Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:5127

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
19 maart 2026
Publicatiedatum
4 mei 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2600776:R-RK
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 288 FwArt. 316 FwArt. 295 FwArt. 296 FwArt. 349a Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot toelating Wsnp met toepassing hardheidsclausule ondanks strafrechtelijke schuld

Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) vanwege een problematische schuldensituatie. De rechtbank beoordeelt dat verzoekster voldoet aan de voorwaarden, ondanks een strafrechtelijke veroordeling in België voor diefstal met geweld en een openstaande schadevergoeding van €35.739,35.

De rechtbank past de hardheidsclausule toe omdat verzoekster de omstandigheden die tot de schuld hebben geleid onder controle heeft gekregen. Zij heeft een behandeling ondergaan, werkt 28 uur per week, is onder beschermingsbewind gesteld en toont voldoende vertrouwen dat zij aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.

De rechtbank stelt de looptijd van de Wsnp vast op 18 maanden met ingang van 19 maart 2026. Een eerdere ingangsdatum wordt niet vastgesteld omdat niet is voldaan aan de vereiste inspanningsplicht en aflossingsnormen in het voorafgaande schuldhulpverleningstraject.

Er wordt een bewindvoerder en een rechter-commissaris benoemd die toezicht houden op de naleving van de Wsnp-verplichtingen. De regeling eindigt met de 'schone lei' als aan alle verplichtingen is voldaan. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open.

Uitkomst: Verzoekster wordt toegelaten tot de Wsnp met toepassing van de hardheidsclausule, looptijd 18 maanden vanaf 19 maart 2026.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team Insolventie
Rekestnummer: [nummer]
Vonnis van 19 maart 2026
op het verzoek van:
[verzoekster],
wonende te [adres]
[postcode] te [plaatsnaam].
Waar deze zaak over gaat
[verzoekster] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor haar schulden te komen heeft [verzoekster] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Dit verzoek wordt toegewezen.
De rechtbank ziet geen aanleiding om een eerdere ingangsdatum te bepalen.
De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
[verzoekster] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van12 maart 2026. Op de zitting zijn verschenen:
- [verzoekster],
- mevrouw L.E.M. Koorn, schuldhulpverlener van de Sociale Dienst
Drechtsteden,
- mevrouw S. Spapen, beschermingsbewindvoerder.

2.De beoordeling

De toelating
2.1.
[verzoekster] kan worden toegelaten tot de Wsnp als zij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en zij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat [verzoekster] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.
2.2.
Gebleken is dat [verzoekster] op 23 april 2022 een strafbaar feit heeft gepleegd in België te weten diefstal met geweld of bedreiging. Hiervoor is [verzoekster] bij vonnis van 9 september 2024 veroordeeld tot onder andere het betalen van een schadevergoeding aan [naam 1]. Deze schadevergoeding bedraagt thans € 35.739,35. De rechtbank is van oordeel dat deze schuld aan het slachtoffer binnen de termijn van artikel 288, tweede lid, onder c Faillissementswet (Fw) valt. Dat betekent dat deze schuld in beginsel in de weg staat aan toewijzing van het Wsnp-verzoek.
2.3.
Het verzoek kan ingevolge artikel 288, derde lid Fw, ondanks het ontbreken van goede trouw en de aanwezigheid van een onherroepelijke veroordeling als bedoeld in artikel 358, vierde lid Fw (artikel 288, eerste lid onder b Fw en artikel 288, tweede lid onder c Fw) wel worden toegewezen indien voldoende aannemelijk is dat [verzoekster] de omstandigheden, die bepalend zijn geweest voor het ontstaan of onbetaald laten van deze schuld, onder controle heeft gekregen waardoor een wending ten goede is ontstaan.
2.4.
In dit geval ziet de rechtbank aanleiding om [verzoekster] toch toe te laten tot de Wsnp met toepassing van de hardheidsclausule. Gebleken is dat [verzoekster] de omstandigheden die hebben geleid tot het laten ontstaan van deze schuld, onder controle heeft gekregen. [verzoekster] is ter zitting open geweest over haar situatie en ziet in dat zij verkeerde beslissingen heeft genomen. Zij heeft gebroken met de mensen die destijds een verkeerde invloed op haar hadden. Ook heeft zij een behandeling ondergaan bij Fivoor en heeft zij nu meer stabiliteit in haar leven. [verzoekster] heeft zich onder beschermingsbewind laten stellen en werkt thans 28 uur per week. Gelet op het voorgaande geeft de rechtbank [verzoekster] het voordeel van de twijfel. Ter zitting is nadrukkelijk besproken dat [verzoekster] bij haar werkgever zal aangeven dat zij meer uren moet werken zodat zij aan de inspanningsplicht kan voldoen. Bij de rechtbank is daardoor voldoende vertrouwen dat [verzoekster] zich zal houden aan de verplichtingen van de Wsnp. Ter zitting is ook met [verzoekster] besproken dat de schuld van Verbist niet onder de schone lei valt.
2.5.
[verzoekster] wordt daarom toegelaten tot de Wsnp.
Bevoegdheid
2.6.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van [verzoekster] in Nederland ligt.
Duur
2.7.
De rechtbank stelt de termijn van de Wsnp-regeling ex artikel 349a Fw (hierna: looptijd) vast op 18 maanden.
De ingangsdatum
2.8.
De Faillissementswet (hierna: Fw) bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan.
2.9.
Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Die inspanningsplicht houdt in beginsel in dat er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt moet worden of er moet aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.
2.10.
De rechtbank stelt vast dat [verzoekster] niet heeft verzocht om een eerdere ingangsdatum, terwijl ook overigens op basis van de ingediende stukken en dat wat op de zitting is besproken niet kan worden vastgesteld dat aan de vereiste verplichtingen is voldaan. Uit de overgelegde stukken is gebleken dat er door schuldhulpverlening sinds november 2025 wel is gespaard ten behoeve van de schuldeisers, maar dat dit niet maximaal en dus conform het vtlb is gebeurd. Daarnaast heeft [verzoekster] in het voorafgaande schuldhulpverleningstraject slechts 28 uur per week gewerkt waardoor er niet volledig is voldaan aan de vereiste inspanningsplicht.

3.De (controle van) verplichtingen in de Wsnp

3.1.
De verplichtingen waaraan [verzoekster] tijdens de Wsnp moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te maken, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting (van inkomen boven het vtlb en van goederen die in de boedel vallen).
3.2.
Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert in de eerste plaats of [verzoekster] de verplichtingen van de Wsnp nakomt.
3.3.
De taak van de bewindvoerder is in de tweede plaats om de zogenaamde boedel van de schuldenaar te beheren en te vereffenen (artikel 316 Fw Pro). De boedel omvat alle bezittingen die [verzoekster] nu heeft en wat zij tijdens de toepassing van de regeling verkrijgt (artikel 295 Fw Pro). [verzoekster] heeft de verplichting om tot de boedel behorende bezittingen aan de bewindvoerder af te staan (artikel 296 Fw Pro). De bewindvoerder zal de opbrengsten hiervan verdelen onder de schuldeisers.
3.4.
Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.
3.5.
De eerste 13 maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan [verzoekster].
3.6.
Als [verzoekster] zich tijdens het Wsnp-traject houdt aan alle verplichtingen van de Wsnp eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de Wsnp werkt niet meer op [verzoekster] kunnen verhalen. De “schone lei” geldt vanaf het moment dat de bewindvoerder klaar is met zijn afwikkelingstaak. Dat is als de slotuitdelingslijst verbindend is geworden.

4.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoekster],
geboren op [geboortedatum]-1977 te [geboorteplaats],
wonende te [adres]
[postcode] [plaatsnaam];
- benoemt tot rechter-commissaris mr. M.C. Snel-van den Hout
en tot bewindvoerder [naam 2],
gevestigd te [postadres]
;
  • stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 19 maart 2026 en de duur op 18 maanden, en bepaalt de einddatum van de looptijd daarmee op 19 september 2027;
  • draagt de bewindvoerder op de post van [verzoekster] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. M.C. Snel-van den Hout, rechter, in samenwerking met mr. J.A. Kuijvenhoven, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2026. [1]