Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
De voorzieningenrechter is echter van oordeel dat het college op basis van de tweede controle op 31 januari 2026 evenmin een overtreding van artikel 24.3.3 van de tijdelijke planregels heeft vastgesteld. Met wat daarover in het controlerapport door de toezichthouder is opgenomen heeft het college de overtreding van het gebruiksverbod niet aannemelijk gemaakt. De toezichthouder heeft op 31 januari 2026 enkel geconstateerd dat er meerdere bewoners het pand voornemens waren te gebruiken in onzelfstandige vorm. De bewoners die tijdens de controle zijn aangetroffen hadden koffers bij zich. Op de foto’s bij de controlerapporten blijkt evenwel niet dat de ruimtes in gebruik zijn voor bewoning ten behoeve van onzelfstandige wooneenheden. Ook anderszins is niet onderbouwd dat de gerealiseerde wooneenheden in gebruik zijn genomen. Hoewel de voorzieningenrechter gelet op wat verzoekster daarover op zitting naar voren heeft gebracht er niet aan twijfelt dat het de bedoeling was en is om het pand te gaan gebruiken voor het huisvesten van buitenlandse werknemers, had het gelet op de feiten en omstandigheden meer voor de hand gelegen om een preventieve last onder dwangsom (artikel 5:7 van Pro de Awb) op te leggen, waaraan op grond van die bepaling en de vaste rechtspraak daarover een aanvullende eis wordt gesteld. Het college heeft daar echter niet voor gekozen.
Kamerstukken II2017/18, 34986, 3, p. 21). Gelet op het vaststellingsbesluit van het Omgevingsplan 1.0 heeft de gemeenteraad voorgaande nagelaten. Ook zijn geen voorrangsregels vastgesteld. Dit betekent dat zowel de regels van de oude bestemmingsplannen, die onderdeel uitmaken van het tijdelijk deel van het omgevingsplan, als de nieuwe regels van het omgevingsplan van toepassing zijn. Dit wordt ook bevestigd door raadpleging van Regels op de kaart in het Omgevingsloket van de geldende regels voor dit perceel. De voorzieningenrechter heeft twijfels over het betoog van het college dat de regels van het nieuwe omgevingsplan aanvullend werken op de regels van het tijdelijk deel van het omgevingsplan, waaronder het bestemmingsplan “Woongebied 2016”. Op hetzelfde perceel gelden namelijk verschillende planregels die op onderdelen met elkaar in strijd lijken te zijn. Zo gelden er verschillende regels die zien op het onderwerp onzelfstandige bewoning. Hiermee wordt de rechtszekerheid niet gediend.