Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:4701

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
20 april 2026
Publicatiedatum
21 april 2026
Zaaknummer
ROT 24/328
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.21 WhtArt. 2.7 WhtArt. 3:2 AwbArt. 8:72 AwbArtikel 9 lid 2 onder b model beleidsregels brede ondersteuning VNG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning aanvullende vergoeding renovatiewerkzaamheden in kader brede ondersteuning

Eiseres, gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire, vroeg een aanvullende vergoeding voor renovatiewerkzaamheden aan haar woning. Het college kende aanvankelijk € 20.050 toe op basis van een bouwtechnisch rapport, maar wees een aanvullend bedrag van € 2.678,98 af omdat eiseres kunststof kozijnen liet plaatsen in plaats van houten, en andere keuzes maakte.

Eiseres stelde dat de werkelijke kosten hoger waren en overhandigde een aannemersofferte van € 22.728,98. De rechtbank stelde vast dat het college onvoldoende rekening hield met het criterium van het kunnen maken van een nieuwe start, zoals bedoeld in de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht), en dat de keuze voor kunststof kozijnen begrijpelijk was vanwege vocht- en schimmelproblemen.

De rechtbank oordeelde dat het college de aanvullende vergoeding ten onrechte had afgewezen, vernietigde het besluit en bepaalde dat het college het bedrag alsnog aan eiseres moet betalen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter A.J. van Spengen op 20 april 2026.

Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot afwijzing van de aanvullende vergoeding en beveelt het college tot betaling van € 2.678,98 aan eiseres.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 24/328

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 april 2026 in de zaak tussen

[naam eiseres] , uit [plaats] , eiseres

en
het college van burgemeester en wethouders van Capelle aan den IJssel, het college
(gemachtigde: [persoon A] ).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om een aanvullende vergoeding in het kader van de brede ondersteuning door de gemeente. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de aanvraag om een aanvullende vergoeding niet heeft kunnen afwijzen. Eiseres krijgt dus gelijk en het beroep is dus gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een aanvullende vergoeding met betrekking tot renovatiewerkzaamheden aan haar woning ter hoogte van € 2.678,-. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 29 augustus 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 1 december 2023 op het bezwaar van eiseres is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 13 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en de gemachtigde van het college.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit
3. Eiseres heeft één kind en is door de Dienst Toeslagen aangemerkt als gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire. Zij heeft zich aangemeld voor brede ondersteuning door het college. In dat kader heeft zij verschillende vergoedingen ontvangen, onder meer voor het volgen van een hbo-opleiding en voor de aanschaf van verschillende goederen. Eiseres heeft ook een vergoeding gevraagd voor herstelwerkzaamheden aan haar woning (het vervangen van een dakkapel, dakramen, raamkozijnen en een voordeur).
3.1.
De aanvraag voor het vervangen van de dakkapel, dakramen, raamkozijnen en een voordeur (de aanvraag) is in eerste instantie door het college bij besluit van 12 mei 2023 afgewezen. Naar aanleiding van het bezwaar van eiseres daartegen is door het college een schade-expert ingeschakeld voor een bouwtechnisch onderzoek naar de staat van de woning. Dit onderzoek is op 17 juli 2023 uitgevoerd door schade-expertisebureau Context B.V. Uit het rapport van 3 augustus 2023 (het rapport) blijkt dat vervanging van de dakkapel, dakramen, raamkozijnen en de voordeur noodzakelijk zijn en dat de kosten van de herstelwerkzaamheden worden begroot op € 20.050,-. Bij besluit van 15 augustus 2023 heeft het college de aanvraag alsnog toegekend en een bedrag van € 20.050,- aan eiseres overgemaakt. Eiseres heeft zich op het standpunt gesteld dat de daadwerkelijke kosten van de herstelwerkzaamheden € 22.728,98 bedragen. Het verschil van € 2.678,98 wil zij vergoed zien. Deze aanvraag is bij het besluit van 29 augustus 2023 afgewezen.
Standpunt van het college
4. Het college stelt zich op het standpunt dat eiseres deels andere werkzaamheden heeft laten uitvoeren dan de minimaal noodzakelijke herstelwerkzaamheden die in het rapport van Context B.V. beschreven zijn en waarvoor aan haar € 20.050,- is toegekend. Zo heeft eiseres kunststof kozijnen laten plaatsen waardoor er geen reparaties aan aangetast houtwerk hoefden plaats te vinden en was schilderwerk niet noodzakelijk. De Velux dakramen zijn echter nog niet vervangen en ook de dakkapel is niet vervangen, maar gerenoveerd. Er is begrip voor de motieven van eiseres om andere keuzes te maken dan de door Context B.V. voorgestelde herstelwerkzaamheden, maar met deze keuzes hangen ook andere kosten samen. De keuze voor kunststof kozijnen maakt dat zij geen budget meer heeft voor de vervanging van de Velux dakramen. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat het rapport van Context B.V. niet zorgvuldig is opgesteld. Ook heeft ze geen tegenrapport ingediend, waaruit zou blijken dat de bevindingen van Context B.V. niet correct zijn. De aanvullende vergoeding wordt daarom niet toegekend.
Standpunt van eiseres
5. Eiseres stelt dat het college ten onrechte niet heeft gekeken naar de daadwerkelijke kosten van het verrichten van de noodzakelijk geachte herstelwerkzaamheden. Eiseres stelt dat geen enkele aannemer de herstelwerkzaamheden voor het bedrag van € 20.050,- kon uitvoeren. Het college had volgens eiseres om een offerte van een aannemer moeten vragen om vast te stellen wat de daadwerkelijke kosten zouden zijn. In plaats daarvan heeft het college zich op het standpunt gesteld dat eiseres moest bewijzen dat de kosten hoger zijn dan € 20.050,-. Eiseres vindt dit niet terecht. Eiseres heeft een offerte van een aannemer overgelegd, waarin de aannemer de werkzaamheden van renovatie van de dakkapel en de levering en montage van kunststof kozijnen offreert voor € 22.728,-. De werkzaamheden zijn conform deze offerte uitgevoerd. Eiseres heeft daarover eerst contact met het college gezocht. Eiseres wilde kunststof en geen houten kozijnen vanwege de vocht- en schimmelproblemen. Eiseres stelt hiermee voldoende duidelijk te hebben gemaakt dat de werkelijke kosten hoger waren dan het toegekende bedrag en stelt dat het college het verschil had moeten toekennen.
Wettelijk kader
6. Ingevolge artikel 2.21, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) kan het college van burgemeester en wethouders van een gemeente brede ondersteuning bieden op de vijf leefgebieden financiën, gezin, werk, wonen en zorg aan een ingezetene van die gemeente die een aanvrager van een kinderopvangtoeslag is en een aanvraag heeft ingediend tot toekenning van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 van de Wht.
Brede ondersteuning van gedupeerde aanvragers van kinderopvangtoeslag is onderdeel van de hersteloperatie toeslagen. De brede ondersteuning is bedoeld voor het maken van een nieuwe start na de problemen die zijn ervaren door de toeslagenproblematiek.
6.1.
Op grond van het vierde lid verleent het college de brede ondersteuning op basis van een plan van aanpak dat ziet op het kunnen maken van een nieuwe start in het kader van herstel dat is opgesteld met een persoon die in aanmerking komt voor brede ondersteuning. Het plan van aanpak wordt opgesteld binnen acht weken na het eerste gesprek waarin de hulpvraag voor brede ondersteuning is vastgesteld.
Het plan van aanpak wordt in overleg met de aanvrager opgesteld. Tijdens het opstellen van een plan van aanpak wordt met de gedupeerde aanvrager en zijn gezin besproken welke kosten voor welk doel als redelijk gelden. Als uitgangspunt voor de dienstverlening geldt dat gemeenten op grond van het overeengekomen plan van aanpak dienstverlening op de vijf leefgebieden inzetten waardoor betrokkene en zijn gezin zo snel mogelijk en zo goed als mogelijk hun leven weer op de rit krijgen. [1]
6.2.
De rechtbank stelt vast dat het college bij het toekennen van brede ondersteuning beoordelings- en beleidsruimte toekomt. Dat heeft tot gevolg dat de rechtbank zal beoordelen of zij de redenering van het college, zoals die volgt uit het bestreden besluit en de toelichting op de zitting, over de afwijzing van de door eiseres gevraagde voorziening kan volgen.
6.3.
Niet in geschil is dat de herstelwerkzaamheden aan de woning zoals beschreven in het rapport (minimaal) noodzakelijk waren om de woning veilig en passend te maken. In geschil is of de beslissing van het college om het verschil van € 2.678,98 niet te vergoeden navolgbaar is.
6.4.
In het (ongedateerde) plan van aanpak staat onder meer het volgende vermeld:

Hulpvraag 4: Vervangen van de dakkapel, dakramen, raamkozijnen en voordeur.
Actie door: Mevrouw [naam eiseres] en meldpunt Kinderopvangtoeslag
Actie: Het meldpunt Kinderopvangtoeslag herziet haar besluit van 12-05-2023. Wij volgen het advies op van Context B.V. Zij hebben een bouwtechnisch onderzoek uitgevoerd in de woning van mevrouw [naam eiseres] . De staat van de dakkapel, de houten kozijnen en de Velux dakramen hebben gevolgen voor de veiligheid van de leefomgeving en het leefklimaat in de woning. Ook is het aannemelijk dat dit door achterstallig onderhoud komt.
Het volgende wordt vergoed:
• Reparaties aan aangetast houtwerk kozijnen, ramen en deuren € 3.000,00
• Vervangen tochtstrippen en herstel kierdichting draaiende delen € 850,00
• Schilderwerk totaal € 3.950,00
• Leveren/aanbrengen nieuwe prefab dakkapel € 8.500,00
• Leveren/aan brengen 3 stuks Velux dakramen € 3.750,00
Totaal begroot/vastgesteld incl. btw € 20.050.00
Het bedrag van € 20.050,00 wordt naar mevrouw [naam eiseres] zelf overgemaakt. Mevrouw kan dit bedrag gebruiken voor het vervangen van de dakkapel, raamkozijnen en voordeur. Door het bedrag naar mevrouw over te maken, kan het proces wellicht sneller verlopen. Mevrouw kan met het ontvangen bedrag voor aanvang van komende winterperiode het benodigde laten vervangen, zodat de schade niet groter wordt.
De facturen dienen achteraf naar […] gemaild te worden.
Door de vervanging van de dakkapel, dakramen, raamkozijnen en voordeur heeft mevrouw een veilige en gezonde leefomgeving.’
6.5.
Eiseres stelt dat tussen de totstandkoming van het rapport en het toekennen van het bedrag zo weinig tijd zat, dat zij daarover niet meer met het college in gesprek heeft kunnen gaan. Eiseres stelt altijd te hebben aangegeven geen houten, maar kunststof kozijnen te willen met het oog op de vocht- en schimmelproblemen in de woning.
6.6.
De rechtbank overweegt als volgt. Het college heeft een schade-expertisebureau ingeschakeld om ‘de minimaal noodzakelijke reparaties voor de veiligheid van de leefomgeving en het leefklimaat in de woning’ vast te stellen. Het college heeft daarbij niet onderzocht of de herstelwerkzaamheden daadwerkelijk voor de door Context B.V. aangegeven prijs konden worden verricht. Bovendien is het criterium in de Wht niet welke reparaties minimaal noodzakelijk voor de veiligheid en het leefklimaat zijn, maar wat noodzakelijk is voor het maken van een nieuwe start in het kader van herstel. [2]
Door Context B.V. is vastgesteld dat er een hoog vochtpercentage in het houtwerk zit en dat het houtwerk door schimmels is aangetast. De wens van eiseres om kunststof kozijnen te laten monteren, als meest duurzame oplossing, is in deze situatie te begrijpen. Verwezen zij in dit verband naar de model beleidsregels van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Daarin staat dat in het plan van aanpak wordt vastgelegd welke voorzieningen worden toegekend om de aanvrager op passende, adequate en duurzame wijze in staat te stellen de doelstellingen uit het plan van aanpak te bereiken. [3] Eiseres heeft met het overleggen van de offerte van de aannemer voldoende duidelijk gemaakt dat aan kunststof kozijnen een meerprijs was verbonden. Eiseres wilde daarover met het college in gesprek, maar dat was niet meer mogelijk, aangezien het bedrag reeds was gestort. Eiseres heeft daarom de keuze gemaakt de meerprijs van de kozijnen (grotendeels) te betalen door te besparen op enkele andere onderdelen van de werkzaamheden die in het plan van aanpak zijn opgenomen. In het kader van het criterium van het kunnen maken van een nieuwe start, is de keuze van eiseres te begrijpen. Gelet op al deze omstandigheden oordeelt de rechtbank dat de beslissing om vergoeding van de aanvullende kosten af te wijzen niet navolgbaar is.
6.7.
Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit. Mede gelet op het uiteindelijk overzichtelijke belang van de zaak, de reeds lange looptijd van de procedure en het feit dat de brede ondersteuning een onderdeel vormt van een hersteloperatie, ziet de rechtbank aanleiding zelf in de zaak te voorzien. De rechtbank bepaalt dat het college de aanvullende vergoeding alsnog aan eiseres betaalt.
6.8.
Ter zitting heeft eiseres nog aangevoerd dat zij het ook oneens is met het feit dat Context B.V. heeft nagelaten onder de dakpannen te kijken. De rechtbank constateert dat dit buiten het geding valt, nu zij dit in bezwaar niet heeft aangevoerd en de bezwaarprocedure evenals de beroepsprocedure zich heeft toegespitst op het bedrag van de aanvullende kosten. De rechtbank zal hierop dan ook niet verder ingaan.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met artikel 3:2 van Pro de Awb. Dit betekent dat eiseres gelijk krijgt. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit voor zover daarbij is beslist dat aan eiseres het bedrag van € 2.678,98 niet wordt toegekend. De rechtbank voorziet, op grond van artikel 8:72, derde lid, onder b, van de Awb zelf in de zaak en bepaalt dat het college het genoemde bedrag aan eiseres betaalt.
8. Omdat het beroep gegrond is moet het college het griffierecht aan eiseres vergoeden en krijgt eiseres ook een vergoeding van haar proceskosten. Het college moet deze vergoeding betalen. Eiseres heeft in beroep geen rechtsbijstand van een gemachtigde gehad. Eiseres heeft in bezwaar gevraagd om vergoeding van de proceskosten. De vergoeding voor haar proceskosten in bezwaar is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde in bezwaar wordt een vast bedrag van € 666,- per proceshandeling toegekend. De gemachtigde heeft een bezwaarschrift ingediend. Zij heeft niet de hoorzitting bijgewoond. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 666,-.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 1 december 2023 voor zover daarin is beslist dat aan eiseres het bedrag van € 2.678,98 niet wordt toegekend;
- herroept het besluit van 29 augustus 2023;
- bepaalt dat het college het bedrag van € 2.678,98 alsnog aan eiseres betaalt en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van het vernietigde gedeelte van het besluit;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 51,- aan eiseres moet vergoeden;
- veroordeelt het college tot betaling van € 666,- aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.J. van Spengen, rechter, in aanwezigheid van mr. N. Joosse, griffier, uitgesproken in het openbaar op 20 april 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

2.Artikel 2.21, onder lid 4a, van de Wht.
3.Artikel 9, tweede lid, onder b van de model beleidsregels brede ondersteuning van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.