Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 150 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 135 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar met als bijzondere voorwaarden dat de verdachte zal meewerken aan begeleiding door de jeugdreclassering, zal meewerken aan een coach van Boba, zijn medewerking zal verlenen aan behandeling bij De Waag en zich zal inspannen voor het hebben en behouden van zinvolle dagbesteding;
- met opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: JBRR) tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
- veroordeling van de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen vervangende jeugddetentie.
4.Waardering van het bewijs
of omstreeks13 februari 2025 te Spijkenisse, gemeente Nissewaard
een of meeranderen,
althans alleen,
in elk geval enig goed, dat/die
geheel of ten deleaan “Hotphones"
, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)toebehoorde
(n
)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan
,envergezeld
en/of gevolgdvan
geweld en/ofbedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en
/of[slachtoffer 2] en
/of[slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden
ofengemakkelijk te maken
, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,door
een vuurwapen, althanseen op een vuurwapen gelijkend voorwerp te tonen en
/ofte richten op die [slachtoffer 1] en
/ofdie [slachtoffer 2] en
/ofdie [slachtoffer 3]
, althans woorden van gelijke aard en/of strekking
5.Strafbaarheid feit
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
19 maart 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld.
de deskundige [naam], werkzaam als jeugdreclasseringsmedewerker bij JBRR, het advies van JBRR toegelicht. Zij heeft verklaard dat de verdachte afspraken nakomt. De schoolgang van de verdachte is wel een punt van aandacht, daar heeft kort geleden voor de derde keer een agressie-incident plaatsgevonden. Het is daarom van belang dat de verdachte agressie-regulatietraining bij de Waag gaat volgen. Dat is waardevoller dan het uitvoeren van een werkstraf. Om die reden wijzigt de jeugdreclasseerder het advies. Geadviseerd wordt om agressie-regulatie behandeling aan de bijzondere voorwaarden toe te voegen. Oplegging van een onvoorwaardelijke werkstraf wordt niet langer geadviseerd.
8.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
€ 1.500,-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld. Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Bijlage
11.Beslissing
jeugddetentievoor de duur van
120 (honderdtwintig) dagen;
105 (honderdvijf) dagen,
niet ten uitvoerzal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
- zich gedurende een door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (JBRR) te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door JBRR te bepalen tijdstippen zal melden bij JBRR, zo vaak en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;
- zijn medewerking zal verlenen aan behandeling en coaching door Boba;
werkstrafvoor de duur van
60 (zestig)
uren;
30 (dertig) dagen;
€ 1.500,- (zegge: duizend vijfhonderd euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 13 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de [benadeelde partij] te betalen
€ 1.500,-(hoofdsom,
zegge:
duizend vijfhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 februari 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;