Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:5169

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
24 april 2026
Publicatiedatum
6 mei 2026
Zaaknummer
ROT 25/4144
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.21 Wet hersteloperatie toeslagen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep op gedeeltelijke toekenning brede ondersteuning Wet hersteloperatie toeslagen

Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor brede ondersteuning op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen. Het college van burgemeester en wethouders van Barendrecht kende haar aanvankelijk een bedrag toe, maar wees het verzoek tot vergoeding van tuinwerkzaamheden af. Na bezwaar wijzigde het college de hoogte van de toegekende brede ondersteuning, maar handhaafde het overige.

Eiseres stelde beroep in tegen dit bestreden besluit. De rechtbank heeft op 24 april 2026 de zaak mondeling behandeld en het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelde dat het college terecht heeft geoordeeld dat de verbouwing van de tuin niet noodzakelijk is voor het maken van een nieuwe start, mede gelet op het plan van aanpak en de satellietfoto’s die de staat van de tuin aantonen.

De stellingen van eiseres over onveiligheid en gebreken aan de tuin werden onvoldoende onderbouwd, mede omdat de foto’s te laat waren ingediend. De rechtbank wees het beroep af, waardoor eiseres geen recht heeft op terugbetaling van griffierecht of vergoeding van proceskosten.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het gedeeltelijk afgewezen verzoek om brede ondersteuning wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 25/4144

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

24 april 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. P.W.E. Ros),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Barendrecht, het college
(gemachtigde: mr. J.V. Dieckmann).

Inleiding

1. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor brede ondersteuning op grond van artikel 2.21 van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Met het besluit van
26 november 2024 (het primaire besluit I) heeft het college een bedrag van € 4.289,28 aan brede ondersteuning aan eiseres toegekend.
1.1.
Met het besluit van 3 december 2024 (het primaire besluit II) heeft het college geoordeeld dat het verzoek van eiseres tot het betalen van de schutting, bestrating- en beplanting van de tuin wordt afgewezen.
1.2.
Met het besluit van 8 april 2025 (het bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van eiseres gegrond verklaard voor zover dat ziet op de hoogte van de toekenning van de brede ondersteuning. De hoogte van de brede ondersteuning is daarbij gewijzigd naar een bedrag van € 4.545,10. Voor het overige zijn de primaire besluiten in stand gelaten.
1.3.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit op
24 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het college.
1.5.
Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt de vraag of het college de aanvraag van eiseres om brede ondersteuning gedeeltelijk heeft mogen afwijzen. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
3. Het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
4. In het midden gelaten of de beleidsbepaling over de tuin onverbindend zou zijn, heeft het college kunnen oordelen dat de verbouwing van de tuin niet noodzakelijk is voor het maken van een nieuwe start. Met het plan van aanpak van 5 november 2024 heeft het college voldoende onderbouwd waarom de verbouwing van de tuin niet noodzakelijk is voor het maken van een nieuwe start. Daarnaast is er een parkje in de buurt van de woning van eiseres en is op de door het college overgelegde satellietfoto’s vanaf 2024 – in het geding gebracht als reactie op de door eiseres te laat ingediende foto – te zien dat de tuin tijdens het bestreden besluit nog in voldoende staat was. De stellingen over een loszittende tegel en onveiligheid voor kinderen, en de ongedateerde foto die eiseres minder dan tien dagen voor de zitting in het geding heeft gebracht, zijn onvoldoende om dat te weerleggen.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
6. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Beslissing

De rechtbank verklaart beroep ongegrond.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 24 april 2026 door mr. J.J. Klomp, rechter, in aanwezigheid van mr. L.A. van der Velden, griffier.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.