Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:4411

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
31 maart 2026
Publicatiedatum
16 april 2026
Zaaknummer
ROT 25/1620
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.1 Wht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing compensatieverzoek op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen wegens reeds herstelde fout

Eiseres verzocht compensatie op grond van artikel 2.1, eerste lid, van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) vanwege een neerwaartse bijstelling van haar kinderopvangtoeslag in 2007. De Dienst Toeslagen wees dit verzoek af omdat de fout in 2010 al was hersteld na een herzieningsverzoek van eiseres.

De rechtbank oordeelt dat er geen aanwijzingen zijn voor institutionele vooringenomenheid of onbillijkheden van overwegende aard zoals bedoeld in de Wht. De fout bestond uit het ten onrechte meenemen van een bijdrage van de gemeente Apeldoorn, maar deze is tijdig gecorrigeerd. Daarnaast is niet gebleken dat eiseres geregistreerd stond in het Dagboek PIT of de Fraude Signalering Voorziening.

De rechtbank benadrukt dat de Wht niet bedoeld is om fouten uit het verleden te herstellen die reeds zijn gecorrigeerd. Het beroep van eiseres wordt daarom ongegrond verklaard, en zij krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter S. Veling op 31 maart 2026.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van compensatie op grond van de Wht wordt ongegrond verklaard omdat de fout in 2007 al in 2010 is hersteld.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 25/1620

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 maart 2026 in de zaak tussen

[eiseres], uit Rotterdam, eiseres

(gemachtigde: mr. J. van den Ende),
en

Dienst Toeslagen

(gemachtigde: [naam]).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de aanvraag van eiseres om compensatie op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de Dienst Toeslagen de aanvraag om compensatie voor toeslagjaar 2007 terecht heeft afgewezen.

Procesverloop

2.
2.1.
Met een besluit van 16 maart 2023 heeft de Dienst Toeslagen de aanvraag van eiseres om compensatie op grond van de Wht afgewezen. Met een besluit van 23 januari 2025 op het bezwaar van eiseres (het bestreden besluit) is de Dienst Toeslagen bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.2.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.3.
De Dienst Toeslagen heeft een verweerschrift ingediend.
2.4.
Eiseres heeft een aanvullend beroepschrift ingediend.
2.5.
De rechtbank heeft het beroep op 20 maart 2026 op een zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de Dienst Toeslagen.

Beoordeling door de rechtbank

3. De Dienst Toeslagen heeft – samengevat en voor zover van belang – het volgende aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd. In het jaar 2007 heeft ten onrechte een neerwaartse bijstelling plaatsgevonden, die naar aanleiding van een herzieningsverzoek van eiseres is hersteld. Er is echter geen sprake van vooringenomen handelen. Niet is gebleken dat eiseres geregistreerd heeft gestaan in het Dagboek PIT [1] of in de FSV. [2]
4. Eiseres heeft – samengevat – het volgende aangevoerd. De Dienst Toeslagen heeft miskend dat in 2007 sprake is geweest van vooringenomen handelen doordat de Dienst Toeslagen ten onrechte en zonder voorafgaande uitvraag ervan is uitgegaan dat eiseres ook in 2007 een bijdrage van de gemeente Apeldoorn ontving. De kinderopvangtoeslag in dit toeslagjaar is dan ook ten onrechte verlaagd. De Dienst Toeslagen heeft hiermee in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel gehandeld. Ook heeft de Dienst Toeslagen geen duidelijkheid gegeven over een mogelijke registratie in het Dagboek PIT.
5.1.
Uit artikel 2.1, eerste lid Wht volgt dat compensatie wordt toegekend aan de aanvrager die schade heeft geleden doordat bij de beoordeling van het recht op kinderopvangtoeslag sprake is geweest van:
a. a) institutionele vooringenomenheid of doordat;
b) de toepassing van de wettelijke regelingen heeft geleid tot onbillijkheden van overwegende aard als gevolg van de hardheid waarmee het wettelijk systeem werd toegepast (hardheid van het stelsel).
5.2.
Tussen partijen is niet in geschil dat de Dienst Toeslagen aanvankelijk ten onrechte rekening heeft gehouden met een bijdrage van de gemeente Apeldoorn omdat eiseres die niet meer ontving. Als gevolg hiervan is de kinderopvangtoeslag aanvankelijk op een te laag bedrag vastgesteld. [3] De Dienst Toeslagen heeft deze fout in 2010 hersteld naar aanleiding van een herzieningsverzoek van eiseres. Er bestaan echter geen aanknopingspunten voor het oordeel dat sprake is geweest van vooringenomen handelen als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van de Wht. De rechtbank merkt daarbij op dat de herstelregelingen in de Wht niet zijn bedoeld om fouten die mogelijk in het verleden bij de besluitvorming over het recht op kinderopvangtoeslag zijn gemaakt, te herstellen. [4] Overigens is die fout dus al hersteld. De Dienst Toeslagen heeft terecht geen aanleiding gezien om eiseres een compensatie op grond van artikel 2.1, eerste lid, van de Wht toe te kennen.
5.3.
De Dienst Toeslagen heeft toegelicht dat Dagboek PIT een voorloper was van de FSV en dat de informatie in Dagboek PIT is overgezet naar de FSV. Volgens de Dienst Toeslagen stond eiseres niet in de FSV. Gelet hierop lijkt het niet voor de hand te liggen dat eiseres wel geregistreerd is geweest in Dagboek PIT. Het is niet nodig dat hierover in deze procedure uitsluitsel wordt gegeven omdat, indien eiseres wel in Dagboek PIT geregistreerd zou zijn geweest, dat op zichzelf niet kan leiden tot de conclusie dat eiseres recht zou hebben op compensatie op grond van de Wht.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Veling, rechter, in aanwezigheid van
mr.J.J. van Giezen-Groenewoud, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 31 maart 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Persoonsgericht Intensief Toezicht.
2.Fraude Signalering Voorziening.
3.Uit het dossier blijkt dat de kinderopvangtoeslag is gecorrigeerd van € 5.964,- naar € 7.212,-.
4.Zie de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 19 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5610.