Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:4459

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
9 maart 2026
Publicatiedatum
16 april 2026
Zaaknummer
FT RK 25-1536
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848Art. 349a FwArt. 316 FwArt. 295 FwArt. 296 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling met vaststelling looptijd en ingangsdatum

De rechtbank Rotterdam heeft op 9 maart 2026 het verzoek van verzoekster om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) toegewezen. Verzoekster bevindt zich in een problematische schuldensituatie en voldoet aan de voorwaarden voor toelating, waaronder te goeder trouw zijn bij het ontstaan en onbetaald laten van schulden.

De rechtbank heeft vastgesteld dat verzoekster niet heeft voldaan aan de inspanningsplicht tijdens het minnelijke schuldhulpverleningstraject, omdat zij geen fulltime dienstbetrekking had, niet aantoonbaar naar werk heeft gesolliciteerd en afspraken met de werkconsulent en keuringsinstantie niet is nagekomen. Hierdoor is geen eerdere ingangsdatum van de Wsnp vastgesteld; de looptijd vangt aan op de datum van het vonnis.

Tijdens het Wsnp-traject moet verzoekster aan diverse verplichtingen voldoen, waaronder informatieverstrekking, inspanningsverplichting, geen nieuwe schulden maken, schuldeisers niet benadelen en afdracht van inkomen boven het vrij te laten bedrag (vtlb). Een bewindvoerder en rechter-commissaris worden benoemd om toezicht te houden en de boedel te beheren. Bij succesvolle afronding van het traject krijgt verzoekster een 'schone lei', waardoor schuldeisers niet langer kunnen verhalen op haar schulden.

De rechtbank heeft de looptijd van de regeling vastgesteld op 18 maanden, ingaand op 9 maart 2026 en eindigend op 9 september 2027. Tevens is bepaald dat de bewindvoerder de post van verzoekster mag inzien en een voorschot op zijn vergoeding mag nemen indien de boedel toereikend is. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen.

Uitkomst: Verzoekster wordt toegelaten tot de Wsnp met een looptijd van 18 maanden vanaf 9 maart 2026 zonder eerdere ingangsdatum vanwege niet-naleving van de inspanningsplicht.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
insolventienummer: [nummer]
vonnis van:
9 maart 2026
op het verzoek van:
[verzoekster],
wonende te [adres],
[postcode] [plaatsnaam].
Waar deze zaak over gaat
[verzoekster] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor haar schulden te komen heeft [verzoekster] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp).
Dit verzoek wordt toegewezen.
De rechtbank ziet geen aanleiding om een eerdere ingangsdatum te bepalen.
De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
[verzoekster] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 23 februari 2026. Op de zitting zijn verschenen:
- [verzoekster]
- mevrouw A. Jaeger, beschermingsbewindvoerder.
1.3.
De beschermingsbewindvoerder heeft de rechtbank na de zitting, op 24 februari en 26 februari 2026, aanvullende stukken toegezonden.

2.De beoordeling

De toelating
2.1.
[verzoekster] kan worden toegelaten tot de Wsnp als zij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en zij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat [verzoekster] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.
2.2.
[verzoekster] voldoet aan alle eisen en wordt toegelaten tot de Wsnp.
Bevoegdheid
2.3.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van [verzoekster] in Nederland ligt.
Duur
2.4.
De rechtbank stelt de termijn van de Wsnp-regeling ex artikel 349a Fw (hierna: looptijd) op 18 maanden.
De ingangsdatum
2.5.
De Faillissementswet (hierna: Fw) bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan.
2.6.
Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Die inspanningsplicht houdt in beginsel in dat er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt moet worden of er moet aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.
2.7.
De rechtbank stelt vast dat [verzoekster] niet heeft verzocht om een eerdere ingangsdatum, terwijl ook overigens op basis van de ingediende stukken en dat wat op de zitting is besproken niet kan worden vastgesteld dat aan de vereiste verplichtingen is voldaan. [verzoekster] heeft vanaf de start van het schuldhulpverleningstraject geen fulltime dienstbetrekking gehad en heeft daar ook niet naar gesollicteerd. Daarnaast is niet gebleken dat [verzoekster] vanaf de start van het schuldhulpverleningstraject door Stroomopwaarts was ontheven van haar inspanningsplicht. Uit na de zitting toegezonden stukken blijkt dat Stroomopwaarts [verzoekster] na de zitting, vanaf 24 februari 2026, heeft ontheven van haar inspanningsplicht. Bovendien is uit het dossier en het verhandelde ter zitting gebleken dat de werkconsulent van [verzoekster] een afspraak met haar had ingepland waar zij niet is verschenen. Vervolgens heeft de werkconsulent twee afspraken voor [verzoekster] ingepland bij Salude zodat zij een keuring kon ondergaan om haar arbeidsmogelijkheden vast te kunnen stellen. Ook hier is [verzoekster] niet op de afspraken verschenen. De rechtbank weegt dit ook mee in de beoordeling of [verzoekster] zich voldoende heeft ingespannen en komt tot de conclusie dat zij tijdens het minnelijke voortraject niet heeft voldaan aan haar inspanningsplicht. Ook zijn niet alle onderliggende stukken van de vtlb-berekening overgelegd waardoor niet kan worden gecontroleerd of de vtlb-berekening juist is opgesteld. Dit lijkt niet het geval te zijn, omdat daarbij geen rekening is gehouden met de werkende inwonende meerderjarige dochter van [verzoekster]. De rechtbank kan door het ontbreken van de gegevens niet controleren of aan de afdrachtplicht is voldaan.
2.8.
De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat er geen eerdere ingangsdatum zal worden bepaald.

3.De (controle van) verplichtingen in de Wsnp

3.1
De verplichtingen waaraan [verzoekster] tijdens de Wsnp moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te maken, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting (van inkomen boven het vtlb en van goederen die in de boedel vallen).
3.2.
Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert in de eerste plaats of [verzoekster] de verplichtingen van de Wsnp nakomt.
3.3.
De taak van de bewindvoerder is in de tweede plaats om de zogenaamde boedel van de schuldenaar te beheren en te vereffenen (artikel 316 Fw Pro). De boedel omvat alle bezittingen die [verzoekster] nu heeft en wat zij tijdens de toepassing van de regeling verkrijgt (artikel 295 Fw Pro). [verzoekster] heeft de verplichting om tot de boedel behorende bezittingen aan de bewindvoerder af te staan (artikel 296 Fw Pro). De bewindvoerder zal de opbrengsten hiervan verdelen onder de schuldeisers.
3.4.
Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.
3.5.
De eerste 13 maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan [verzoekster].
3.6.
Als [verzoekster] zich tijdens het Wsnp-traject houdt aan alle verplichtingen van de Wsnp eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de Wsnp werkt niet meer op [verzoekster] kunnen verhalen. De “schone lei” geldt vanaf het moment dat de bewindvoerder klaar is met zijn afwikkelingstaak. Dat is als de slotuitdelingslijst verbindend is geworden.

4.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoekster],
geboren op [geboortedatum]-1984 te [geboorteplaats],
wonende te [adres], [postcode] [plaatsnaam];
- benoemt tot rechter-commissaris mr. M.C. Snel-van den Hout
en tot bewindvoerder [naam],
gevestigd te [postadres]
;
- stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 9 maart 2026 en de duur op achttien maanden, en bepaalt de einddatum van de looptijd daarmee op
9 september 2027;
- draagt de bewindvoerder op de post van [verzoekster] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. M.C. Snel-van den Hout, rechter, in samenwerking met
I. van Gemerde, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2026. [1]