Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:5397

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
20 februari 2026
Publicatiedatum
11 mei 2026
Zaaknummer
10-103669-23
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging van de TBS-maatregel met voorwaarden wegens schizofrenie en recidiverisico

De rechtbank Rotterdam heeft op 20 februari 2026 besloten de TBS-maatregel met voorwaarden van de ter beschikking gestelde te verlengen met twee jaar. De maatregel was oorspronkelijk opgelegd wegens meervoudige brandstichting en is sinds 12 februari 2024 van kracht.

De psychiater en reclassering adviseerden beiden om de maatregel te verlengen vanwege een complexe psychiatrische problematiek, waaronder schizofrenie en een stoornis in het gebruik van cannabis, gecombineerd met een zwakke persoonlijkheidsstructuur en intellectuele capaciteiten. De behandeling verloopt moeizaam, met weinig ziekte-inzicht en beperkte motivatie, hoewel de ter beschikking gestelde zich aan de voorwaarden houdt en geen incidenten heeft veroorzaakt.

De rechtbank acht het noodzakelijk de maatregel te verlengen omdat de ter beschikking gestelde niet zelfstandig kan functioneren zonder intensieve begeleiding en medicatie, en het risico op recidive bij beëindiging van de maatregel hoog wordt ingeschat. De wachttijden voor een passende woonvorm en de noodzaak tot langdurige monitoring maken een verlenging van twee jaar passend. De ter beschikking gestelde en zijn raadsman pleitten voor een verlenging van één jaar, maar de rechtbank acht dit onvoldoende.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de TBS-maatregel met voorwaarden met twee jaar vanwege blijvende psychiatrische problematiek en een hoog recidiverisico.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Team straf 2
Parketnummer: 10-103669-23
Datum uitspraak: 20 februari 2026
Beslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedatum] 1976,
verblijvende op het adres [verblijfadres] , [postcode] te [verblijfplaats] (beschermd wonen bij
[naam instelling 1] ),
raadsman mr. P.R. van de Water, advocaat te Rotterdam.

1.Inleiding

Bij vonnis van deze rechtbank van 18 juli 2023 is de terbeschikkingstelling van
[verdachte] gelast met voorwaarden betreffende het gedrag van de ter beschikking gestelde.
De terbeschikkingstelling is gelast ter zake van brandstichting, meermalen gepleegd. De termijn van de terbeschikkingstelling is aangevangen op 12 februari 2024.

2.Procesverloop

De rechtbank heeft op 8 januari 2026 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de terbeschikkingstelling met voorwaarden met twee jaren. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel toegezonden.
De vordering is op de openbare terechtzitting van 20 februari 2026 behandeld. De officier van justitie, mr. L. de Jong, de ter beschikking gestelde, bijgestaan door de raadsman, en als deskundige mevrouw [persoon A] , als reclasseringswerker werkzaam bij de Reclassering Nederland, zijn gehoord.

3.Adviezen

Advies psychiater
Psychiater [persoon B] adviseert in het rapport van 14 november 2025 de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaren.
Bij de ter beschikking gestelde is sprake van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de zin van schizofrenie en een stoornis in het gebruik van cannabis, in langdurige remissie onder gecontroleerde omstandigheden en een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de zin van een onderliggende zwakke persoonlijkheidsstructuur en zwakke intellectuele capaciteiten (hooguit benedengemiddelde intelligentie).
De behandeling van de ter beschikking gestelde verloopt zeer moeizaam. Hoewel hij zich aan de afspraken en voorwaarden houdt en zijn controles op drugsgebruik negatief blijven, vertoont hij veel weerstand tegen de behandeling en blijkt hij niet intrinsiek gemotiveerd. Zijn focus is en blijft gericht op uitstroom richting zelfstandig wonen en hij wenst geplaatst te worden bij zijn moeder thuis. De ter beschikking gestelde laat weinig ziekte-inzicht en -besef zien. Hij kan de situatie waarin hij zit niet accepteren. Wel stelt hij zich open en transparant op, waarbij hij zijn kwetsbaarheid toont door zijn gedachten en gevoelens te delen. Ondanks het moeizame verloop van de behandeling doen er zich geen incidenten voor.
Er is sprake van stagnatie en het behandelplafond is bereikt. Er worden weinig mogelijkheden gezien om het ziektebesef en ziekte-inzicht van de ter beschikking gestelde te vergroten. Het is de verwachting dat de ter beschikking gestelde niet zelfstandig kan functioneren in een eigen woning, maar aangewezen is op een vorm van beschermd/begeleid wonen en op langdurige ambulante forensisch psychiatrische begeleiding met jarenlange voortzetting van het antipsychoticum.
Het behandelteam van [naam instelling 1] en van het Ambulant Centrum [naam instelling 2] (FACT) schatten in dat gezocht moet worden naar een langdurige woonlocatie met maximale zorg en begeleiding en minimale behandeldruk. Verder is het van belang dat de ter beschikking gestelde zijn huidige medicatie continueert, geen alcohol en drugs gebruikt en een optimale balans blijft houden tussen draagkracht en draaglast. Tenslotte is het van belang dat hij scherp gemonitord wordt op signalen van psychotische symptomen, somberheid en
suïcidaliteit, agressie en neiging tot brandstichting.
Indien de tbs-maatregel met voorwaarden nu zou worden opgeheven en de ter beschikking gestelde niet terug kan vallen op professionele behandeling en begeleiding, dan wordt de kans op herhaling op de korte termijn als matig ingeschat en op de (middel)lange termijn als hoog, en hoger naarmate de tijd verstrijkt. Er wordt verwacht dat de ter beschikking gestelde dan zijn antipsychoticum staakt, terugvalt in het overmatig gebruik van cannabis en alcohol en opnieuw psychotisch wordt, waar delictgedrag uit voortkomt.
Mocht de ter beschikking gestelde voldoende lang (minstens een jaar) stabiel functioneren in een beschermde woonvorm, dan kan zou kunnen worden overwogen om de tbs-maatregel met voorwaarden te laten aflopen en de maatregel tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking te laten ingaan.
Op grond van voorgaande adviseert de rapporteur om de tbs-maatregel met voorwaarden met twee jaar te verlengen.
Advies reclassering
De reclassering adviseert ook in het rapport van 23 december 2025 de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaren.
Sinds maart 2025 verblijft de ter beschikking gestelde in een beschermde woonvorm bij
[naam instelling 1] . Omdat hij dagelijks meer zorg en begeleiding behoeft dan aanvankelijk werd ingeschat, wordt er onderzocht welke woonvorm in de omgeving van Rotterdam meer passend voor hem is. Dit is gezien het complexe profiel van de ter beschikking gestelde, alsmede de wachttijden binnen de (forensische) zorg een moeilijke opgave, waarvan wordt ingeschat dat dit veel tijd in beslag zal nemen.
Binnen de tbs-maatregel is ingezet op het ontwikkelen van ziektebesef- en inzicht, het vergroten van draagkracht en toewerken naar zelfstandigheid. Ondanks zijn inzet voor het klinisch behandeltraject, heeft de ter beschikking gestelde hier beperkt van kunnen profiteren door toedoen van het complexe ziektebeeld. Van ontwikkeling in draagkracht en ziektebesef- en inzicht is nauwelijks groei waargenomen en hij blijft psychisch kwetsbaar.
Hij accepteert de hulp en begeleiding binnen het forensische kader, maar is van mening dat hij dit niet nodig heeft en zelfstandig kan functioneren. Er wordt geconcludeerd dat indien de ter beschikking gestelde zich onttrekt aan zorg en begeleiding, de risico's op een psychotische ontregeling en middelengebruik en daarmee het risico op recidive zal toenemen.
De reclassering adviseert om de maatregel te verlengen met twee jaar zonder aanpassing van de bijzondere voorwaarden. Een verlenging van een jaar zal niet voldoende zijn om de ter beschikking gestelde uiteindelijk goed te kunnen laten uitstromen naar een geschikte woonplek.
Op de terechtzitting gegeven advies
De deskundige [persoon A] heeft het verlengingsadvies op de zitting toegelicht. Zij heeft onder meer verklaard – zakelijk weergegeven – dat er sprake is van groei en verbetering bij de ter beschikking gestelde, maar dat hij nog steeds gemonitord en begeleid moet worden. Er wordt nu gekeken naar een woning bij [naam instelling 3] , zodat de ter beschikking gestelde iets meer zelfstandigheid krijgt, maar er wel nog sprake is van ambulante zorg en woonbegeleiding. Het helpt dat de ter beschikking gestelde een betrokken en steunend netwerk heeft. Het advies blijft om de tbs-maatregel met twee jaren te verlengen. De ter beschikking gestelde staat op een wachtlijst voor de woning bij [naam instelling 3] en dit kan zomaar zes tot negen maanden duren. Daarna moet getoetst worden of deze woonvorm passend is en hoe het traject er verder uit gaat zien. De ter beschikking gestelde zou ook na beëindiging van de maatregel bij [naam instelling 3] kunnen blijven met een WLZ-indicatie. De tbs-maatregel is een belangrijke stok achter de deur die voorkomt dat de ter beschikking gestelde zich onttrekt aan de voorwaarden. Het is nog te vroeg om de maatregel al te gaan afbouwen.

4.Standpunt van partijen

Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar.
Standpunt van de ter beschikking gestelde
De ter beschikking gestelde en de raadsman hebben verlenging van de terbeschikkingstelling bepleit met één jaar. Als de ter beschikking gestelde eenmaal bij [naam instelling 3] terecht kan, kan het tbs-kader verwijderd worden. De verwachting is dat dit binnen een jaar zal lukken. Het recidiverisico is afgenomen, omdat de ter beschikking gestelde geen cannabis meer gebruikt en medicatietrouw is.

5.Beoordeling

Op grond van de adviezen van de instelling en de deskundigen en wat verder naar voren is gekomen op de terechtzitting is de rechtbank van oordeel dat:
- er nog steeds sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van en/of ziekelijke stoornis in de geestvermogens van de ter beschikking gestelde;
- de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling wordt verlengd.
De rechtbank stelt de duur van de verlenging op twee jaar, omdat die tijd gelet op de komende ontwikkelingen zeker nog nodig is voordat de tbs-maatregel beëindigd kan worden.
Het is niet de verwachting dat een beëindiging binnen één jaar al aan de orde kan zijn, mede gelet op de wachttijden en de tijd die vervolgens nodig is om goed te kunnen toetsen of sprake is van een passende woonvorm. Ondanks de positieve ontwikkeling die de ter beschikking gestelde heeft laten zien, is het van belang de ter beschikking gestelde te blijven monitoren en begeleiden, voordat gekeken kan worden naar een beëindiging.

6.Beslissing

De rechtbank:
verlengtde termijn van de terbeschikkingstelling met
2 (twee)jaren.
Deze beslissing is genomen door mr. N. van Esch, voorzitter,
en mrs. L.J.M. Janssen en L.B. Esser, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. S. Hoebe, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting.
De voorzitter en jongste rechter zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de uitspraak en de ter beschikking gestelde binnen veertien dagen na betekening daarvan beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.