Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:4819

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
17 april 2026
Publicatiedatum
23 april 2026
Zaaknummer
11459572 CV EXPL 24-32372
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rolbeslissing bewijslevering in geschil over lekkage en schuifsok afvoerleiding

In deze civiele procedure tussen eisers en gedaagde is aan eisers het bewijs opgedragen dat gedaagde of een door hem gemachtigde voorafgaand aan de lekkage handelingen heeft verricht waardoor de schuifsok van de afvoerleiding in de keuken is verschoven of losgekomen.

Eisers hebben schriftelijk bewijs ingediend en verzocht om, indien dit bewijs onvoldoende wordt geacht, ook getuigen te mogen oproepen. De kantonrechter benadrukt dat de keuze voor de wijze van bewijslevering bij eisers ligt en dat zij niet mogen afwachten of het schriftelijke bewijs voldoende is voordat zij beslissen over het horen van getuigen.

De kantonrechter verwijst de zaak naar een rolzitting op 7 mei 2026, waar eisers schriftelijk moeten aangeven of zij naast het schriftelijke bewijs ook getuigen willen horen. Indien zij dat wensen, moeten zij uiterlijk een dag voor de zitting het aantal, de personalia en de beschikbaarheid van de getuigen opgeven, evenals de beschikbaarheid van partijen voor de maanden juli tot en met oktober 2026.

Ten slotte wijst de kantonrechter erop dat eisers zelf verantwoordelijk zijn voor het oproepen van de getuigen zodra datum en plaats van het getuigenverhoor zijn vastgesteld. De beslissing is gegeven door kantonrechter G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Eisers moeten zelf bepalen hoe zij het bewijs leveren en uiterlijk op 7 mei 2026 aangeven of zij getuigen willen horen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
zaaknummer: 11459572 CV EXPL 24-32372
datum uitspraak: 17 april 2026

Rolbeslissing van de kantonrechter

in de zaak van
1. [eiser 1],
woonplaats: [woonplaats 1] ,
2. [eiser 2],
woonplaats: [woonplaats 2] ,
eisers,
die zelf procederen,
tegen

[gedaagde] ,

woonplaats: [woonplaats 3] ,
gedaagde,
gemachtigde: mr. I.M. van den Heuvel.
De partijen worden hierna ‘ [eisers] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
In het vonnis van 6 maart 2026 is aan [eisers] het bewijs opgedragen van hun stelling dat [gedaagde] , dan wel iemand anders die daartoe door [gedaagde] in de gelegenheid is gesteld, voorafgaand aan het ontstaan van de lekkage zodanige handelingen heeft verricht, dat daardoor de schuifsok van de afvoerleiding in de keuken is verschoven en/of losgekomen.
[eisers] hebben een akte ingediend, waarbij zij schriftelijk bewijs in het geding hebben gebracht. Daarnaast hebben [eisers] in die akte aan de kantonrechter gevraagd om, voor het geval de kantonrechter het schriftelijke bewijs onvoldoende vindt, over te gaan tot het oproepen van een aantal getuigen.
De kantonrechter stelt voorop dat het bewijs aan [eisers] is opgedragen en dat het daarom ook aan hen is om te beslissen hoe zij dat bewijs willen leveren. [eisers] moeten dan ook zelf bepalen of zij, naast het schriftelijke bewijs, op dit moment ook getuigen willen laten horen. Het is dus uitdrukkelijk niet de bedoeling dat [eisers] die keuze overlaten aan de kantonrechter en zij kunnen die keuze ook niet uitstellen totdat beoordeeld is of het schriftelijke bewijs voldoende is.
Gelet op het bovenstaande wordt van [eisers] verwacht dat zij alsnog duidelijk aangeven hoe zij het opgedragen bewijs willen leveren. De kantonrechter verwijst de zaak daarom naar de rolzitting van
donderdag 7 mei 2026 om 11.30 uur, zodat [eisers] schriftelijk kunnen laten weten of zij, naast het schriftelijke bewijs, ook getuigen willen laten horen. Als [eisers] dat inderdaad willen, moeten zij uiterlijk een dag voor de rolzitting, die hiervoor is genoemd, het aantal en de personalia van de getuigen opgeven en de verhinderdata van de getuigen en
beidepartijen voor de maanden juli, augustus, september en oktober 2026;
De kantonrechter wijst er ten slotte nog op dat, als [eisers] getuigen willen laten horen, zij na het bepalen van een datum en plaats voor het getuigenverhoor zelf de getuigen moeten oproepen.
Deze beslissing is gegeven door kantonrechter mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.
44487