Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:5171

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
24 april 2026
Publicatiedatum
6 mei 2026
Zaaknummer
ROT 25/4462
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.21 Wht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen gedeeltelijke afwijzing brede ondersteuning Wet hersteloperatie toeslagen

Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor brede ondersteuning op grond van artikel 2.21 van de Wet hersteloperatie toeslagen. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft haar aanvankelijk brede ondersteuning toegekend, maar een bezwaar van eiseres tegen een besluit tot gedeeltelijke afwijzing van aanvullende ondersteuning werd ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft op 24 april 2026 het beroep van eiseres behandeld en geoordeeld dat het college terecht heeft besloten dat eiseres geen verdere brede ondersteuning ontvangt boven het reeds toegekende bedrag van ruim € 55.000,-. De rechtbank stelde vast dat het college wel heeft toegezegd dat eiseres nog brede ondersteuning kan ontvangen voor het plaatsen van een derde kroon, waarvan de kosten tot € 1.906,96 worden vergoed.

De rechtbank concludeerde dat het dossier geen toezegging bevat dat eiseres meer brede ondersteuning zou krijgen dan reeds toegekend. De wet vereist dat het college voldoende ondersteuning biedt om een nieuwe start op vijf leefgebieden mogelijk te maken, hetgeen volgens de rechtbank met het toegekende bedrag is gerealiseerd.

Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, met als gevolg dat eiseres geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt. Partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de gedeeltelijke afwijzing van brede ondersteuning wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 25/4462

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

24 april 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiseres

en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam, het college
(gemachtigde: mr. T. Baltus).

Inleiding

1. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor brede ondersteuning op grond van artikel 2.21 van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Met het besluit van
31 oktober 2024 (het primaire besluit) heeft het college eiseres medegedeeld dat aan haar brede ondersteuning zal worden geboden en is het ondersteuningsverslag brede ondersteuning (het plan van aanpak) vastgesteld.
1.1.
Met het besluit van 23 april 2025 (het bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
1.2.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit op
24 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en de gemachtigde van het college, vergezeld door mr. D.J.J. Straver.
1.4.
Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt de vraag of het college de aanvraag van eiseres om brede ondersteuning gedeeltelijk heeft mogen afwijzen. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
3. Het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
4. Naar oordeel van de rechtbank heeft het college duidelijk aangegeven dat eiseres alsnog brede ondersteuning zal ontvangen voor het plaatsen van de derde kroon. Eiseres heeft tot op heden nog geen afspraak gemaakt om de derde kroon te laten plaatsen, maar zij kan daarvoor nog steeds een afspraak maken bij [bedrijf] . De kosten van de behandeling zullen door het college worden vergoed tot een bedrag van € 1.906,96.
5. Verder is de rechtbank van oordeel dat in het dossier niet is terug te lezen dat het college aan eiseres een toezegging heeft gedaan dat zij meer brede ondersteuning zal ontvangen dan het bedrag van ruim € 55.000,- dat zij al heeft ontvangen. De wet schrijft voor dat het college aan een gedupeerde ouder brede ondersteuning biedt, zodat een nieuwe start kan worden gemaakt op de vijf leefgebieden. Met het bedrag van ruim € 55.000,-, dat het college eiseres aan brede ondersteuning heeft gegeven, heeft het college kunnen oordelen dat zij voldoende hebben gedaan om eiseres een nieuwe start te laten maken.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
7. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Beslissing

De rechtbank verklaart beroep ongegrond.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 24 april 2026 door mr. J.J. Klomp, rechter, in aanwezigheid van mr. L.A. van der Velden, griffier.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.