitting verschenen. Hij heeft desgevraagd verklaard dat hij de ter beschikking gestelde telefonisch heeft gesproken en dat de ter beschikking gestelde duidelijk heeft aangegeven hem niet langer als zijn raadsman te willen hebben.

3.Adviezen

Advies instelling
De instelling adviseert in het rapport van 17 september 2025 de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaren.
De ter beschikking gestelde heeft een lichte verstandelijke beperking (LVB), een
narcistische persoonlijkheidsstoornis met antisociale kenmerken en een stoornis in alcohol en cannabisgebruik. In het geval van beëindiging van de terbeschikkingstelling wordt het
recidiverisico als hoog ingeschat. Vanaf 2024 en in 2025 is een toenemend psychotisch beeld waar te nemen met psychotische uitspraken en achterdochtig gedrag. Naar aanleiding daarvan is in september 2025 een dwangbehandeling met een antipsychoticum gestart. De ter beschikking gestelde staat op een wachtlijst voor overplaatsing naar een gespecialiseerde LVB-afdeling bij De Rooyse Wissel. De ego besparende bejegening en afstemming op de LVB-problematiek blijken onvoldoende toereikend om tot vervolgstappen te komen in het behandeltraject. Zonder intensieve begeleiding en behandeling zal de ter beschikking gestelde spanningen niet kunnen hanteren, waardoor impulsieve boosheid, gebrekkige realiteitstoetsing, paranoïde vertekeningen in de waarneming c.q. achterdocht en primitieve afweermechanismen op de voorgrond zullen treden. De controle over deze mechanismen zonder een gestructureerd tbs-kader zal tekort schieten en wordt door gebruik van middelen verder ondermijnd. Elke vorm van begeleiding/ondersteuning zal de ter beschikking gestelde afwijzen, waardoor de verwachting is dat het recidiverisico onverminderd hoog is in het geval van beëindiging van de maatregel. Gezien de blijvende behandelimpasse, het hoge recidiverisico, de onbewerkte delictfactoren, de opstart van de dwangbehandeling en het ontbreken van enig perspectief op veilige resocialisatie, adviseert de instelling de tbs-maatregel met twee jaar te verlengen.
Op de terechtzitting gegeven advies
De deskundige heeft het advies van de instelling op de terechtzitting toegelicht. Zij heeft onder meer – zakelijk weergegeven – verklaard dat de instelling momenteel nog steeds bezig is met het afstellen en evalueren van de dwangmedicatie. De dosering is de afgelopen periode steeds wat verhoogd en er wordt gekeken wat dit doet met het gedrag van de ter beschikking gestelde. Het gedrag blijft tot op heden wisselend. Mocht blijken dat de huidige medicatie niet of onvoldoende werkt, dan zal gekeken worden naar een ander type medicatie. De ter beschikking gestelde weigert mee te werken aan de bloedspiegelcontroles, wat het lastiger maakt om te toetsen of de medicatie effect heeft. De psychotische uitspraken zijn nog steeds aan de orde. Het is op dit moment nog lastig te voorspellen wat de medicatie gaat opbrengen in de behandelbaarheid. De ter beschikking gestelde staat nog altijd op de wachtlijst voor overplaatsing naar de LVB-afdeling van De Rooyse Wissel en er is nog geen zicht op plaatsing. Zodra er plek is, zal bovendien nog bekeken moeten worden of overplaatsing wenselijk is op dat moment.
Ten slotte heeft de deskundige aangegeven dat wanneer opnieuw een advocaat aan de ter beschikking gestelde zou worden toegewezen, dit bij voorkeur een vrouwelijke advocaat zou moeten zijn. Daar zou mogelijk iets makkelijker contact mee mogelijk zijn dan met een mannelijke advocaat.

4.Standpunt van partijen

Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar.
Standpunt van de ter beschikking gestelde
Uit het verhoor van 12 januari 2026 maakt de rechtbank op dat de ter beschikking gestelde zich verzet tegen verlenging van de maatregel en wenst dat de maatregel beëindigd wordt.

5.Beoordeling

Op grond van de het advies van de instelling en wat verder naar voren is gekomen op de terechtzitting is de rechtbank van oordeel dat:
- er nog steeds sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van en/of ziekelijke stoornis in de geestvermogens van de ter beschikking gestelde;
- de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling wordt verlengd met twee jaren.
Een (voorwaardelijke) beëindiging van de dwangverpleging is mogelijk indien de uit de stoornis van de geestvermogens voortvloeiende gevaarlijkheid van de ter beschikking gestelde voor de veiligheid van anderen of de algemene veiligheid van personen of goederen in die mate is teruggebracht dat het verantwoord is de verpleging onder voorwaarden te beëindigen. Uit het hiervoor beschreven advies van de instelling blijkt dat dit niet aan de orde is. De rechtbank is van oordeel dat de verpleging van overheidswege daarom niet kan worden beëindigd en dat het daartoe strekkende verzoek moet worden afgewezen.
Het is ook niet de verwachting dat een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging binnen één jaar aan de orde zal zijn. Dat betekent dat de maatregel zal worden verlengd met twee jaar.
De totale duur van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging gaat door de verlenging een periode van vier jaar te boven. Verlenging is niettemin mogelijk, omdat de terbeschikkingstelling is opgelegd voor een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor een of meer personen.
De rechtbank bepaalt dat voor de eerstvolgende verlengingszitting een last moet worden afgegeven een advocaat toe te voegen, teneinde de ter beschikking gestelde in elk geval in de gelegenheid te stellen om te worden bijgestaan. Op grond van het advies van de deskundige, dient dit bij voorkeur een vrouwelijke advocaat te zijn.

6.Beslissing

De rechtbank:
verlengtde termijn van de terbeschikkingstelling met
2 (twee)jaren.
Deze beslissing is genomen door mr. N. van Esch, voorzitter,
en mrs. L.J.M. Janssen en L.B. Esser, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. S. Hoebe, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting.
De voorzitter en jongste rechter zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de uitspraak en de ter beschikking gestelde binnen veertien dagen na betekening daarvan beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.