Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De procedure
- verzoekster;
- de heer [persoon A] , werkzaam bij Geldplein (hierna: schuldhulpverlening).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 287b Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die de ontruiming van haar huurwoning opschort. De ontruiming was bevolen in een vonnis van 10 februari 2026. Verzoekster kampt met ernstige depressieve klachten en financiële problemen, maar beschikt over een PW-uitkering en huurtoeslag die voldoende zijn om de lopende huur te voldoen.
De rechtbank constateert een bedreigende situatie vanwege de aangekondigde ontruiming en weegt het belang van verzoekster om in de woning te blijven en het schuldhulpverleningstraject te doorlopen, tegen het belang van verweerster om het vonnis uit te voeren. Gezien de recente betaling van de huur over april 2026 en de toezeggingen omtrent budgetbeheer en schuldhulpverlening, acht de rechtbank het aannemelijk dat de lopende huurtermijnen zullen worden voldaan.
De rechtbank wijst het moratoriumverzoek toe voor een periode van zes maanden, met de voorwaarde dat de huur tijdig wordt betaald en schuldhulpverlening wordt opgestart. Het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt niet-ontvankelijk verklaard, met de mogelijkheid tot hernieuwde indiening. De ontruiming wordt opgeschort en de huurovereenkomst verlengd voor de duur van de voorziening.
Uitkomst: De rechtbank wijst het moratoriumverzoek toe en schort de ontruiming van de huurwoning op voor zes maanden onder voorwaarde van tijdige huurbetaling en opstart schuldhulpverlening.