Het openbaar ministerie verzocht op 16 april 2026 om een voorlopige ondertoezichtstelling van een minderjarige die wordt vervolgd voor bedreiging binnen een snapchatgroep. De minderjarige verblijft momenteel vrijwillig op een woongroep na eerdere gesloten plaatsingen. De Raad voor de Kinderbescherming bracht een strafadvies uit waarin ernstige zorgen over de opgroeisituatie en veiligheid werden geuit.
De ouders steunen het verzoek en geven aan dat de overgang van gesloten naar open plaatsing abrupt en zonder adequate begeleiding is verlopen, waardoor de minderjarige onvoldoende therapie heeft kunnen afronden en nu zonder dagbesteding zit. De kinderrechter constateert een acuut en ernstig vermoeden van bedreiging van de ontwikkeling van de minderjarige, mede door zijn ADHD, vermoedens van ASS, agressieproblemen en een verstoord dag- en nachtritme.
De kinderrechter oordeelt dat de ouders ondanks hun inzet niet in staat zijn de bedreiging weg te nemen en dat een jeugdbeschermer de regie moet nemen. De voorlopige ondertoezichtstelling wordt voor drie maanden toegekend, waarbij de jeugdbescherming moet onderzoeken of de huidige woongroep passend is en passende hulp en dagbesteding moet worden geregeld. De minderjarige is tevens veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf met jeugdreclasseringstoezicht en verplichting tot dagbesteding.