Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:4700

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
11 maart 2026
Publicatiedatum
21 april 2026
Zaaknummer
FT RK 25-2111
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848Art. 284 FaillissementswetArt. 295 FaillissementswetArt. 296 FaillissementswetArt. 310 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot toelating wettelijke schuldsaneringsregeling met vaststelling looptijd en ingangsdatum

Mevrouw verzoekster bevindt zich in een problematische schuldensituatie en heeft een verzoek ingediend tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). De rechtbank heeft het verzoek behandeld op 4 maart 2026, waarbij ook de partner, schuldhulpverlener en beschermingsbewindvoerder aanwezig waren.

De rechtbank oordeelt dat mevrouw verzoekster niet eerst een minnelijk aanbod aan schuldeisers heeft gedaan, maar dat dit in haar situatie niet mogelijk was vanwege onduidelijkheid over de schuldenlast en het nieuwe huwelijksvermogensrecht. Hierdoor is zij ontvankelijk in haar verzoek. Tevens voldoet zij aan de voorwaarden van problematische schulden en te goeder trouw zijn bij het ontstaan van de schulden.

De rechtbank stelt de looptijd van de Wsnp vast op 18 maanden en bepaalt de ingangsdatum op 11 maart 2026, de datum van het vonnis. Een eerdere ingangsdatum wordt niet vastgesteld omdat niet is aangetoond dat aan de verplichtingen van het voorafgaande schuldhulpverleningstraject is voldaan, mede door het ontbreken van recente medische stukken en vtlb-berekeningen.

Er wordt een bewindvoerder benoemd die de verplichtingen van mevrouw verzoekster zal controleren en de boedel zal beheren. Ook wordt een rechter-commissaris benoemd die toezicht houdt op de bewindvoerder. De post wordt gedurende de eerste 13 maanden geblokkeerd en naar de bewindvoerder gestuurd. Bij naleving van de verplichtingen eindigt het traject met een schone lei, waardoor schuldeisers hun vorderingen niet meer kunnen verhalen.

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen na de uitspraak, uitsluitend door een advocaat in te stellen bij het gerechtshof.

Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling toegewezen met een looptijd van 18 maanden vanaf 11 maart 2026.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
insolventienummer: [nummer]
vonnis van: 11 maart 2026
op het verzoek van:
[verzoekster] ,
wonende te [adres] ,
[postcode] [woonplaats] .
Waar deze zaak over gaat
Mevrouw [verzoekster] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor haar schulden te komen heeft mevrouw [verzoekster] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Dit verzoek wordt toegewezen.
De rechtbank ziet geen aanleiding om een eerdere ingangsdatum te bepalen.
De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
Mevrouw [verzoekster] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 4 maart 2026. Op de zitting zijn verschenen:
- mevrouw [verzoekster] ,
- de heer [persoon A] , partner van mevrouw [verzoekster] ,
- mevrouw [persoon B] , schuldhulpverlener van de gemeente Rotterdam,
- mevrouw D. van Barneveld, beschermingsbewindvoerder.
1.3.
Schuldhulpverlening heeft de rechtbank op 4 maart 2026 aanvullende stukken toegezonden.

2.De beoordeling

Ontvankelijkheid
2.1.
Om toegelaten te worden tot de Wsnp, moet mevrouw [verzoekster] in beginsel eerst een poging hebben gedaan om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen. Dit vereiste vervalt als aannemelijk is dat het niet mogelijk is om tot een dergelijke regeling te komen.
2.2.
Uit het verzoekschrift blijkt dat schuldhulpverlening namens mevrouw [verzoekster] geen aanbod heeft gedaan aan de schuldeisers. In plaats daarvan is direct een Wsnp-verzoek ingediend. De reden hiervoor is dat de schuldenlast niet binnen afzienbare termijn in kaart kan worden gebracht. Mevrouw [verzoekster] en haar partner hebben zich begin 2024 aangemeld bij schuldhulpverlening. Sindsdien is er getracht de schuldenlast in kaart te brengen. Omdat de hoogte van de schuldenlast niet zeker is, heeft schuldhulpverlening het minnelijke traject niet kunnen voortzetten. Daarbij is pas in de fase bij de rechtbank door schuldhulpverlening onderkend dat op mevrouw [verzoekster] en haar partner het nieuwe huwelijksvermogensrecht van toepassing is en dat er om die reden drie afzonderlijke schuldenlijsten moeten zijn.
2.3.
De rechtbank is van oordeel dat in deze specifieke situatie voldoende aannemelijk is dat niet binnen afzienbare termijn tot een buitengerechtelijke schuldregeling kan worden gekomen. Mevrouw [verzoekster] is daarom ontvankelijk in haar verzoek.
De toelating
2.4.
Mevrouw [verzoekster] kan worden toegelaten tot de Wsnp als zij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en zij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat mevrouw [verzoekster] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.
2.5.
Mevrouw [verzoekster] voldoet aan alle eisen en wordt toegelaten tot de Wsnp.
Bevoegdheid
2.6.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van mevrouw [verzoekster] in Nederland ligt.
Duur
2.7.
De rechtbank stelt de termijn van de Wsnp-regeling ex artikel 349a Fw (hierna: looptijd) vast op 18 maanden.
De ingangsdatum
2.8.
De Faillissementswet (hierna: Fw) bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan.
2.9.
Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Die inspanningsplicht houdt in beginsel in dat er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt moet worden of er moet aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.
2.10.
De rechtbank stelt vast dat mevrouw [verzoekster] niet heeft verzocht om een eerdere ingangsdatum, terwijl ook overigens op basis van de ingediende stukken en dat wat op de zitting is besproken niet kan worden vastgesteld dat aan de vereiste verplichtingen is voldaan. De rechtbank kan de vtlb-berekening per juli 2025 niet controleren, nu er geen onderliggende stukken zijn overgelegd. Ook is er geen vtlb-berekening per januari 2026 met onderliggende stukken overgelegd. Door het ontbreken van deze stukken kan de rechtbank de afdrachtcapaciteit niet controleren. Daarnaast heeft mevrouw [verzoekster] ter zitting verklaard dat zij momenteel niet werkt vanwege medische klachten. Schuldhulpverlening heeft na de zitting een aanvullend document overgelegd waaruit blijkt dat er over de periode 27 maart 2017 tot en met 24 september 2017 een ondersteuningsarrangement is toegekend vanuit de gemeente Rotterdam. Er zijn echter geen recentere medische stukken overgelegd waaruit blijkt dat mevrouw [verzoekster] niet in staat is om (fulltime) arbeid te verrichten. De rechtbank kan daardoor niet vaststellen of mevrouw [verzoekster] in het voorafgaande schuldhulpverleningstraject heeft voldaan aan de inspanningsplicht. Bovendien heeft mevrouw [verzoekster] een rechtstreeks verzoek tot toepassing van de Wsnp ingediend zonder dat er in het minnelijk traject een aanbod is gedaan aan de schuldeisers. Gelet op deze omstandigheden ziet de rechtbank geen aanknopingspunten om een eerdere ingangsdatum te bepalen.
2.11.
De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat er geen eerdere ingangsdatum zal worden bepaald.

3.De (controle van) verplichtingen in de Wsnp

3.1.
De verplichtingen waaraan mevrouw [verzoekster] tijdens de Wsnp moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te maken, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting (van inkomen boven het vtlb en van goederen die in de boedel vallen).
3.2.
Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert in de eerste plaats of mevrouw [verzoekster] de verplichtingen van de Wsnp nakomt.
3.3.
De taak van de bewindvoerder is in de tweede plaats om de zogenaamde boedel van de schuldenaar te beheren en te vereffenen (artikel 316 Fw Pro). De boedel omvat alle bezittingen die mevrouw [verzoekster] nu heeft en wat zij tijdens de toepassing van de regeling verkrijgt (artikel 295 Fw Pro). Mevrouw [verzoekster] heeft de verplichting om tot de boedel behorende bezittingen aan de bewindvoerder af te staan (artikel 296 Fw Pro). De bewindvoerder zal de opbrengsten hiervan verdelen onder de schuldeisers.
3.4.
Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.
3.5.
De eerste 13 maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan mevrouw [verzoekster] .
3.6.
Als mevrouw [verzoekster] zich tijdens het Wsnp-traject houdt aan alle verplichtingen van de Wsnp eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de Wsnp werkt niet meer op mevrouw Balorina kunnen verhalen. De “schone lei” geldt vanaf het moment dat de bewindvoerder klaar is met zijn afwikkelingstaak. Dat is als de slotuitdelingslijst verbindend is geworden.

4.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoekster] ,
geboren op [geboortedatum] -1985 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
wonende te [adres] ,
[postcode] [woonplaats] ;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. M.C. Snel-van den Hout
en tot bewindvoerder J. van Rijen,
gevestigd te Postbus 1467,
3800 BL Amersfoort;
  • stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 11 maart 2026 en de duur op 18 maanden, en bepaalt de einddatum van de looptijd daarmee op 11 september 2027;
  • draagt de bewindvoerder op de post van mevrouw [verzoekster] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. M.C. Snel-van den Hout, rechter, in samenwerking met
mr. J.A. Kuijvenhoven, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op
11 maart 2026. [1]
De griffier is buiten staat
dit vonnis mede te ondertekenen