Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[eiser 1] ,
1.De procedure
- het tussenvonnis van 27 juni 2025 en de daarin genoemde stukken;
- de akte van Havensteder van 31 juli 2025;
- het deskundigenbericht van deskundige ing. J.C. Kok van 12 januari 2026;
- de aktes uitlaten factuur van [eiser 1] , [eiser 2] en Havensteder van 2 februari 2026;
- de reactie van de deskundige op de aktes;
- de conclusies na deskundigenbericht van [eiser 1] , [eiser 2] en Havensteder van 26 maart 2026.
2.De verdere beoordeling
Samenvattend is de schimmelvorming te herleiden tot een onvoldoende mate van ventilatie in de badkamer bij een regelmatig terugkerend hoog vochtgehalte, zoals in een badkamer te verwachten is. Daarbij is vastgesteld dat met de aanwezige voorzieningen en bediening geen voldoende mate van ventilatie te realiseren is. Dit betekent dat ook wanneer de ventilatie altijd op de maximale stand staat, de afzuiging onvoldoende is.” De deskundige heeft deze conclusie getrokken op basis van het feit dat sprake is van een inpandige badkamer waarin de ventilatie op mechanische wijze gerealiseerd wordt. Op de maximale stand bleef een vel papier niet hangen aan het afzuigventiel. Dit leidt volgens de deskundige tot de conclusie dat sprake is van een zeer matige en ontoereikende mate van afzuiging. Verder heeft de deskundige geconstateerd dat het bedieningspaneel in de badkamer niet werkt. Het bedieningspaneel in de keuken werkt wel.