ECLI:NL:RBROT:2026:53
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om omzetting studiebeurs in gift en beoordeling van studieschuld
In deze uitspraak van de Rechtbank Rotterdam op 13 januari 2026, wordt het verzoek van eiser om zijn studiebeurs om te zetten in een gift afgewezen. Eiser, die in 1995 begon met zijn studie, heeft een studieschuld van € 31.784,85 opgebouwd door rentedragende leningen en teveel ontvangen studiefinanciering. De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft het verzoek van eiser afgewezen, met het argument dat rentedragende leningen niet kunnen worden omgezet in een gift. Eiser is het niet eens met deze afwijzing en heeft beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep behandeld op 30 oktober 2025, waarbij eiser en zijn gemachtigde aanwezig waren, evenals de gemachtigde van de minister. De rechtbank concludeert dat de minister terecht heeft afgewezen, omdat eiser geen prestatiebeurs heeft ontvangen, maar een tempobeurs, die onder de toen geldende wetgeving niet kan worden omgezet in een gift. De rechtbank oordeelt dat de besluitvorming van de minister zorgvuldig is geweest en dat er geen strijd is met het motiveringsbeginsel of het vertrouwensbeginsel. Eiser krijgt geen gelijk en het beroep wordt ongegrond verklaard, wat betekent dat hij geen griffierecht terugkrijgt en geen vergoeding van proceskosten ontvangt.