Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:4542

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
15 april 2026
Publicatiedatum
20 april 2026
Zaaknummer
C/10/704422 / HA ZA 25-634
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:8 lid 1 BWArt. 225 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot inschakeling elektrotechnisch bureau en jaarafrekening door VVE torenflat

Leden van een Vereniging van Eigenaars (VVE) van een torenflat vorderden dat de VVE verplicht zou worden een gecertificeerd elektrotechnisch bureau in te schakelen om het energieverbruik van algemene ruimten en de lift inzichtelijk te maken. Tevens wilden zij een jaarlijkse, duidelijke jaarafrekening en uitkering van een batig saldo.

De rechtbank stelde vast dat de VVE al een deskundige had ingeschakeld die een inspectie had uitgevoerd en dat er tussenmeters waren geplaatst om het verbruik te meten. Er was geen bewijs dat deze deskundige onvoldoende was of dat de VVE tekort was geschoten. Ook ontbrak een specifieke wettelijke grondslag voor de gevorderde verplichtingen.

Verder bleek uit de notulen van de Algemene Ledenvergadering (ALV) dat de begroting en exploitatierekening 2023 waren vastgesteld, hoewel een eerdere vaststelling van de eindafrekening was vernietigd. De rechtbank oordeelde dat de gevorderde jaarafrekening en terugbetaling van het batig saldo onvoldoende waren onderbouwd en dat de VVE in redelijkheid had gehandeld.

De rechtbank wees de vorderingen af en veroordeelde de eisers in de proceskosten. Zij moesten de procedure voortzetten ondanks het overlijden van een van hen, omdat geen schorsing was gevraagd. De rechtbank benadrukte dat de VVE haar verantwoordelijkheid moet nemen in toekomstige ALV's om de kostenverdeling en afrekening te regelen.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af en veroordeelt eisers in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/704422 / HA ZA 25-634
Vonnis van 15 april 2026
in de zaak van

1.[eiser 1] ,

2.
[eiser 2],
3.
[eiser 3],
allen (voorheen) wonend in [woonplaats] ,
eisende partijen,
advocaat: mr. T. Abbo,
tegen
[VVE],
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
advocaat: mr. L.A.C. van Lierop.
Eisers worden hierna afzonderlijk [eiser 1] , [eiser 2] en [eiser 3] genoemd en gezamenlijk [eisers] c.s. of de torenflatbewoners. Gedaagde wordt de VVE genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de beschikking van de kantonrechter van 7 juli 2025 (hierna: de beschikking), waarbij de kantonrechter zich ten aanzien van de verzoeken onder d en e onbevoegd heeft verklaard en de zaak heeft verwezen naar team handel en haven van deze rechtbank;
  • de in de beschikking genoemde processtukken;
  • de conclusie van eis tevens nadere toelichting op de rol van 3 september 2025, met producties 1-2;
  • de conclusie van antwoord op de rol van 15 oktober 2025, met producties 1-7;
  • de e-mail van de rechtbank van 25 februari 2026 met een zittingsagenda;
  • de brief van mr. Abbo van 12 maart 2026, met aanvullende producties 3-12 van [eisers] c.s.;
  • de spreekaantekeningen van de VVE;
  • de mondelinge behandeling op 24 maart 2026.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[eisers] c.s. zijn eigenaren (geweest) van een appartementsrecht op een woning in de zogenoemde ‘torenflat’, onderdeel van een min of meer afgescheiden gedeelte van een groter complex in [woonplaats] . De torenflat beschikt over een lift. Het appartementsrecht van [eiser 1] is op 26 juli 2024 aan een derde overgedragen.
2.2.
In de splitsingsakte van 31 maart 2004 is de VVE opgericht. [eisers] c.s. zijn als eigenaren van appartementsrechten van rechtswege lid van de VVE (geweest). In het reglement in de splitsingsakte staat, voor zover van belang:
“Artikel 2.
1. Ieder der eigenaars is in de gemeenschap gerechtigd voor het in de omschrijving van de
onderappartementen bepaalde breukdeel.
(…)
3. De eigenaars zijn voor de in het eerste lid bedoelde breukdelen verplicht bij te dragen in de
schulden en kosten, die voor rekening van de gezamenlijke eigenaars zijn, met dien verstande dat:
(…)
- de schulden en kosten, welke verband houden met de torenflat vanaf de afgesloten ruimte onder
de torenflat in de onderbouw van het gebouw tot en met het dak van de torenflat voor rekening
komen van de onderappartementsrechten 11 tot en met 14, (…)
D. Jaarlijkse exploitatierekening, begroting en te storten bijdragen.
Artikel 4.
1. Na afloop van elk boekjaar, dat gelijk is aan het kalenderjaar, wordt door het bestuur een
exploitatierekening over dat boekjaar opgesteld en ter vaststelling aan de jaarlijkse vergadering
voorgelegd. (…)
2. Op grond van de vastgestelde exploitatierekening worden de definitieve bijdragen van de eigenaars
door het bestuur met inachtneming van de verhouding als is bepaald in artikel 2 derde Pro lid
vastgesteld, met dien verstande dat de definitieve bijdragen in de plaats treden van de in artikel 5
tweede lid bedoelde voorschotbijdragen en dat hetgeen als voorschotbijdragen is betaald in
mindering wordt gebracht.
3. Indien over enig boekjaar de voorschotbijdragen, als bedoeld in artikel 5 tweede Pro lid, de definitieve
bijdragen te boven gaan, zal het verschil aan de eigenaars worden terugbetaald, tenzij de
vergadering anders besluit.
Artikel 5.
1. Van de gezamenlijke schulden en kosten (…) wordt jaarlijks door het bestuur een begroting voor
het aangevangen of het komende boekjaar ontworpen en aan de jaarlijkse vergadering voorgelegd.
Deze vergadering stelt de begroting vast.
2. Bij het vaststellen van de begroting bepaalt de vergadering tevens het bedrag, dat bij wijze van
voorschotbijdrage door de eigenaars verschuldigd is, alsmede het aandeel van iedere eigenaar
daarin, vastgesteld met inachtneming van de verhouding als is bepaald in artikel 2 derde Pro lid.
(…)
M. Oprichting en vaststelling van de statuten van de vereniging van eigenaars.
(…)
II. Vergadering van eigenaars.
Artikel 34.
(…)
2. Jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar wordt een vergadering gehouden, waarin,
in overeenstemming met artikel 4 eerste Pro lid, door het bestuur de exploitatierekening over het
afgelopen boekjaar wordt voorgelegd die door de vergadering moet worden vastgesteld voor de
bepaling van de definitieve bijdrage door iedere eigenaar. In deze of een eerdere vergadering wordt
tevens de begroting vastgesteld voor het aangevangen of het komende boekjaar.
3. Vergadering worden voorts gehouden (…) zo dikwijls het bestuur of de voorzitter van de
vergadering zulks nodig acht, alsmede indien een aantal eigenaars, dat tenminste tien procent van
het aantal stemmen kan uitbrengen zulks schriftelijk verzoekt aan het bestuur (…)”
2.3.
Een (andere) bewoner van de torenflat heeft op enig moment berekeningen gemaakt van het stroomverbruik. In een e-mail van 29 september 2023 heeft het bestuur van de VVE naar aanleiding daarvan als volgt gereageerd:
“De door jou/jullie aangeleverde berekeningen inzake het stroomverbruik van de lift en de toren worden niet perse door ons bestreden, we hebben alleen wel een bevestiging nodig van een terzake kundige partij om het in de begroting/afrekening door te voeren.
Dus als jij/jullie de berekening door bij voorkeur “ [bedrijf 1] ” (maar een lokale elektricien – Installatiebedrijf [bedrijf 2] bijvoorbeeld- mag ook) op briefpapier kunt laten zetten, dan kunnen we de berekening opnemen in de begroting en dat discussiepunt sluiten.”
2.4.
De VVE heeft vervolgens zelf een inspecteur ingeschakeld, die zijn bevindingen als volgt heeft verwoord:
“20231020 inspectie technische ruimte door technisch inspecteur: dhr. [naam 1]
----------------------------------------------------------------------
Op 20 oktober heeft een inspectie plaatsgevonden van de technische ruimte, die zich in de gang bevindt direct in het verlengde van de hellingbaan /inrit van de parkeergarage. (…)
Hierna volgen de bevindingen zoals ervaren door [naam 2] , [naam 1] en [naam 3] .
Algemeen
De ruimte ziet er verzorgd uit. De hoofdkabel komt op de korte zijde vanuit de straat de ruimte binnen en is alleen voor de VVE (toren + overige woningen) bedoeld. (…)
De diverse kasten zijn bekeken:
(…)
Het aflezen per groep dient in de apart aanwezige “groepenkast” te gebeuren. Alleen het totaalverbruik van deze meter kan via bijv. een app worden afgelezen. Energieleverancier kan daartoe toegang geven. (…)
Inspectie groepen
Hierna is mbv het totaaloverzicht en de aanwezige bedradingschema’s/kaarten door [naam 2] gecheckt wat welke groepen voorstellen en waaraan (algemeen/toren) deze moeten worden toeberekend. (…)
Uit de inspectie zijn de volgende conclusies getrokken:
(…)
Groep 2
Deze groep is deels toren, deels algemeen. Het deel toren omvat een klein aantal lampjes voor de toren: 1 lampje per verdieping 1 t/m 4. Daarnaast een algemeen verlichtingsdeel en een noodvoorziening. Omdat het deel torenverbruik verwaarloosbaar is, is deze groep ook algemeen.
Groep 3
Deze groep is alleen voor de toren en bestaat uit een tiental lampen en armaturen voor de torenverlichting. Op iedere verdieping een tweetal armaturen.
Door de inspecteur wordt een tijdelijke meetopstelling geplaatst om het verbruik te meten, die na korte tijd weer zal worden verwijderd. Wellicht dat – als het verbruik significant is – ook hier een tussenmeter op wordt geplaatst.
Groep 9
Lift, met verbruik alleen voor de toren.
Hier zal z.s.m. door een installateur een permanente meter op worden geplaatst.
De actie is opdracht geven voor de plaatsing van de tussenmeter voor deze groep.
Overzicht Akties
  • Groep 3 na conclusies [naam 2] beslissen hoe daarmee verder (tussenmeter?)
  • Groep 9 plaatsen permanente tussenmeter.
(…)
Als het bovenstaande duidelijk is, beslissen hoe verder met verdeling stroom tussen toren en VVE-overig/algemeen”
2.5.
In een e-mail van 20 december 2023 heeft een torenflatbewoner het volgende aan de VVE bericht:
“Wij constateren dat de door u geplaatste electriciteits meter ruim het dubbele aangeeft als wij met de berekening hebben aangetoond, het blijkt dat er meer gemeten word[t] dan alleen de toren, naar aanleiding hiervan heb ik contact gezocht met dhr. [naam 4] uit [plaats] , deze man heeft destijds de verlichting gewijzigd door alles te vervangen door LED verlichting, hij vertelde dat de bergingen verweven zitten in het net van de toren, deze constatering had hij gedaan toen hij de verlichting veranderde in LED verlichting, dit is hetzelfde wat de firma [bedrijf 1] (de installateur van het hele complex tijdens de bouw) verteld[e] in 2007, de brief daarover is u bekend en door de heer [naam 5] bevestigd dat die constatering juist is, volgens de juiste berekening kan het stroomverbruik van de toren niet meer zijn dan 15,5 a 16,0 kwh per week, maar uw geplaatste meter meet het dubbele waaruit blijkt dat er meer gemeten word[t] dan het verbruik van de toren.”
2.6.
Op 11 november 2024 heeft een ALV plaatsgevonden. In de notulen van die vergadering staat, voor zover van belang:
“6.1.3 Stemming toedeling/werkwijze elektra kosten torenbewoners (lift, verlichting).
De voorzitter legt vanuit tabblad “fin.verslag” en de daarop staande tabel “specificaties torenkosten” uit hoe de post “elektra” tot stand is gekomen. Vanuit een ongewisse situatie lijkt de VVE met de plaatsing van tussenmeters voor de betreffende elektra onderdelen van de toren (trappenhuis, lift) een redelijk waarheidsgetrouw beeld van het stroomverbruik door de torenflatwoningen te verkrijgen. Het blijkt zelfs zo dat eerdere schattingen van € 2000 te hoog zijn. Uiteraard zal dit nog worden verrekend.”
Met een meerderheid van stemmen is het besluit om de hiervoor aangehaalde gebezigde methodiek voor het vaststellen van het juiste elektraverbruik te hanteren aangenomen.
2.7.
In dezelfde ALV is het besluit tot goedkeuring van de exploitatierekening 2023 met een meerderheid van stemmen aangenomen. Het op deze ALV aangenomen besluit tot vaststelling van de eindafrekening van het voorschot VVE-bijdrage 2023 is bij beschikking van de kantonrechter vernietigd (zie 4.66 en 5.7 van de beschikking).

3.Het geschil

3.1.
[eisers] c.s. vorderen – voor zover in het geding bij team handel en haven van de rechtbank nog van belang – om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
de VVE te verplichten een gecertificeerd elektrotechnisch bureau in te schakelen, teneinde de verbruikscijfers van de algemene ruimten, de lift en de algemene ruimten, exclusief van de verzoekers in het bijzonder, op deugdelijke wijze vast te stellen c.q. uit te rekenen;
de VVE te verplichten om periodiek, jaarlijks, een duidelijke en op verificatoire wijze toegelichte jaarafrekening te verstrekken en haar tevens te verplichten om bij een batig saldo dat batig saldo eveneens jaarlijks aan verzoekers terug te betalen.
3.2.
De VVE concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van [eisers] c.s. in hun vorderingen, althans afwijzing van de vorderingen, met hoofdelijke veroordeling, uitvoerbaar bij voorraad, van [eisers] c.s. in de (werkelijke) proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Procedureel
4.1.
Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat [eiser 1] gedurende deze procedure is overleden. Het overlijden van een procespartij levert een grond op voor schorsing als daarop een beroep wordt gedaan door betekening van de ingeroepen schorsing aan de wederpartij of door een daartoe strekkende akte ter rolle. [1] De rechtbank constateert dat partijen niet om schorsing van het geding hebben gevraagd. Dit betekent dat de procedure ook op naam van [eiser 1] wordt voortgezet.
De vorderingen
Er is geen grondslag om de gevorderde verplichtingen aan de VVE op te leggen
4.2.
De (resterende) vorderingen van [eisers] c.s. hebben de strekking om de VVE te verplichten de genoemde handelingen te verrichten. Gevraagd naar de grondslag van de gevorderde verplichtingen is op de mondelinge behandeling namens [eisers] c.s. een beroep gedaan op misbruik van recht. Daarbij is toegelicht dat de VVE onredelijk hoge voorschotbedragen bij de torenflatbewoners in rekening te brengt met de bedoeling om vanuit die bedragen alle kosten – die meer omvatten dan kosten die uitsluitend voor rekening van de torenflatbewoners behoren te komen – te voldoen.
De gewenste inschakeling van een gecertificeerd electrotechnisch bureau heeft als doel om duidelijkheid te krijgen over verbruik ten behoeve van algemene ruimten enerzijds en uitsluitend de torenflat anderzijds, om op basis daarvan inzichtelijke en redelijke (voorschot)bedragen voor de torenflatbewoners vast te kunnen stellen.
4.3.
De VVE betwist dat zij gehouden is om een deskundige in te schakelen, omdat een daartoe strekkend ALV-besluit, of andere grondslag, ontbreekt. Bovendien heeft de VVE met de inschakeling van elektrotechnische inspecteur, de heer [naam 1] , al (onverplicht) aan het verzoek van de torenflatbewoners voldaan. De doorberekeningsmethodiek die de VVE hanteert is juist, voorzien van onderbouwing met alle leden gedeeld en op de ALV akkoord bevonden. De door [eisers] c.s. gewenste jaarlijkse afrekeningsmethode is praktisch niet uitvoerbaar, aldus de VVE.
4.4.
De rechtbank stelt voorop dat een vereniging van eigenaars van appartementsrechten een bijzondere vorm van gemeenschap is, waarop de bepalingen van titel 9 van boek 5 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing zijn. Besluitvorming binnen een VVE is geregeld in de wet, de splitsingsakte en/of het splitsingsreglement. Verder bepaalt artikel 2:8 lid 1 BW Pro dat een rechtspersoon zoals de VVE en degenen die krachtens de wet en de statuten bij zijn organisatie zijn betrokken, zoals haar leden, zich als zodanig jegens elkaar moeten gedragen naar hetgeen door de redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd.
4.5.
De rechtbank stelt vast dat de VVE al een deskundige ( [naam 1] ) op het gebied van elektra heeft ingeschakeld, die onderzoek heeft verricht naar de wijze waarop het elektraverbruik in het appartementencomplex wordt gemeten en welk gebruik met de afzonderlijke groepen wordt gediend (zie 2.4). [eisers] c.s. hebben niet gesteld en niet is gebleken dat [naam 1] niet deskundig is. Ook is niet gebleken van een andere reden om niet van de juistheid van zijn bevindingen uit te kunnen gaan. Als er al sprake zou zijn van een verplichting voor de VVE [2] om een deskundige in te schakelen, dan heeft zij daaraan met de inschakeling van [naam 1] voldaan. Daarbij komt dat de VVE naar aanleiding van het rapport van [naam 1] ook een bureau heeft ingeschakeld die in aanwezigheid van torenflatbewoners tussenmeters heeft geplaatst, waarmee het verbruik van elektra sindsdien in afzonderlijke groepen wordt gemeten. Hiermee heeft de VVE zich in voldoende mate ingespannen om aan de wensen van de torenflatbewoners tegemoet te komen. In juridische zin betekent dit dat de VVE jegens hen heeft gehandeld in overeenstemming met wat de redelijkheid en billijkheid vorderen. Nu bovendien een specifieke grondslag voor de vordering tot inschakeling van een deskundige ontbreekt, kan van de VVE niet meer worden verwacht dan zij (onverplicht) al heeft gedaan. Dit betekent dat vordering d wordt afgewezen.
4.6.
[eisers] c.s. vorderen verder om (i) een periodieke jaarafrekening en (ii) jaarlijkse uitkering van het batig saldo. De rechtbank stelt bij beide onderdelen voorop dat van de VVE mag worden verwacht dat zij een deugdelijke administratie voert en verantwoording aflegt aan haar leden. Dit past op zichzelf binnen artikel 2:8 lid 1 BW Pro en is ook een redelijke uitleg van artikel 2 en Pro 4 van het reglement.
4.7.
Voor toewijzing van de vorderingen moet de rechtbank ten eerste kunnen vaststellen dat de VVE de gevorderde verplichting heeft en ten tweede dat die verplichting niet wordt nagekomen. Die situatie doet zich niet voor. Ten aanzien van de gevorderde jaarafrekening hebben [eisers] c.s. onvoldoende onderbouwd gesteld dat als die verplichting past in het wettelijk kader en de verplichtingen op grond van het reglement, de VVE in de nakoming daarvan tekortschiet. Uit de notulen van de ALV blijkt in elk geval dat de exploitatiebegroting 2023 met de daarin verwerkte ontvangen en te betalen voorschotbijdragen onderwerp is geweest van besluitvorming en rechtsgeldig is vastgesteld. Daarmee veronderstelt de rechtbank dat aan het eerste onderdeel van deze vordering is voldaan. Dat deze vaststelling tegen de wens van de torenflatbewoners als minderheid is gebeurd, doet niet af aan de democratische wijze van totstandkoming. Dat de gewenste jaarafrekening iets anders is dan de vastgestelde exploitatiebegroting hebben de torenflatbewoners onvoldoende duidelijk gemaakt. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de VVE bovendien verklaard dat na een peridode zonder vergaderingen in verband met lopende procedures, de dag na de mondelinge behandeling weer een ALV zou plaatsvinden. De rechtbank gaat er vanuit dat daar (opnieuw) plaats is geweest voor besluitvorming voor onder meer de begroting voor opvolgende jaren en vaststelling van voorschotten (ook voor zover eerdere besluiten daarover zijn vernietigd (zie 2.7)) of dat dit op de eerstvolgende vergadering alsnog zal gebeuren. Mocht dit op relevante onderdelen niet op initiatief van het bestuur zal gebeuren, dan is de primaire weg dat de torenflatbewoners op grond van artikel 34 van Pro het splitsingsreglement (zie 2.2) een verzoek daartoe doen. Niet gebleken is dat zij dat hebben gedaan.
Bij deze stand van zaken wordt het eerste onderdeel van de vordering afgewezen wegens gebrek aan grondslag.
4.8.
De gevorderde verplichting tot terugbetaling van het batig saldo is evenmin toewijsbaar. Artikel 4 lid 3 van Pro het splitsingsreglement biedt daarvoor wel een aanknopingspunt, maar in dit geval heeft de ALV voor het jaar 2023 – tezamen met vaststelling van de eindafrekening van het voorschot 2023 – aanvankelijk anders besloten, namelijk tot verrekening van verschillen (waaronder overschotten, zo begrijpt de rechtbank) in de komende periode (zie 2.7). Hoewel dit niet met zoveel woorden in de beschikking van de kantonrechter is genoemd, brengt de vernietiging van het hoofdbesluit tot vaststelling van deze eindafrekening logischerwijs ook met zich mee dat het besluit tot verrekening geen grondslag heeft zodat die verrekening niet heeft kunnen plaatsvinden. Dit betekent niet zonder meer dat de torenflatbewoners een aanspraak hebben op uitkering, omdat de eindafrekening (alsnog) eerst moet worden vastgesteld en voorstelbaar is dat in de vergadering wederom wordt gestemd over de bestemming van het (eventuele) overschot. Al met al is er geen grond voor toewijzing van de vordering tot het opleggen van een verplichting tot terugbetaling van het batig saldo.
4.9.
Hierbij komt dat tijdens de mondelinge behandeling duidelijk is geworden dat het voornaamste bezwaar van [eisers] c.s. is dat de VVE via voorschotbetalingen bedragen aan de torenflatbewoners in rekening brengt waar geen prestatie tegenover staat. Zo is het voorschot volgens [eisers] c.s. nog steeds mede gebaseerd op (eenmalige) kosten van een keuringsinstituut en een servicecontract voor de lift, terwijl die diensten sinds 2023 niet meer worden verleend. In het licht van artikel 2:8 lid 1 BW Pro is dit een plausibel argument. Het is niet redelijk om bij de torenflatbewoners kosten in rekening te brengen voor werkzaamheden, leveringen of diensten die niet zijn verricht of niet aan hen ten goede komen. De VVE heeft tegen dit argument ingebracht dat zij de voorschotbijdrage wel wilde verminderen, maar dat het bewuste besluit op verzoek van de torenflatbewoners door de kantonrechter is vernietigd. Sindsdien heeft geen ALV plaatsgevonden waar dit punt aan de orde kon worden gesteld voor besluitvorming.
Hoewel de rechtbank de achtergrond van de bezwaren van [eisers] c.s. begrijpt, hebben zij geen vordering ingesteld die ziet op het materiële aspect van al dan niet door te berekenen kosten, zodat de rechtbank daarover geen beslissing kan nemen. Al met al is er ook geen grond voor toewijzing van dit onderdeel van de vordering.
4.10.
Ten overvloede merkt de rechtbank op dat van de VVE mag worden verlangd dat het onderwerp van in redelijkheid door te belasten kosten en de eindafrekening van betaalde voorschotten wel via de geëigende weg voor besluitvorming voor de eerstvolgende ALV wordt geagendeerd, voor zover dit niet is gebeurd op de ALV die volgens de VVE de dag na de mondelinge behandeling stond gepland. De VVE heeft duidelijk gemaakt dat geen sprake is van onwil, maar van een impasse die naar het zich laat aanzien op de eerstvolgende ALV doorbroken zou moeten kunnen worden. Uit de vernietiging van het besluit van 11 november 2024 met betrekking tot vaststelling van de eindafrekening van het voorschot VVE-bijdrage 2023 en ook uit artikel 4 lid 3 van Pro het reglement volgt de noodzaak om een vergadering bijeen te roepen om (alsnog) te besluiten over dat onderwerp, met inachtneming van het voorgaande en met hetgeen de kantonrechter in 4.64 van zijn beschikking heeft overwogen. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat de (voorzitter van de) VVE haar verantwoordelijkheid daarin neemt en ook voor de jaren na 2023 zal nemen en dat het niet opnieuw op een procedure zal hoeven aankomen.
[eisers] c.s. moeten de proceskosten van de VVE betalen op grond van het liquidatietarief
4.11.
[eisers] c.s. zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten van de VVE (inclusief nakosten) die zien op de procedure bij de handelsrechter betalen. Anders dan de VVE heeft gesteld, oordeelt de rechtbank dat geen sprake is van een evident ongegronde eis, die [eisers] c.s. niet hadden mogen instellen. Het enkele feit dat [eisers] c.s. meerdere gerechtelijke procedures tegen de VVE hebben ingesteld, met moeilijk te doorgronden processtukken, is onvoldoende om te oordelen dat sprake is van misbruik van (proces)recht. Het beroep van de VVE om een reële proceskostenveroordeling wordt daarom afgewezen.
4.12.
Dit betekent dat de proceskosten van de VVE op grond van het liquidatietarief worden begroot op:
- griffierecht € 627,00
- salaris advocaat € 1.306,00 (2 punten × € 653,00)
- nakosten
€ 189,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 2.122,00
4.13.
De proceskostenveroordeling wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en vermeerderd met wettelijke rente bij niet tijdige betaling omdat de VVE dat heeft gevorderd en [eisers] c.s. daartegen geen verweer hebben gevoerd.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
wijst de vorderingen van [eisers] c.s. af,
5.2.
veroordeelt [eisers] c.s. in de proceskosten van € 2.122,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de wettelijke rente en met € 98,00 plus de kosten van betekening als [eisers] c.s. niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2026.
3268/1980

Voetnoten

1.Artikel 225 Rv Pro
2.bijvoorbeeld op grond van artikel 2:8 lid 1 BW Pro