Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van feit 1 (primair), feit 2 en feit 3;
- veroordeling van de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 30 dagen met aftrek
- veroordeling van de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 80 uren, bij niet-voltooiing te vervangen door 40 dagen jeugddetentie.
4.Waardering van het bewijs
Toen ging ik terug. Ze waren toen verplaatst achter [naam snackbar]. Daarna hadden ze weer ruzie gekregen, ik weet niet wat de reden daarvan is. Ik was met 3 matties van mij, dit zijn dezelfde jongens van eerder. [aangever] was met 1 mattie. We waren aan het praten en dit ging heel de tijd heen en weer.” De verdachte was, zo blijkt hieruit, zelf onderdeel van het gesprek, wat past bij de verklaring van [aangever]. De rechtbank acht de verklaring van [aangever] betrouwbaar, ook omdat deze wordt ondersteund door andere bevindingen bij het onderzoek. [aangever] zegt bij de politie dat de persoon die hem heeft geslagen dezelfde persoon is die [getuige] eerder een trap heeft gegeven. Op foto’s in het dossier is te zien dat de verdachte [getuige] voor de snackbar een trap heeft gegeven.
of omstreeks27 juli 2025 te Krimpen aan den IJssel
een of meeranderen,
althans alleen,
in elk geval enig goed, dat/die geheel
of ten deleaan [slachtoffer 1]
, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)toebehoorde
(n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan
envergezeld
en/of gevolgdvan geweld en
/ofbedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1]
en/of [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken
, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
/ofte omsingelen, en
/of
/ofzijn mededaders, handen in de zakken te gaan van die [slachtoffer 1], en
/of
/ofin het gezicht en
/oftegen de kaak en
/of
/of
/ofzijn mededaders, handen in de zakken te gaan van die
/ofde telefoon van die [slachtoffer 1] te pakken, en
/of
te slaan en/ofin de
maag/buikstreek te trappen;
, althans een goed heeft verworven,voorhanden heeft gehad,
en/of heeft
, althans
5.Strafbaarheid feiten
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
Raad voor de Kinderbescherming(de Raad) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 7 april 2026. De Raad schrijft dat er op basis van het onderzoek zowel beschermende als risicofactoren in het leven van de verdachte zijn, die de kans op herhaling van strafbaar gedrag beïnvloeden. Risicofactoren worden met name gezien binnen de domeinen vrijetijdsbesteding, relaties, agressie, vaardigheden en houding. Hoewel de verdachte een gestructureerde vrijetijdsbesteding heeft (een bijbaan en sport) bestaan er zorgen over de invulling van zijn vrije tijd en daarmee over de kans op herhaling. Omdat er bij de verdenking medeverdachten betrokken waren, bestaan er tevens zorgen over de relaties van de verdachte. De Raad vraagt zich af in hoeverre het de verdachte zelfstandig lukt om afstand te houden van antisociale jongeren. Uit gesprekken met de verdachte, zijn moeder en informanten komt naar voren dat hij impulsief kan zijn. Hoewel het al veel beter gaat, denkt hij niet altijd goed na voordat hij iets doet en maakt hij niet altijd de beste keuzes. De Raad maakt zich daarom zorgen over zijn vaardigheden en daarmee over de kans op herhaling.
[naam], werkzaam bij de Jeugdbescherming West (JB West)naar voren gebracht dat de verdachte het sinds de schorsing van de voorlopige hechtenis goed doet. Hij heeft een bijbaan en doet het goed op school; het verzuim is een stuk minder dan voorheen. Zijn impulsiviteit blijft een aandachtspunt, waar mogelijk individuele behandeling bij kan helpen. Het is van belang dat de verdachte onder begeleiding blijft, maar dat is met de bijzondere voorwaarden opgelegd bij vonnis van 14 oktober 2025 inmiddels gewaarborgd. JB West kan zich vinden in het advies van de Raad.
- zich gedurende een door de jeugdreclassering Jeugdbescherming West te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de jeugdreclassering, zo vaak en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;
- gedurende de proeftijd zijn medewerking zal verlenen aan begeleiding van een jongerencoach;
- gedurende de proeftijd zal meewerken aan het verkrijgen en behouden van een positieve vrijetijdsbesteding in de vorm van sport en/of een bijbaan:
- gedurende de proeftijd overeenkomstig het rooster naar school zal gaan en zich zal houden aan de daar geldende afspraken.
8.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
geld’, dat zich in de hoes van de telefoon zou hebben bevonden. Uit de aangifte of overige verklaringen in het dossier blijkt niet dat benadeelde partij tevens is bestolen van € 50,-. De rechtbank is met de verdediging van oordeel dat deze schadepost onvoldoende is onderbouwd en verklaart de benadeelde partij in dit deel van de vordering niet-ontvankelijk.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Bijlagen
11.Beslissing
voor de duur van 30 (dertig) dagen;
14 (veertien) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;
- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
werkstrafvoor de duur van
40 (veertig) uren;
voor de duur van 20 (twintig) dagen;
€ 2.332,62 (zegge: tweeduizenddriehonderdtweeëndertig euro en tweeënzestig cent), bestaande uit € 332,62 aan materiële schade en € 2.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 27 juli 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de [benadeelde partij] te betalen
€ 2.332,62 (hoofdsom,
zegge: tweeduizenddriehonderdtweeëndertig euro en tweeënzestig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 jul 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;