Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- mr. A.F.M. den Hollander, advocaat van verzoeker (hierna: advocaat);
- mevrouw [persoon A] en mevrouw [persoon B] , beiden werkzaam bij Geldplein (hierna: schuldhulpverlening).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening ex artikel 287b Faillissementswet gevraagd om de ontruiming van zijn huurwoning op te schorten. De ontruiming was bevolen in een vonnis van 23 januari 2026. Verzoeker kwam in financiële problemen doordat zijn toenmalige partner de huur niet betaalde, terwijl hij dacht dat zij dat deed. Hij heeft een netto inkomen van € 2.500 per maand, waarmee hij de lopende huur van circa € 650 kan voldoen. Tevens heeft hij betalingen gedaan om de huurachterstand in te lopen.
De verhuurder, verweerster, heeft aangegeven zich te schikken naar het oordeel van de rechtbank mits de lopende huurtermijnen worden voldaan. Schuldhulpverlening verklaarde dat verzoeker twee schuldeisers heeft en dat een minnelijk traject zal worden opgestart, hoewel de verhuurder niet wil meewerken aan een regeling.
De rechtbank oordeelt dat sprake is van een bedreigende situatie vanwege de aangekondigde ontruiming. Zij weegt het belang van verzoeker om in de woning te blijven en het schuldhulpverleningstraject te doorlopen, tegen het belang van verweerster om het vonnis uit te voeren. Gezien de voldoende aannemelijkheid dat de lopende huurtermijnen worden voldaan, weegt het belang van verzoeker zwaarder.
De voorlopige voorziening wordt daarom toegewezen voor zes maanden, onder de voorwaarde dat de lopende termijnen tijdig worden voldaan. Tevens wordt verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, met de mogelijkheid een nieuw verzoek in te dienen.
De voorziening schort de ontruiming op en verlengt de huurovereenkomst voor de duur van de voorziening. Schuldhulpverlening dient uiterlijk twee weken voor afloop van de voorziening verslag uit te brengen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe die de ontruiming opschort voor zes maanden onder de voorwaarde dat de lopende huurtermijnen worden voldaan en verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling.