Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De kern van het geschil
2.De procedure
- de dagvaarding van 24 juli 2025, met producties 1 tot en met 6;
- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie van 17 september 2025, met producties 1 tot en met 5;
- de brieven van de rechtbank van 22 september 2025, waarin de mondelinge behandeling is bepaald op 20 januari 2026;
- het B16-formulier van de man ingekomen op 9 december 2025, met bijgaand een KvK-uittreksel van een eenmanszaak van de man en een financieringsopzet;
- de brief van de vrouw van 14 januari 2026 met een verzoek om aanhouding van de mondelinge behandeling en met aanvullende producties 6 tot en met 10;
- het bericht van de man van 15 januari 2026 dat hij bezwaar maakt tegen aanhouding van de mondelinge behandeling;
- het bericht van de rechtbank van 15 januari 2026 dat de mondelinge behandeling van 20 januari 2026 doorgaat;
- de mondelinge behandeling van 20 januari 2026;
- het beknopte proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 20 januari 2026, met daarin vastgelegd de afspraak van partijen dat de man € 100,- aan de vrouw betaalt voor de lamp die boven de eettafel in de woonkamer hangt, en aangehecht de door partijen gemaakte afspraken over wie welk deel van de inboedel toekomt.
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
- een bedrag van € 2.000,-: het bedrag dat de vrouw aan haar vader heeft betaald voor zijn werkzaamheden ten behoeve van de verbouwing van de woning;
- een bedrag van € 4.000,-: dit als (nagekomen) vergoeding voor de inspanningen van de vrouw waarmee partijen makelaarskosten voor de aankoop van de woning hebben kunnen besparen;
- een bedrag van € 5.000,-: dit als vergoeding voor de woonlasten van de vrouw gedurende de periode van juni 2021 tot november 2021, de periode waarin de man bij de vrouw woonde, in afwachting van de oplevering van hun nieuwbouwwoning.
6.De beslissing
- te bewerkstelligen dat de vrouw wordt ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheekschuld en