ECLI:NL:RBROT:2026:5018

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
29 april 2026
Publicatiedatum
30 april 2026
Zaaknummer
C/10/718958 / JE RK 26-811
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 PaspoortwetArt. 34 PaspoortwetArt. 254 Boek 1 BWArt. 800 lid 3 Wetboek van RechtsvorderingArt. 809 lid 3 Wetboek van Rechtsvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking vervangende toestemming reisdocument minderjarige onder toezicht

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht de kinderrechter om vervangende toestemming te verlenen voor het verkrijgen van een Nederlands reisdocument voor een minderjarige die onder toezicht is gesteld en momenteel verblijft in een psychiatrisch ziekenhuis in Tsjechië. De moeder van de minderjarige vertrok zonder toestemming met het kind naar Tsjechië en weigert het paspoort af te geven, terwijl de vader toestemming gaf voor het aanvragen van het paspoort.

De kinderrechter toetst het verzoek aan het belang van het kind en oordeelt dat het niet in het belang van de minderjarige is om in Tsjechië te blijven, ondanks haar eigen wens. De minderjarige heeft de Nederlandse nationaliteit en er zijn kinderbeschermingsmaatregelen in Nederland van kracht. De kinderrechter besluit daarom de wens van het kind te passeren en vervangende toestemming te verlenen.

De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt. De belanghebbenden en de minderjarige worden uitgenodigd om hun mening te geven op een nader te bepalen zittingsdatum. De zitting is gepland op 7 mei 2026 in Rotterdam. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag.

Uitkomst: De kinderrechter verleent vervangende toestemming voor het verkrijgen van een Nederlands reisdocument voor de minderjarige en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/718958 / JE RK 26-811
Datum uitspraak: 29 april 2026
Beschikking van de kinderrechter over vervangende toestemming reisdocument
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [voornaam minderjarige]
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen de moeder,
zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland,
[naam vader],
hierna te noemen de vader,
zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
- het schriftelijke verzoek met bijlagen van de GI van 28 april 2026, ontvangen op 28 april 2026.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige]
2.2.
[voornaam minderjarige] verblijft in een psychiatrisch ziekenhuis in Tsjechië.
2.3.
Bij beschikking van 22 augustus 2025 is [voornaam minderjarige] onder toezicht gesteld met ingang van 22 augustus 2025 tot 22 augustus 2026.
2.4.
Bij beschikking van 17 maart 2026 is de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een gezinsgerichte voorziening verlengd tot 22 augustus 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt op grond van artikel 36 Paspoortwet Pro met spoed vervangende toestemming te verlenen voor het verkrijgen van een Nederlands reisdocument ten behoeve van [voornaam minderjarige] De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De beoordeling

4.1.
Op grond van artikel 36, eerste lid, van de Paspoortwet, voor zover hier relevant, kan bij een aanvraag ten behoeve van een minderjarige die onder toezicht is gesteld en jonger is dan zestien jaar, indien één of beide personen die het gezag over de minderjarige uitoefenen, weigeren een verklaring van toestemming als bedoeld in artikel 34, eerste lid, af te geven, in plaats van die verklaring een verklaring van toestemming van de bevoegde rechter worden overgelegd.
4.2.
Op grond van artikel 36, tweede lid, van de Paspoortwet kan de rechter een verklaring van toestemming afgeven op verzoek van een rechtspersoon als bedoeld in artikel 254 van Pro Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. De rechter geeft een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
4.3.
De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen van de GI. [voornaam minderjarige] staat onder toezicht van de GI. Er loopt een machtiging uithuisplaatsing voor een gezinsgerichte voorziening welke recent is verlengd tot 22 augustus 2026. Deze machtiging heeft de GI nog niet kunnen gebruiken, omdat de moeder met [voornaam minderjarige] naar Tsjechië is vertrokken. Dit heeft de moeder gedaan zonder toestemming van de vader en zonder toestemming van de GI. Naar aanleiding van een internationaal opsporingsbevel is de moeder inmiddels gedetineerd in Tsjechië. [voornaam minderjarige] is opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis in Tsjechië. De moeder weigert nog altijd om [voornaam minderjarige] naar Nederland te laten komen en weigert haar paspoort af te geven. Omdat de moeder niet meewerkt aan de teruggeleiden van [voornaam minderjarige] door het vasthouden van het paspoort van [voornaam minderjarige] , vraagt de GI vervangende toestemming voor de aanvraag van een paspoort. De vader geeft toestemming voor een inperking van zijn gezag voor het aanvragen van een paspoort voor [voornaam minderjarige] , om [voornaam minderjarige] naar Nederland te kunnen halen.
4.4.
De vraag of de kinderrechter vervangende toestemming zal verlenen moet worden getoetst aan de maatstaf of dat in het belang van het kind wenselijk is. Hoewel [voornaam minderjarige] tegen de GI aangeeft dat zij in Tsjechië wil blijven, oordeelt de kinderrechter dat het niet in haar belang is om daar op dit moment te verblijven. Zij verblijft in een psychiatrisch ziekenhuis in Tsjechië, terwijl zij zelf de Nederlandse nationaliteit heeft en er in Nederland kinderbeschermingsmaatregelen zijn afgegeven voor [voornaam minderjarige] Deze maatregelen zien op [voornaam minderjarige] die klem zit tussen haar ouders als gevolg van complexe echtscheidingsproblematiek. De kans is aanwezig dat [voornaam minderjarige] haar eigen belang op dit moment niet duidelijk voor ogen heeft. De kinderrechter zal daarom de wens van [voornaam minderjarige] om in Tsjechië te blijven, passeren.
4.5.
Hoewel een beslissing op grond van artikel 36 van Pro de Paspoortwet niet genoemd wordt in artikel 800 lid 3 Wetboek Pro van Rechtsvordering (Rv) of artikel 809 lid 3 Rv Pro, zal de kinderrechter gelet op bovenstaande informatie in het belang van [voornaam minderjarige] het verzoek toch beoordelen zonder de belanghebbenden en [voornaam minderjarige] te horen. De kinderrechter is van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [voornaam minderjarige]
4.6.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
4.7.
De belanghebbenden en [voornaam minderjarige] worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven op nader te noemen zittingsdatum. Zoals de wet voorschrijft gebeurt dit binnen twee weken na het nemen van de beslissing.
4.8.
De kinderrechter verzoekt de GI de ouders en [voornaam minderjarige] over de zittingsdatum te informeren, aangezien de ouders en [voornaam minderjarige] momenteel niet in Nederland verblijven. Verder geeft de kinderrechter de GI mee dat, indien de ouders of [voornaam minderjarige] per video- of telefoonverbinding gehoord willen worden, de GI dit van te voren aan de rechtbank kan laten weten.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
verleent aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd te Rotterdam, vervangende toestemming voor de aanvraag van een Nederlands reisdocument (paspoort) voor de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats] ,
5.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
5.3.
roept de GI en de belanghebbenden op voor de zitting van mr. R. van den Wildenberg op
7 mei 2026 om 12:00 uurin het gerechtsgebouw van de rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam, aan Wilhelminaplein 100-125 te Rotterdam;
5.4.
bepaalt dat deze beschikking voor de GI geldt als oproep voor de zitting;
5.5.
vraagt de griffier om de belanghebbenden per adres van de GI en per Staatscourant op te roepen;
5.6.
vraagt de griffier [voornaam minderjarige] op te roepen per adres van de GI.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2026 door
mr. R. van den Wildenberg, kinderrechter, in aanwezigheid van D. van der Aa als griffier, en op schrift gesteld op 29 april 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.