Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar aanvraag compensatie op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Zij wilde meer duidelijkheid over de afwegingen van de Dienst Toeslagen bij de weigering van haar verzoek om een persoonlijke betalingsregeling, om te kunnen beoordelen of zij recht heeft op een tegemoetkoming wegens onterechte kwalificatie van opzet of grove schuld.
Tijdens de zitting heeft de Dienst Toeslagen erkend dat het verzoek om een persoonlijke betalingsregeling was geweigerd en heeft zij pas toen een stuk overgelegd waaruit bleek dat de reden was dat de waarde van de bezittingen van eiseres destijds meer dan € 4.000,- bedroeg. Eiseres heeft daarop verklaard haar beroepsgronden niet langer te handhaven.
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk omdat er geen beroepsgronden meer zijn om te beoordelen. Wel veroordeelt de rechtbank de Dienst Toeslagen in de proceskosten van eiseres vanwege de late overlegging van het stuk. Daarnaast kent de rechtbank eiseres een schadevergoeding van € 1.500,- toe wegens overschrijding van de redelijke termijn, die met achttien maanden is overschreden en volledig aan de Dienst Toeslagen is toe te rekenen.