In deze civiele zaak vordert eiser betaling van openstaande facturen van Badkamers B.V. ter hoogte van €191.539,43. Daarnaast vordert eiser schadevergoeding van Beheer B.V. en een individuele bestuurder wegens bestuurdersaansprakelijkheid, omdat zij persoonlijk ernstig verwijtbaar zouden hebben gehandeld door het niet nakomen van betalingsverplichtingen.
De rechtbank oordeelt dat Badkamers B.V. gehouden is tot betaling van het grootste deel van de facturen. Beheer B.V. en de individuele bestuurder worden hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor een bedrag van €26.897,47, omdat zij wisten of hadden moeten begrijpen dat Badkamers niet aan haar betalingsverplichtingen kon voldoen. De rechtbank verwerpt het betoog van een vooropgezet plan om de activiteiten van Badkamers ten koste van eiser te beëindigen, mede omdat eiser onvoldoende onderbouwde dat dit het geval was.
Verder wijst de rechtbank de vordering tot buitengerechtelijke incassokosten tegen Beheer B.V. en de individuele bestuurder af, maar kent deze wel toe tegen Badkamers B.V. Ook worden beslagkosten en proceskosten toegewezen, waarbij Badkamers B.V. en de andere gedaagden naar rato worden veroordeeld. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.