Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- de heer mr. D.A. IJpelaar, werkzaam bij JAW Advocaten (hierna: advocaat);
- de heer S. Manna en mevrouw S. Albertus, beiden werkzaam bij Stichting Nieuw Vaarwater (hierna: beschermingsbewindvoerder).
2.Het verzoek
2 oktober 2025 aangevangen. Sinds 28 oktober 2025 staat verzoeker onder beschermings-bewind en vanaf dat moment zijn alle lopende huurtermijnen voldaan. De huurtermijn voor de maand april 2026 is op 25 maart 2026 tijdig betaald. Verzoeker heeft een sluitend budgetplan. Het heeft enige tijd geduurd om alle schulden van verzoeker te inventariseren. Zo waren onder meer onduidelijkheden over het energiecontract en de daaruit voortvloeiende vordering. Inmiddels heeft verzoeker samen met de beschermingsbewind-voerder zijn volledige schuldensituatie in kaart gebracht. Op 24 maart 2026 is verzoeker aangemeld bij schuldhulpverlening (Geldplein). Verzoeker is voornemens om op korte termijn een volledig verzoekschrift ex artikel 284 Fw Pro in te dienen. De advocaat van verzoeker verzoekt dan ook het verzoekschrift ex artikel 287b Fw aan te merken als een verzoekschrift ex artikel 287 lid 4 Fw Pro.
3.Het verweer
4.De beoordeling
25 maart 2026, voldaan. Ook staat verzoeker sinds 28 oktober 2025 onder beschermingsbewind, waardoor voldoende wordt gewaarborgd dat de lopende huurtermijnen ook tijdig zullen worden voldaan.