Uitspraak
1.Tenlastelegging
hij op of omstreeks 21 september 2025 te Rotterdam,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten de
woning gelegen aan de [adres 2], alwaar verdachte en/of zijn mededader zich
buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een geldbedrag (te
weten negenhonderd euro) en/of een muntenverzameling, dat/die geheel of ten
dele aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn
mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich
wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de
toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te
nemen geldbedrag en/of muntenverzameling onder zijn/hun bereik heeft/hebben
gebracht door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid
en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
door
- aan te bellen bij de woning van [slachtoffer] en/of zich daarbij voor te doen als een
nieuwe bewoner van de flat en/of
- (vervolgens) in die hoedanigheid zich toegang te verschaffen tot die woning door
die [slachtoffer] een marsepeinen varken aan te bieden en/of
- zijn mededader in de woning en/of de slaapkamer te laten en/of
- in de woning meerdere voorwendselen te gebruiken om zijn mededaders in de
gelegenheid te stellen (langer) in de woning te verblijven en/of die [slachtoffer] bezig te
houden, door te vragen naar een glas water en/of die [slachtoffer] de toegang tot de
woonkamer te blokkeren;
hij op of omstreeks 12 januari 2026 te Rotterdam,
een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie Pro I onder 3º van de Wet wapens en
munitie,
te weten een vilmes
voorhanden heeft gehad.
2.Bewijs
hij op 21 september 2025 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een ander,
in een woning, te weten de woning gelegen aan de [adres 2],
en, een geldbedrag (te weten negenhonderd euro) en een muntenverzameling, die aan [slachtoffer] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om
diezich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en dat weg te nemen geldbedrag en
die weg te nemenmuntenverzameling onder hun bereik hebben gebracht door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels,
door
- aan te bellen bij de woning van [slachtoffer] en zich daarbij voor te doen als een nieuwe bewoner van de flat en
- vervolgens in die hoedanigheid zich toegang te verschaffen tot die woning door die [slachtoffer] een marsepeinen varken aan te bieden en
- zijn mededader in de woning te laten en
- in de woning meerdere voorwendselen te gebruiken om zijn mededader in de gelegenheid te stellen langer in de woning te verblijven en die [slachtoffer] bezig te houden, door te vragen naar een glas water en die [slachtoffer] de toegang tot de woonkamer te blokkeren;
hij op 12 januari 2026 te Rotterdam,
een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie Pro I onder 3º van de Wet wapens en
munitie,
te weten een vilmes
voorhanden heeft gehad.
3.Kwalificatie en strafbaarheid
4.Straf
5.In beslag genomen voorwerpen
6.Vordering van de benadeelde partij
7.Vordering tot tenuitvoerlegging
8.Wettelijke voorschriften
9.Beslissingen
gevangenisstraf van 6 (zes) maanden;
2 (twee) maanden van deze gevangenisstrafniet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
tenuitvoerleggingvan de aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van 74 dagen, zoals opgelegd in het vonnis van 22 augustus 2024;
1.100,00, bestaande uit materiële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 21 september 2025 tot de dag van volledige betaling. Als en voor zover er al door de mededader (deels) is betaald, wordt de verdachte (in zoverre) van die betalingsverplichting bevrijd;
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de [benadeelde partij] aan de staat
€ 1.100,00te betalen, en de wettelijke rente vanaf 21 september 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
11 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;