Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het wrakingsverzoek van verzoeker, op 11 maart 2026 mondeling gedaan tijdens de zitting van de hiervoor onder 1.1. genoemde zaak;
- het proces-verbaal van de zitting van 11 maart 2026 waarin het mondeling wrakingsverzoek en de gronden daarvan zijn vermeld;
- de schriftelijke toelichting op het wrakingsverzoek van 12 maart 2026;
- de schriftelijke reactie van de rechter van 13 maart 2026;
- de aanvulling van de gronden van 13 maart 2026, met bijlagen;
- de spreekaantekeningen van de advocaat van verzoeker.
- de verzoeker en zijn hiervoor genoemde advocaat;
- de rechter.