Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 4 maart 2026, met bijlagen 1 tot en met 17;
- de e-mail van 10 maart 2026 met een brief van diezelfde datum en bijlage 18;
- de e-mail van 13 maart 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
In deze kortgedingprocedure vordert eiseres de ontruiming van een bedrijfsruimte die door gedaagde wordt gehuurd en waarin een kinderdagverblijf werd geëxploiteerd. Gedaagde is niet verschenen, waardoor verstek is verleend.
Eiseres stelt dat gedaagde sinds half januari 2026 het kinderdagverblijf heeft gesloten en daarmee zijn contractuele exploitatieverplichting niet nakomt. Tevens is sprake van een aanzienlijke huurachterstand van ruim zeven maanden, ter zitting gesteld op € 44.810,56. Eiseres heeft een kandidaat-huurder die de bedrijfsruimte spoedig wil betrekken om eveneens een kinderdagverblijf te exploiteren.
De kantonrechter oordeelt dat het spoedeisend belang aanwezig is en dat het aannemelijk is dat in een bodemprocedure de huurovereenkomst zal worden ontbonden. Daarom wordt gedaagde veroordeeld tot ontruiming binnen drie dagen na betekening van het vonnis en tot betaling van de huur vanaf 1 maart 2026 tot de ontruimingsdatum. Tevens worden de proceskosten aan gedaagde opgelegd en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming van de bedrijfsruimte en betaling van huur en proceskosten.