Eiser diende op 1 januari 2025 een bewonersinitiatief in en vroeg subsidie aan bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Nadat eiser het college op 27 februari 2025 in gebreke stelde wegens het niet tijdig beslissen, nam het college op 10 maart 2025 een besluit om geen subsidie toe te kennen.
Eiser stelde op 12 mei 2025 beroep in tegen het vermeende niet tijdig beslissen. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het college reeds een besluit had genomen voordat het beroep werd ingesteld, waardoor eiser geen procesbelang heeft bij het beroep.
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en wijst verzoeken om proceskostenvergoeding, dwangsom en griffierecht af. De uitspraak is gedaan door rechter J.J. Klomp en griffier R. Blokhuis op 8 mei 2026.