ECLI:NL:RBROT:2026:5019
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking voorlopige voorziening gehandicaptenparkeerplaats
Verzoekster diende een aanvraag in voor een gehandicaptenparkeerplaats, welke door het college werd afgewezen vanwege de beperkte geldigheidsduur van haar gehandicaptenparkeerkaart. Na bezwaar vroeg zij een voorlopige voorziening, maar trok dit verzoek in nadat zij een nieuwe gehandicaptenparkeerkaart ontving en het college haar nieuwe aanvraag in behandeling nam.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het college niet aan het verzoek om voorlopige voorziening was tegemoetgekomen, omdat er nog geen gehandicaptenparkeerplaats was toegekend, slechts een aanvraag in behandeling was genomen. Hierdoor kon het verzoek om proceskostenveroordeling niet worden toegewezen.
Daarnaast stelde de voorzieningenrechter vast dat verzoekster onvoldoende had onderbouwd dat zij haar gehandicaptenparkeerkaart niet eerder kon verlengen, terwijl het college aannemelijk maakte dat een herinnering vier maanden voor afloop wordt verstuurd. De rechtbank wees het verzoek om proceskostenveroordeling daarom af.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat het college niet is tegemoetgekomen aan het verzoek om voorlopige voorziening.