Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:5094

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
17 april 2026
Publicatiedatum
4 mei 2026
Zaaknummer
C/10/717082 / JE RK 26-573
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 1:265b lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking kinderrechter over ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van drie minderjarigen

De Raad voor de Kinderbescherming heeft een verzoek ingediend tot ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van drie minderjarigen, geboren in 2014, 2015 en 2016, vanwege ernstige bedreiging van hun ontwikkeling. De kinderen verblijven vrijwillig bij de stiefopa van moederszijde. De moeder kampt met persoonlijke problematiek, waaronder onverwerkt trauma, vermoedelijke gokverslaving en gebruik van verdovende middelen, waardoor zij onvoldoende beschikbaar is voor de kinderen.

Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, heeft de kinderrechter de mening van de kinderen ingewonnen. De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west ondersteunt het verzoek van de Raad, terwijl de moeder verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing te beperken tot zes maanden. De moeder geeft aan aan haar problemen te werken, waaronder het staan onder bewind en het volgen van psychologische hulp.

De kinderrechter oordeelt dat aan de voorwaarden voor ondertoezichtstelling is voldaan en dat de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de kinderen. De kinderen krijgen bij de stiefopa de stabiliteit en veiligheid die zij nodig hebben. De machtiging tot uithuisplaatsing wordt daarom verleend voor negen maanden, met een pro forma zitting gepland op 1 december 2026 om de voortgang te beoordelen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: De kinderrechter stelt de minderjarigen onder toezicht en verleent een machtiging tot uithuisplaatsing bij de stiefopa voor negen maanden.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/717082 / JE RK 26-573
Datum uitspraak: 17 april 2026
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
regio Rotterdam-Dordrecht,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de Raad,
over
[minderjarige 1],
geboren op [geboortedatum 1] 2014 in [geboorteplaats 1] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 1] ,
[minderjarige 2],
geboren op [geboortedatum 2] 2015 in [geboorteplaats 1] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 2] ,
[minderjarige 3],
geboren op [geboortedatum 3] 2016 in [geboorteplaats 2] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 3] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. A. Apistola, kantoorhoudende te Zwijndrecht.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van de Raad met bijlage van 25 maart 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 april 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • de moeder (
  • de advocaat van de moeder;
- een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon A] ;
- een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west, gevestigd te Dordrecht, hierna te noemen: de GI, [persoon B] .
1.3.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] naar hun mening gevraagd. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 3] hebben hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. [voornaam minderjarige 2] heeft hierover een brief gestuurd. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat de kinderen hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] .
2.2.
[voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] verblijven op vrijwillige basis bij de stiefopa van moederszijde (mz).

3.Het verzoek

3.1.
De Raad verzoekt [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] binnen het netwerk, te weten bij de stiefopa mz, te verlenen voor de duur van een jaar. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De Raad handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. Er is sprake van een ernstig bedreigde ontwikkeling van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] . De Raad maakt zich zorgen om de loyaliteit van de kinderen richting de moeder en de stiefopa mz en om de rolomkering binnen het gezin. De kinderen hebben veel voor zichzelf moeten zorgen. Het is belangrijk dat de kinderen worden beschermd, in plaats van dat zij zichzelf moeten beschermen. De moeder kampt met persoonlijke problematiek en is momenteel onvoldoende beschikbaar voor de kinderen. De kinderen maken zich zorgen over de moeder. Er dient hulp te worden ingezet voor de moeder. De Raad acht een periode van twaalf maanden voor de uithuisplaatsing passend, omdat er heel veel moet gebeuren. Het is fijn dat de kinderen de afgelopen periode zijn opgevangen door de stiefopa mz en dat zij daar kunnen blijven.

4.De standpunten

4.1.
De GI ondersteunt ter zitting het verzoek van de Raad. Er moet een hoop gebeuren de komende periode, maar tegelijkertijd begrijpt de GI dat een periode van een jaar voor de moeder heftig is. Een lange periode zorgt er wel voor dat iedereen duidelijkheid heeft. Als de kinderen eerder naar huis kunnen, zal de GI daar altijd naar handelen. Er zijn twee jeugdbeschermers beschikbaar die aan het gezin worden gekoppeld.
4.2.
Door en namens de moeder wordt ter zitting verweer gevoerd tegen het verzoek van de Raad. De moeder heeft moeite met een termijn van een jaar. Namens de moeder wordt verzocht om de machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen voor de duur van zes maanden en het overige aan te houden. De kinderen verblijven inmiddels ook al sinds december 2025 bij de stiefopa mz. Met een termijn van zes maanden kan er vinger aan de pols worden gehouden. Er moet veel gebeuren en het is belangrijk dat er op korte termijn een plan van aanpak wordt opgesteld en dat er hulp wordt ingezet. Daarnaast is er op dit moment geen omgang tussen de moeder en de kinderen en dit moet worden opgestart.
De moeder voegt hieraan toe dat zij aan veel van de zorgen heeft gewerkt. De dingen worden erger gemaakt dan dat zij eigenlijk zijn. Zo heeft zij geen contact meer met haar ex-partner en is haar huis inmiddels netjes. Daarnaast staat zij op een wachtlijst voor de psycholoog. Ook staat de moeder onder bewind vanwege haar schulden. Er is geen sprake meer van een gokverslaving. De moeder kan niet meer gokken, omdat de zij onder bewind staat. De moeder mist haar kinderen enorm en wil er alles aan doen om de kinderen weer thuis te laten wonen.

5.De beoordeling

5.1.
Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
De ontwikkeling van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] wordt ernstig bedreigd. Er bestaan ernstige zorgen over de opvoedomgeving bij de moeder. De moeder kampt met persoonlijke problematiek, waardoor zij niet in staat is geweest om er fysiek en emotioneel voor de kinderen te zijn. De moeder heeft in het verleden enorm heftige gebeurtenissen meegemaakt en er is sprake van onverwerkt trauma. Daarnaast bestaan er zorgen dat de moeder een gokverslaving heeft en dat zij regelmatig verdovende middelen gebruikt. De kinderen zijn door de politie aangetroffen in een vervuilde woning. Uit onderzoek van de Raad is verder gebleken dat de moeder contact had met mannen die bekend zijn met overmatig alcoholgebruik en agressie waar de kinderen mee geconfronteerd werden. [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] hebben vaak voor zichzelf moeten zorgen. Zo werden zij alleen thuis gelaten en moesten zij zelf eten maken. Ter zitting is gebleken dat de moeder aan zichzelf aan het werken is. De moeder staat onder bewind en staat (al langere tijd) op de wachtlijst voor een psycholoog. Het is positief dat de moeder deze stappen zet, maar in het verleden is het de moeder niet gelukt om met de hulp in het vrijwillig kader de zorgen weg te nemen. Daarbij lijkt de moeder nog steeds keuzes te maken die niet in het belang van de kinderen zijn. De moeder is onvoldoende bereid en in staat om zelfstandig de zorgen weg te nemen. De komende periode moet er passende hulpverlening worden ingezet. Het is belangrijk dat er een jeugdbeschermer komt die naast de moeder gaat staan om haar te ondersteunen. Daarnaast is het belangrijk dat er hulp komt voor de kinderen. De kinderen hebben veel meegemaakt en zij maken zich nog steeds grote zorgen over hun moeder. Er is momenteel geen omgang tussen de moeder en de kinderen en dit moet weer worden opgestart. Zo kan er uiteindelijk worden bezien of de kinderen weer bij de moeder kunnen gaan wonen. Daarvoor is het belangrijk dat de moeder de samenwerking met de GI aangaat en de afspraken met de hulpverlening nakomt.
5.3.
Gelet op het voorgaande is de ondertoezichtstelling in dit geval nodig. De kinderrechter stelt [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] onder toezicht voor de duur van een jaar, te weten tot 17 april 2027.
5.4.
Ook is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. [2] De kinderen verblijven sinds december 2025 bij de stiefopa mz vanwege de zorgen over de thuissituatie van de moeder. Het gaat goed met de kinderen bij de stiefopa mz. De kinderen krijgen daar de stabiliteit en veiligheid die zij nodig hebben. Binnenkort gaat de stiefopa mz verhuizen, waardoor de kinderen ook een eigen kamer krijgen. Het is enorm positief dat de stiefopa mz de kinderen kan opvangen. Op dit moment kunnen de kinderen niet bij de moeder wonen. Het is belangrijk dat de moeder aan de slag gaat met de hulpverlening om zo in het belang van de kinderen stappen te kunnen zetten. De kinderrechter acht het in het belang van de kinderen dat de plaatsing bij de stiefopa mz wordt voortgezet.
5.5.
De kinderrechter ziet wel aanleiding om de machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen voor een kortere duur dan is verzocht. De kinderrechter vindt het, gelet op de huidige stand van zaken, belangrijk om vinger aan de pols te houden. Tegen die tijd kan worden gekeken naar de stand van zaken en naar de stappen die door de moeder zijn gezet. De kinderrechter zal de machtiging tot uithuisplaatsing daarom verlenen voor de duur van negen maanden, te weten tot 17 januari 2027. De kinderrechter houdt de beslissing op het resterende deel van het verzoek aan tot de hierna te noemen pro forma datum.
5.6.
De Raad wordt verzocht uiterlijk
twee wekenvoor de hierna te noemen pro forma datum te rapporteren (met afschrift aan de GI, de moeder en mr. Apistola) over de stand van zaken op dat moment en daarbij ook te vermelden of het verzoek al dan niet wordt gehandhaafd.
5.7.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
stelt [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west met ingang van 17 april 2026 tot 17 april 2027;
6.2.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] in een voorziening voor (netwerk)pleegzorg met ingang van 17 april 2026 tot 17 januari 2027;
en alvorens te beslissen:
6.3.
houdt de behandeling van het verzoek van de GI voor het overige aan en bepaalt dat het verzoek wordt aangehouden tot
1 december 2026 pro forma;
6.4.
bepaalt dat de Raad, de GI, de moeder en mr. Apistola op de genoemde pro forma datum niet ter zitting behoeven te verschijnen;
6.5.
verzoekt de Raad uiterlijk
twee wekenvoor de genoemde pro forma datum de kinderrechter de verzochte rapportage (met afschrift aan de GI, de moeder en mr. Apistola) te doen toekomen;
6.6.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 april 2026 door mr. D.G.J. Roset, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. Henschen als griffier, en op schrift gesteld op 24 april 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:255 Burgerlijk Pro Wetboek (BW).
2.Artikel 1:265b, eerste lid, BW.