Verzoeker heeft een schuldregeling aangeboden aan negen schuldeisers met een totale vordering van €11.748,27, waarbij geen uitkering aan schuldeisers plaatsvindt en kwijtschelding wordt gevraagd. Acht schuldeisers stemden in, maar Herbel B.V. met een vordering van €6.097,39 (51,9% van de totale schuld) weigerde mee te werken vanwege huurachterstanden en wens tot ontbinding huurovereenkomst.
De rechtbank overweegt dat hoewel schuldeisers in beginsel recht hebben op volledige betaling, de belangenafweging moet plaatsvinden tussen het belang van Herbel en dat van verzoeker en overige schuldeisers. De regeling is getoetst door een onafhankelijke partij en goed gedocumenteerd. Verzoeker werkt inmiddels fulltime en staat onder beschermingsbewind, waardoor nieuwe schulden onwaarschijnlijk zijn.
De rechtbank concludeert dat het dwangakkoord het uiterste is wat verzoeker kan bieden en dat het resultaat gunstiger is dan een schuldsaneringsregeling. Daarom wordt Herbel bevolen in te stemmen met de regeling, het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen en Herbel veroordeeld in de proceskosten.