Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:5364

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
6 mei 2026
Publicatiedatum
11 mei 2026
Zaaknummer
C/10/719021 / HA RK 26-404
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verschoning
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot verschoning rechter wegens burenrelatie met advocaat

In deze zaak heeft een rechter van de rechtbank Rotterdam verzocht zich te mogen verschonen van de behandeling van een civiele hoofdzaak tussen Holland Dredge Design B.V. en drie gedaagde partijen. De reden voor het verzoek is dat de rechter en de advocaat van de eisende partij in de hoofdzaak al jaren buren zijn en regelmatig contact hebben, waardoor de rechter zich niet vrij voelt om de zaak te behandelen.

De verschoningskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van het beginsel van rechterlijke onpartijdigheid. Hoewel er geen aanwijzingen zijn dat de rechter subjectief niet onpartijdig is, is de objectieve vrees voor schending van onpartijdigheid door de burenrelatie en het feit dat de rechter zelf het verzoek indiende, voldoende zwaarwegend om het verzoek toe te wijzen.

De kamer concludeert dat de onpartijdigheid van de rechter in de hoofdzaak kan worden betwijfeld en wijst daarom het verzoek tot verschoning toe. De beslissing is genomen door drie rechters en ondertekend door de voorzitter en griffier op 6 mei 2026.

Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen vanwege een objectief gerechtvaardigde vrees voor schending van onpartijdigheid.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Meervoudige kamer voor verschoningszaken
Zaak- en rekestnummer: C/10/719021 / HA RK 26-404
Beslissing van 6 mei 2026
op het verzoek van
mr. R.J.A.M. Cooijmans,
rechter in de rechtbank Rotterdam, Team handel en haven (hierna: de rechter),
ertoe strekkende zich te mogen verschonen in de zaak van
HOLLAND DREDGE DESIGN B.V.,
vestigingsplaats: Harderwijk,
eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie,
advocaat: mr. M.S. van Dijk,
tegen

1.BREEMAN SPECIAL PRODUCTS B.V.,

2. BREEMAN ENGINEERING EN SERVICES B.V.,
3. HANDELSMAATSCHAPPIJ NISSEWAARD B.V.,
vestigingsplaats: Zuidland,
gedaagde partijen in conventie, eisende partijen in reconventie,
advocaten: mrs. S.A.L.L. Caris en I.A.M. Zoutberg.

1.Het procesverloop en de processtukken

1.1.
De zaak tussen de voornoemde eisende en gedaagde partijen met zaak- en rolnummer C/10/713802 / HA ZA 26-86 (‘de hoofdzaak’) is aan de rechter toebedeeld om op 13 augustus 2026 mondeling te behandelen.
1.2.
Op 29 april 2026 heeft de rechter een schriftelijk verzoek tot verschoning gedaan.
1.3.
Aan de verschoningskamer is ter beschikking gesteld het dossier van de hoofdzaak.

2.Het verzoek

2.1.
Als onderbouwing van het verzoek om verschoning heeft de rechter het volgende aangevoerd. Het is de rechter gebleken dat de eisende partij in de hoofdzaak zich laat bijstaan door advocaat mr. M.S. van Dijk. Deze advocaat en de rechter zijn al jaren buren van elkaar en zij hebben regelmatig contact. Om deze reden voelt de rechter zich niet vrij om de hoofdzaak te behandelen en wil hij zich daarvan verschonen.

3.De beoordeling

3.1.
Verschoning is een middel om de onpartijdigheid van de rechter te verzekeren. Voorop staat dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter tegenover een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij deze partij daarvoor bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
3.2.
Aan de door de rechter aangevoerde omstandigheden valt geen aanwijzing te ontlenen voor het oordeel dat de rechter – subjectief – niet onpartijdig is.
3.3.
Vervolgens moet worden onderzocht of de aangevoerde omstandigheden niettemin een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de vrees dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden – objectief – gerechtvaardigd is.
3.4.
De door de rechter aangevoerde omstandigheid, in samenhang met het gegeven dat de rechter daarin aanleiding heeft gevonden zelf een verzoek in te dienen zich te mogen verschonen van de verdere behandeling van de hoofdzaak, levert naar het oordeel van de verschoningskamer op zichzelf een zwaarwegende aanwijzing als hiervoor onder 3.3. bedoeld op.
3.5.
Het verzoek wordt om deze reden toegewezen.

4.De beslissing

De verschoningskamer:
wijst toe het verzoek van mr. R.J.A.M. Cooijmans om zich in de civielrechtelijke procedure met zaak- en rolnummer C/10/713802 / HA ZA 26-86 te mogen verschonen.
Deze beslissing is gegeven door mr. P.C. Santema, voorzitter, en mr. K.A. Baggerman en mr. S.C.C. Hes-Bakkeren, rechters, en door de voorzitter en de griffier, mr. R.W.H. van Rijkom, ondertekend op 6 mei 2026.
de griffier de voorzitter