In deze zaak vordert de eigenaar van een erfpachtpand de ontbinding van de huurovereenkomst met betrekking tot een bedrijfsruimte, omdat de huurder structureel in gebreke blijft met het betalen van de huur. De huurder erkent de huurachterstand niet volledig, maar betwist de ontbinding.
De kantonrechter stelt vast dat de huurachterstand € 31.804,72 bedraagt tot en met maart 2026 en dat deze niet is betwist. De huurder heeft eerder al een betalingsachterstand gehad en is daarvoor veroordeeld. De kantonrechter oordeelt dat de betalingsachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te ontbinden, ondanks de inspanningen en investeringen van de huurder.
De huurder moet het gehuurde binnen 14 dagen na betekening ontruimen en een gebruiksvergoeding betalen tot de ontruiming. Daarnaast wordt de huurder veroordeeld tot betaling van de achterstallige huur met wettelijke handelsrente en de proceskosten. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.