ECLI:NL:RBROT:2026:5246

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
8 mei 2026
Publicatiedatum
7 mei 2026
Zaaknummer
ROT 26/3379
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13b OpiumwetBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens handel in harddrugs

De burgemeester van Gorinchem sloot de woning van verzoeker voor zes maanden vanwege de aanwezigheid van 102 gram harddrugs en meldingen van drugshandel vanuit de woning. Verzoeker, die uit een kwetsbare situatie komt en begeleiding ontvangt, vroeg om een voorlopige voorziening om weer toegang tot zijn woning te krijgen.

De politie voerde een onderzoek uit na diverse meldingen en vond onder meer MDMA, 2-MMC, een weegschaal, vuurwerk en wapens in de woning. De burgemeester besloot tot een spoedsluiting en vervolgens tot een langdurige sluiting van zes maanden. Verzoeker betwistte dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om schorsing.

De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting en dat dit een geschikt en noodzakelijk middel is om de openbare orde en het woonklimaat te beschermen. Echter, gezien de persoonlijke omstandigheden van verzoeker, waaronder zijn verslaving en de noodzaak van een vaste woonplek voor behandeling, werd het belang van verzoeker meegewogen.

De woning was al meer dan zeven weken gesloten, waardoor het belang van de burgemeester was verminderd. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen en het besluit geschorst tot twee weken na de beslissing op bezwaar. Tevens werd de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoeker.

Uitkomst: Het besluit tot sluiting van de woning wordt geschorst en verzoeker krijgt weer toegang tot zijn woning.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 26/3379

uitspraak van de voorzieningenrechter van 8 mei 2026 in de zaak tussen

[naam verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. R. Tetteroo),
en

de burgemeester van Gorinchem

(gemachtigde: [naam genachtigde] ).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [naam woningcorporatie] uit Gorinchem
(gemachtigde: mr. P.J. Remmelts).

Samenvatting

De burgemeester heeft verzoekers woning gesloten in verband met het aantreffen van onder meer 102 gram harddrugs. Ook zijn er meerdere meldingen van overlast (dealen) vanuit de omgeving. Verzoeker komt uit een kwetsbare situatie. Zo heeft hij op straat geleefd en kreeg hij begeleiding in zijn huidige woning. Verzoeker wil behandeld worden om van zijn verslaving af te komen, maar hiervoor heeft hij een vaste woonplek nodig. De voorzieningenrechter ziet hierin aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen, waardoor verzoeker weer toegang kan krijgen tot zijn woning.

Procesverloop

1. Met het bestreden besluit van 31 maart 2026 heeft de burgemeester besloten om verzoekers woning – aansluitend op een eerdere spoedsluiting – te sluiten voor zes maanden vanwege een overtreding van de Opiumwet. Dit is inclusief de periode dat de woning al gesloten is geweest als gevolg van de spoedsluiting. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2. De burgemeester heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.
3. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 30 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, mr. A. Aïssal als waarnemer van de gemachtigde van verzoeker (telefonisch), [persoon A] (verzoekers moeder), de gemachtigde van de burgemeester, de gemachtigde van [naam woningcorporatie] en [persoon B] (namens [naam woningcorporatie] ).

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Wat is er gebeurd?
4. Verzoeker woont op het adres [adres] in Gorinchem. Hij huurt deze woning van [naam woningcorporatie] .
5. De politie heeft in de periode van februari 2025 tot en met maart 2026 diverse (anonieme) meldingen ontvangen dat verzoeker verdovende middelen zou verkopen vanuit zijn woning. De politie heeft vervolgens een opsporingsonderzoek gestart. Tijdens dit onderzoek is gezien dat er met regelmaat aanloop is bij verzoekers woning. De bezoektijd daarvan is wisselend van langdurig tot zeer kort. De korte contacten die zijn waargenomen zouden kunnen duiden op de verkoop van verdovende middelen. De politie heeft daarop op 17 maart 2026 verzoekers woning doorzocht. Hierbij zijn onder meer de volgende zaken aangetroffen: 28,2 gram MDMA, 74,1 gram 2-MMC [1] , een weegschaal met witte poederresten, zeven cobra’s (zwaar vuurwerk), een bankpas met een andere naam dan die van verzoeker, zes patronen (strafbaar op grond van de Wet wapens en munitie), een (vermoedelijk) balletjespistool, een (vermoedelijk) alarmpistool en een (vermoedelijk) onklaar gemaakte revolver. Dit blijkt uit bestuurlijke rapportages van de politie van 18 maart, 23 maart en 9 april 2026.
6. De burgemeester heeft op 17 maart 2026 besloten om verzoekers woning met onmiddellijke ingang te sluiten voor de duur van maximaal twee weken. De burgemeester heeft de spoedsluiting op 20 maart 2026 op schrift gesteld.
Waar gaat het in deze zaak om?
7. De burgemeester heeft met het bestreden besluit bepaald dat verzoekers woning ook na de spoedsluiting gesloten moet blijven, voor een totale duur van zes maanden. Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij wil met het verzoek om een voorlopige voorziening bereiken dat het bestreden besluit wordt geschorst, zodat hij weer toegang kan krijgen tot zijn woning.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe
8. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek toe. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Beoordelingskader
9. Op grond van artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Opiumwet is de burgemeester bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in woningen harddrugs wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is.
10. De burgemeester voert beleid om de handel in drugs in Gorinchem tegen te gaan. Dit beleid staat in de Beleidsregels met betrekking tot de toepassing van artikel 13b Opiumwet inzake woningen en lokalen. In dit beleid staat in welke gevallen de burgemeester in beginsel overgaat tot sluiting van een woning. Volgens dit beleid wordt een woning voor zes maanden gesloten als er meer dan vijf gram harddrugs wordt aangetroffen.

Bevoegdheid, geschiktheid en noodzaak

11. Niet ter discussie staat dat in de woning harddrugs aanwezig was, zoals verzoeker zelf ook tijdens de zitting heeft bevestigd. Dat dit voor eigen gebruik was, volgt de voorzieningenrechter niet. De voorzieningenrechter vindt het aannemelijk dat verzoeker heeft gehandeld in harddrugs in of vanuit zijn woning. Er is een grote hoeveelheid harddrugs aangetroffen (twee verschillende soorten) - er was aldus geen sprake van een geringe overschrijding -, de drugs waren verpakt in meerdere (kleine) gripzakjes, er zijn drugsgerelateerde spullen aangetroffen (weegschaal) en er zijn meerdere meldingen vanuit de omgeving over de handel in drugs door verzoeker vanuit zijn woning en auto. Volgens de meldingen is er een loop naar de woning en ziet men regelmatig zakjes drugs vallen. Verzoeker wordt in de meldingen met naam en toenaam genoemd als zijnde een dealer in drugs (vanuit zijn woning). Ook de politie heeft de loop op de woning waargenomen, waarbij is vastgesteld dat sprake was van zeer kortdurend contact. Volgens de politie zouden deze korte contacten kunnen duiden op de verkoop van verdovende middelen. Dit sluit naadloos aan bij de meldingen die zijn gedaan en hetgeen in de woning is aangetroffen. Dit betekent dat de burgemeester in beginsel bevoegd was om de woning te sluiten.
Voor de voorzieningenrechter staat verder buiten kijf dat het voor de openbare orde en het woon- en leefklimaat beter zou zijn als verzoekers woning voor langere tijd zou worden gesloten; sluiting van de woning is met andere woorden een geschikt middel om dat doel te bereiken. De voorzieningenrechter ziet bovendien niet in dat dat doel met een minder ingrijpende middel, zoals alleen een waarschuwing, zonder meer zou kunnen worden bereikt. Het betreft een ernstig geval, waarbij de sluiting er onder meer op is gericht om de bekendheid van de woning in het criminele circuit te doorbreken, herhaling te voorkomen en de loop op de woning eruit te halen. Dit ten behoeve van het herstel van het woon- en leefklimaat in de wijk. Sluiting van de woning kan dus noodzakelijk worden geacht.
Evenwichtigheid
12. Verzoeker heeft tijdens de zitting verklaard dat het hem met name gaat om de vraag of de woningsluiting evenwichtig is. Bij de beoordeling van de evenwichtigheid moeten de voor verzoeker nadelige gevolgen van de sluiting worden afgewogen tegen de doelen die de burgemeester met de sluiting wil bereiken.
13. De voorzieningenrechter stelt vast dat de woning inmiddels sinds 17 maart 2026 is gesloten. Dit betekent dat de woning inmiddels meer dan zeven weken is gesloten en de loop op de woning in die zin verminderd kan worden geacht. Daarmee veronderstelt de voorzieningenrechter dat het belang van de burgemeester bij de sluiting thans verminderd is. Daartegenover staat dat het persoonlijke verhaal van verzoeker grotendeels in het verzoekschrift (en ook in het bezwaarschrift en de eerder ingediende zienswijze) ontbreekt. Het persoonlijke verhaal van verzoeker is tijdens de zitting wel naar voren gebracht door verzoeker en zijn moeder. Verzoeker komt uit een situatie waarbij hij twee jaar op straat heeft geleefd. Volgens zijn moeder is het met veel pijn en moeite gelukt om een woning te vinden, waarbij hij ook begeleid werd door Antes. Op een gegeven moment ging het slechter met verzoeker. Hij kreeg last van zijn voet, kon niet meer werken als dakdekker en zijn verslaving nam weer de overhand. Volgens verzoekers moeder had Antes door dat het niet goed ging met verzoeker en toen hebben ze hem opgeroepen. Verzoeker is vorig jaar opgenomen geweest in Poortugaal in verband met zijn verslaving. Volgens verzoeker is de begeleiding laatst stopgezet omdat hij weer te veel bezig was met zijn verslaving. Verzoeker stelt dat hij zijn situatie wil veranderen, dat hij zijn verslaving wil aanpakken en dat hij afstand wil nemen van ‘vrienden’ die ook verslaafd zijn. Volgens verzoeker kan hij behandeld worden bij Antes, maar heeft hij hiervoor wel een vaste woonplek nodig. Dit omdat hij tijdens de behandeling bepaalde vrijheden zal krijgen om te testen of hij die vrijheden aankan.
14. De voorzieningenrechter ziet in het voorgaande aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter wijst er wel uitdrukkelijk op dat dit uitsluitend een voorlopig oordeel betreft. Het is aan verzoeker om zijn persoonlijke feiten en omstandigheden in bezwaar verder toe te lichten én te onderbouwen, waarna het aan de burgemeester is om zich in bezwaar een oordeel te vormen over, met name, de evenwichtigheid. De voorzieningenrechter merkt daarbij ook overigens op dat verzoeker een gewaarschuwd man is. Bij een volgend aantreffen van een handelshoeveelheid drugs en/of drugsgerelateerde spullen, dient hij er rekening mee te houden dat de belangenafweging zonder meer de andere kant op kan vallen.

Conclusie en gevolgen

15. De voorzieningenrechter schorst het bestreden besluit tot twee weken na de beslissing op bezwaar. Dit betekent dat verzoeker weer toegang krijgt tot zijn woning.
16. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, moet het college het griffierecht aan verzoekster vergoeden. Verzoeker krijgt ook een vergoeding van zijn proceskosten. De burgemeester moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoeker een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend en aan de zitting deelgenomen. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 934,-. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.868,-.

Beslissing

De voorzieningenrechter;
- schorst het besluit van 31 maart 2026 tot twee weken na de bekendmaking van de beslissing op bezwaar;
- bepaalt dat de burgemeester het griffierecht van € 200,- aan verzoeker moet vergoeden;
- veroordeelt de burgemeester tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M.J. Adriaansen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van E.C. Petrusma, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 8 mei 2026.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Een designerdrug die sinds 1 juli 2025 verboden is op grond van lijst Ia bij de Opiumwet.