Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:4673

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
30 maart 2026
Publicatiedatum
21 april 2026
Zaaknummer
C/10/716901 / JE RK 26-550
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ondertoezichtstelling minderjarige wegens verstoorde ouderrelatie en ontwikkelingsbedreiging

De Raad voor de Kinderbescherming heeft een verzoek ingediend tot ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2018, vanwege ernstige zorgen over haar ontwikkeling. De minderjarige wordt belast door de voortdurende strijd tussen haar ouders, die elkaar diskwalificeren, wat leidt tot een loyaliteitsconflict en een onveilige opvoedsituatie. Daarnaast zijn er aanwijzingen van kindermishandeling en seksueel grensoverschrijdend gedrag door de vader.

De moeder stemt in met het verzoek en onderschrijft de noodzaak van hulpverlening en rust voor de minderjarige. De vader heeft geen inhoudelijke bezwaren tegen de ondertoezichtstelling, maar verzoekt om een kortere duur van zes maanden in plaats van twaalf, om sneller tot concrete stappen te komen, met name voor herstel van contact.

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond geeft aan dat er nog geen jeugdbeschermer beschikbaar is, maar benadrukt het belang van regie en het opstarten van hulpverlening en begeleide omgang. De kinderrechter oordeelt dat aan de voorwaarden voor ondertoezichtstelling is voldaan en wijst deze toe voor de duur van zes maanden, met een tussentijdse evaluatie gepland op 26 augustus 2026.

De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep. De kinderrechter benadrukt het belang van regie door de gecertificeerde instelling en het veilig herstellen van het contact tussen de minderjarige en haar vader.

Uitkomst: De kinderrechter stelt de minderjarige onder toezicht voor zes maanden wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging en verstoorde ouderrelatie.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/716901 / JE RK 26-550
Datum uitspraak: 30 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam- Dordrecht,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de Raad,
over
[naam minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats] ,
bijgestaan door advocaat mr. J.A. Neslo, kantoorhoudende in Almere,
[naam vader],
hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats] ,
bijgestaan door advocaat mr. P. Celikkal, kantoorhoudende in Rotterdam.
De kinderrechter merkt als informant aan:
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen de GI.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van de Raad met bijlagen, ontvangen op 23 maart 2026, ingekomen op diezelfde datum;
- het verweerschrift van de advocaat van de vader van 26 maart 2026, ingekomen op diezelfde datum.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 30 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder met haar advocaat;
- de vader met zijn advocaat;
- een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon A] ;
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon B] .

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] woont bij haar moeder.

3.Het verzoek van de Raad

3.1.
De Raad verzoekt [voornaam minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van twaalf maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De Raad handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. Er zijn ernstige zorgen over de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] . Zij wordt belast door de voortdurende strijd tussen de ouders en onderlinge diskwalificaties. [voornaam minderjarige] is zich bewust van deze spanningen en lijdt hieronder. Daarnaast heeft [voornaam minderjarige] uitspraken gedaan over de vader die zorgen baren. De Raad acht de ouders niet in staat om de ontstane situatie zelfstandig op te lossen en acht hulpverlening noodzakelijk. Gelet op de langdurige voorgeschiedenis van hulpverlening sinds 2019 is een ondertoezichtstelling voor de duur van twaalf maanden aangewezen.

4.De standpunten

4.1.
Door en namens de moeder is ter zitting ingestemd met het verzoek van de Raad. De moeder onderschrijft de zorgen die uit het raadsonderzoek naar voren komen en acht het van belang dat er duidelijkheid en rust komt voor [voornaam minderjarige] . Gelet op de aard en ernst van de problematiek en het feit dat ook een strafrechtelijk onderzoek loopt, is een ondertoezichtstelling voor de duur van twaalf maanden passend. Op deze manier heeft de GI voldoende tijd om goed zicht op de situatie te krijgen, de regie te nemen en de benodigde hulpverlening op te starten en te begeleiden. Ook biedt dit de nodige ruimte en tijd voor het lopende strafonderzoek. Desgevraagd kan de moeder zich ook vinden in een kortere ondertoezichtstelling, zodat er een tussentijds evaluatiemoment ontstaat.
4.2.
Door en namens de vader is ter zitting naar voren gebracht dat hij geen inhoudelijke bezwaren heeft tegen de ondertoezichtstelling, maar zich niet kan verenigen met de verzochte duur van twaalf maanden. De kern van de problematiek is gelegen in de verstoorde communicatie en samenwerking tussen de ouders, waardoor [voornaam minderjarige] klem is komen te zitten. De vader acht het van belang dat er snel en voortvarend wordt gehandeld, met name ten aanzien van het herstel van het contact tussen hem en [voornaam minderjarige] . De vader heeft [voornaam minderjarige] inmiddels een aantal maanden niet gezien. Hij vreest dat een ondertoezichtstelling voor de duur van twaalf maanden onvoldoende prikkel geeft om snel tot concrete stappen te komen. Daarom wordt namens de vader verzocht de ondertoezichtstelling te beperken tot zes maanden, met afwijzing van het overige, dan wel aanhouding daarvan.

5.De informatie van de GI

5.1.
De GI heeft ter zitting de volgende informatie naar voren gebracht. Op dit moment is er nog geen jeugdbeschermer direct beschikbaar. Dit kan enkele weken duren. In de tussentijd is het van belang dat er stappen worden gezet, met name ten aanzien van het opstarten van hulpverlening en begeleide omgang. Daarbij is ook een verantwoordelijkheid voor de ouders zelf weggelegd. Tegelijkertijd is het juist in deze zaak van belang dat een jeugdbeschermer regie voert om de hulpverlening te coördineren en het contact tussen [voornaam minderjarige] en haar vader zorgvuldig vorm te geven.

6.De beoordeling

6.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
6.2.
[voornaam minderjarige] zit klem in de voortdurende strijd tussen haar ouders. Er is sprake van een ernstig verstoorde ouderrelatie, waarbij de ouders elkaar over en weer diskwalificeren. [voornaam minderjarige] is zich hiervan bewust en wordt hierdoor belast. Deze situatie heeft geleid tot een loyaliteitsconflict. Daarnaast zijn er aanwijzingen van kindermishandeling en seksueel grensoverschrijdend gedrag aan de zijde van de vader, hetgeen raakt aan de veiligheid van [voornaam minderjarige] en haar ontwikkeling verder onder druk zet. Gelet op het voorgaande is sprake van een onveilige en instabiele opvoedsituatie, waardoor [voornaam minderjarige] ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd.
6.3.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening, omdat het de ouders ondanks langdurige betrokkenheid van hulpverlening niet is gelukt om de onderlinge strijd te verminderen en tot constructieve samenwerking te komen. Het ontbreekt aan regie en aansturing, terwijl juist die regie noodzakelijk is om de hulpverlening op gang te brengen en het contact tussen [voornaam minderjarige] en haar vader op verantwoorde wijze te herstellen. Tot slot neemt de kinderrechter in overweging dat de ouders ter zitting de zorgen hebben erkend en zich niet hebben verweerd tegen de ondertoezichtstelling.
6.4.
De ondertoezichtstelling is daarom in dit geval nodig. De kinderrechter acht het van belang dat de GI de regie gaat voeren en voortvarend de noodzakelijke hulpverlening en, mits veilig voor [voornaam minderjarige] , contactherstel in gang zet. De kinderrechter ziet aanleiding om de ondertoezichtstelling voor een kortere duur toe te wijzen dan door de Raad is verzocht, om op korte termijn te kunnen toetsen of voldoende voortgang wordt geboekt. De kinderrechter stelt [voornaam minderjarige] onder toezicht voor de duur van zes maanden. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
6.5.
De kinderrechter verzoekt de GI bij gelegenheid van de hierna te vermelden zittingsdatum ter zitting aanwezig te zijn om de stand van zaken mondeling toe te lichten.
6.6.
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

7.De beslissing

De kinderrechter:
7.1.
stelt [voornaam minderjarige] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond met ingang van 30 maart 2026 tot 30 september 2026;
7.2.
verklaart de beschikking tot dusver uitvoerbaar bij voorraad;
en alvorens verder te beslissen:
7.3.
houdt de beslissing voor het overige verzochte aan en bepaalt dat het verhoor van de Raad, de GI, de belanghebbenden, mr. J.A. Neslo en mr. P. Celikkal in deze zaak zal plaatsvinden op
26 augustus 2026 te 14:45 uurin het gerechtsgebouw aan
Wilhelminaplein 100/125 te Rotterdam;
7.4.
de zaak zal op genoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter;
7.5.
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping;
7.6.
verzoekt de griffier [voornaam minderjarige] op te roepen voor een kindgesprek.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 maart 2026 door mr. C.N. Melkert, kinderrechter, in aanwezigheid van E.G.H. Kerr en mr. L.E. Vos als griffiers, en op schrift gesteld op 7 april 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:255 BW Pro.