2.3.1.Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot zware mishandeling van een politieagent en aan wederspannigheid. De volledige bewezen-verklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.
De bewezenverklaring van de feiten 1 primair en 2 is gebaseerd op de opgenomen inhoud van de bewijsmiddelenen de onderstaande bewijsmotivering.
1.
Proces-verbaal van de politie, verklaring van de aangever [slachtoffer]
Ik ben tijdens uitvoering van mijn werkzaamheden als politieambtenaar en herkenbaar als zodanig door de verdachte mishandeld en hij heeft mij getracht te verwurgen.
2.
Proces-verbaal van de politieOp 31 januari 2024 was ik gekleed in mijn politievliegeruniform. Mijn uniform ziet er niet uit als het dagelijkse uniform dat de collega’s op straat dragen, echter op mijn uniform is duidelijk te zien dat ik van de politie ben. Ik droeg tevens mijn koppel met hieraan mijn geweldmiddelen.
Ik reed achter een voertuig en wilde de identiteit van de bestuurder vaststellen en waarschuwen voor zijn weggedrag. In de gemeente Ridderkerk zag ik dat hij ineens vol in de rem ging waardoor ik met mijn voertuig op een meter of vier achter hem tot stilstand kwam. Ik zag dat beide portieren van het voertuig open gingen en dat de bestuurder en de passagier uit de auto kwamen. Ik stapte ook uit mijn auto en maakte mij direct kenbaar als politie ambtenaar. Ik riep hard: "politie, staan blijven". Ik zag dat zij hier niet aan voldeden. Ik deelde nogmaals mede dat ik van de politie was en dat ik de bestuurder zijn identiteitsbewijs wilde inzien. Ik zag dat de passagier steeds dichter tegen mij aan ging staan en ik voelde dat hij fysiek werd. Ik voelde dat hij mij met zijn handen meerdere malen mij tegenhield en duwde. Ik hoorde hem in woorden van gelijke strekking tegen mij zeggen: "jij gaat niets doen." Ik riep direct naar hem dat hij was aangehouden. Ik hoorde dat hij tegen mij riep: "jij gaat helemaal niemand aanhouden". Ik hoorde dat hij dit meerdere malen tegen mij herhaalde in woorden van gelijke strekking. Ik pakte mijn handboeien en zei tegen de hem: "je bent aangehouden en anders ga ik mijn boeien gebruiken." Ik heb de verdachte meerdere keren gewaarschuwd, dat als hij niet mee zou werken ik geweld zou gebruiken tegen hem. Ik pakte hem beet bij de kleding aan de arm/schouder teneinde hem aan te houden en hem bij mij te houden. Ik voelde dat hij mijn handboeien uit mijn hand sloeg. Ik zag dat deze voor mij op de grond vielen. Ik zag dat de verdachte wegliep in de richting van de rotonde. Ik riep naar hem: "je bent aangehouden, staan blijven." Ik pakte de verdachte beet bij zijn kleding met als doel hem te doen stoppen. Ik voelde dat de verdachte zich met kracht uit mijn greep los rukte. Ik hoorde dat hij gilde: "pak mij niet vast, raak mij niet aan". Ik heb de verdachte meerdere keren beetgepakte en hem telkens medegedeeld dat hij aangehouden was en dat hij moest meewerken. Ik voelde dat de verdachte zich telkens met veel kracht lostrok. Ik heb vervolgens wederom de verdachte te voet ingehaald en hem opnieuw vastgepakt en medegedeeld dat hij was aangehouden. Ik zag en hoorde dat de man zeer agressief werd en een dreigende houding aannam. Ik zag dat hij met gebalde vuist voor mij ging staan en ik hoorde dat de verdachte zei: "ik ga je voor je bek slaan" of woorden van gelijke strekking. Ik voelde dat de verdachte mij beetpakte bij mijn kraag. Ik voelde dat de verdachte mij met kracht wegtrok alle kanten op waar ik niet heen wilde. Ik voelde mij genoodzaakt mijn wapenstok te trekken en de verdachte hiermee een slag op de arm te geven. Ik zag dat ik hem raakte echter ik bemerkte dat de verdachte hierdoor nog meer in het verzet ging. Ik voelde dat de verdachte mij beetpakte bij de bovenkleding en mij met kracht voorover trok waardoor ik met mijn hoofd in de holte van de elleboog van verdachte kwam. Ik voelde dat de verdachte mij met behulp van zijn arm begon te verwurgen. Ik voelde dat de verdachte dit met veel kracht deed. Ik hoorde dat de bestuurder tegen de verdachte riep: "laat hem los, laat hem los." Ik voelde dat de verdachte dit niet deed. Ik voelde dat hij alleen maar meer kracht zette en mij verwurgde. Ik voelde dat ik moeite kreeg met adem halen. Ik voelde dat ik mijn bewustzijn begon te verliezen. Ik voelde en hoorde tevens mijn strottenhoofd en mijn kaak kraken. Mijn strottenhoofd deed pijn. Ik heb toen duidelijk gemaakt dat ik geen lucht meer kreeg en dat de verdachte mij echt los moest laten. Ik zei met veel moeite tegen de verdachte dat hij mij los moest laten, omdat ik geen lucht meer kreeg. Ik voelde dat de verdachte dit niet deed en nog harder begon te wurgen. Ik heb mijn dienstwapen getrokken en een waarschuwingsschot in de lucht gegeven. Ik voelde dat de verdachte nog harder wurgde en mij nog steeds aan het verwurgen was. Ik heb vervolgens mijn dienstwapen hard in zijn onderbuik gedrukt, en heb met veel moeite duidelijk proberen te maken dat ik zou schieten. Ik heb met veel moeite tegen de verdachte gezegd dat ik zou schieten. Ik voelde dat de verdachte zijn verwurgen beëindigde en mij los liet. Ik kreeg weer lucht en moest bijkomen van de verwurging.
Eenmaal op het politiebureau begon ik pijn aan mijn linkerkant van mijn kaak, strottenhoofd, linker bovenlip en mijn rechterhand te voelen.
3.
Proces-verbaal van de politieOp 31 januari 2024 zagen wij, verbalisanten, op de Populierenlaan in Ridderkerk twee personen verwikkeld in duw- en trekwerk. Wij zagen en hoorden dat de collega van de luchtvaart redelijk in paniek was en moeite had met ademhalen. Hij vertelde ons zojuist gewurgd te zijn door de verdachte.
De verdachte bleek te zijn genaamd: [achternaam verdachte] , [voornaam verdachte] , geboren [geboortedatum 1] 1973.
Ik, verbalisant [naam verbalisant 1] , werd aangeroepen door een manspersoon, die aangaf te hebben gezien wat er was gebeurd. Deze man gaf mij op te zijn genaamd: [achternaam getuige] , [voornaam getuige] , geboren op [geboortedatum 2] 1999. Hij verklaarde het volgende:
"Zojuist hoorde ik geschreeuw op straat en liep ik naar het raam om naar buiten te kijken. Ik zag twee mannen met elkaar in gevecht waarbij de ene man in de rode trui, de andere man in het donker gekleed, in een soort wurgklem hield. Ik zag dat de man in het donker gekleed, een pistool pakte en één keer in de lucht schoot. Niet lang daarna liet de man met de rode trui de wurgklem los en liep weg. De man in het donker gekleed liep er achteraan.”
4.
Proces-verbaal van de politie
Ik, verbalisant [naam verbalisant 2] , bekeek de beelden. Ik zag op de beelden een weg die ik herken als de Populierenlaan in Ridderkerk. Ik zag dat de verdachte met zijn arm de aangever vasthield om zijn nek. Ik zag dat aangever vervolgens met zijn rechterhand richting zijn heup bewoog. Ik zag dat hij vervolgens zijn rechterarm omhoog stak. Ik zag in zijn rechterhand een zwart voorwerp. Ik hoorde vervolgens een knal en zag een rookwolkje boven de rechterhand van aangever. Ik zag dat verdachte en aangever langzaam ronddraaien waardoor het voorwerp in de hand van aangever herkenbaar werd als een vuurwapen. Ik zag dat verdachte de aangever nog steeds vasthield en ik zag dat aangever zijn vuurwapen nog steeds omhoog richtte. Ik zag dat de aangever vervolgens het vuurwapen tegen de middel van verdachte plaatste. Ik zag dat verdachte de aangever vervolgens losliet.
5.
Schriftelijk stuk, FARR medische informatie
Objectieve bevindingen:
1: Aan de rechterzijde van de hals net onder de rechter kaakhoek is een matig scherp begrensde rood-blauwe huidverkleuring aanwezig van +/- 7 cm bij 3 cm.
2: Aan de voorzijde van de nek, net boven het strottenhoofd, is een scherp begrensde lijnvormige rode huidbeschadiging aanwezig van +/- 1,5 cm.
Bijkomende gegevens:
1: Letsel is geduid als bloeduitstorting.
2: Letsel is geduid als krasverwonding.
Geschatte genezingsduur: bij een ongecompliceerd beloop is de geschatte genezingsduur 1-2 weken.
2.3.2.Bewijsmotivering
Ten aanzien van feit 1 heeft de verdediging aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat de verdachte de aangever bij zijn keel in een nekklem heeft gehouden. De aangifte wordt niet ondersteund door foto’s en het geconstateerde letsel past volgens de verdediging meer bij de verklaring van de verdachte dat hij de aangever om zijn hoofd heeft vastgehouden dan bij de verklaring van de aangever. Er zijn volgens de verdediging geen objectieve gegevens waaruit een aanmerkelijke kans op zwaar letsel kan worden afgeleid.
De rechtbank overweegt het volgende. Voor een poging tot zware mishandeling is vereist dat de verdachte opzet had om de aangever zwaar lichamelijk letsel toe te brengen en dat dit opzet zich heeft geopenbaard in een begin van uitvoering van een handeling, waarmee, indien voltooid, zwaar lichamelijk letsel zou zijn toegebracht. Voornoemd opzet kan ook in de vorm van voorwaardelijk opzet aanwezig zijn geweest.
De aangever heeft – in het door hem opgemaakte proces-verbaal – verklaard dat de verdachte zijn keel heeft dichtgeknepen en dicht heeft gehouden. Naast dat de aangever dit proces-verbaal op ambtseed heeft opgemaakt, wordt zijn verklaring ook ondersteund door de FARR-verklaring waarin het letsel aan de hals wordt omschreven en door het proces-verbaal opgemaakt door de verbalisanten [naam verbalisant 1] en [naam verbalisant 3] die de aangever buiten adem en in paniek ter plaatse aantreffen. De aangever vertelt hen dan dat hij verwurgd is door de verdachte. Ook het proces-verbaal van het uitkijken van de beelden ondersteunt de verklaring van de aangever.
Het dichtknijpen van de keel is naar algemene ervaringsregels zozeer gericht op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel – als gevolg van snel intredend zuurstofgebrek in de hersenen met ernstige lichamelijke gevolgen – dat de rechtbank van oordeel is dat de verdachte met zijn handelen in ieder geval willens en wetens de aanmerkelijke kans op dat gevolg heeft aanvaard. De rechtbank is daarom van oordeel dat de verdachte ten minste voorwaardelijk opzet had op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel en dat feit 1 primair wettig en overtuigend bewezen is.
Ten aanzien van feit 2 heeft de verdediging aangevoerd dat niet buiten redelijke twijfel kan worden bewezen dat de aangever in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening was.
De rechtbank verwerpt dit verweer. Uit de bewijsmiddelen volgt dat de aangever zich kenbaar heeft gemaakt als politieagent, dat hij een uniform droeg, dat hij een koppel droeg met handboeien en een vuurwapen en dat hij meermalen aan de verdachte kenbaar heeft gemaakt dat hij was aangehouden. Dit maakt dat het voor de verdachte duidelijk was, of duidelijk had moeten zijn, dat hij werd aangehouden door een verbalisant. Daarmee
handelde de aangever in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening. Feit 2 is daarmee ook wettig en overtuigend bewezen.
2.3.3.Volledige bewezenverklaring
Feit 1 primair
hij op 31 januari 2024 te Ridderkerk ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet toen en daar de keel van die [slachtoffer] heeft dichtgeknepen en gedurende enige tijd dichtgeknepen heeft gehouden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
Feit 2
hij op 31 januari 2024 te Ridderkerk zich met geweld en bedreiging met geweld heeft verzet tegen een ambtenaar, [slachtoffer] , brigadier bij de Landelijke Eenheid, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, te weten ter aanhouding van de verdachte door:
- de handboeien uit de handen van die [slachtoffer] te slaan;
- het telkens met kracht uit de greep van die [slachtoffer] los te rukken;
- met gebalde vuist voor die [slachtoffer] te gaan staan en te zeggen "ik ga je voor je bek slaan";
- de keel van die [slachtoffer] dicht te knijpen en enige tijd dichtgeknepen te houden.