Verzoekster heeft een moratorium aangevraagd op grond van artikel 287b Faillissementswet om de ontruiming van haar huurwoning te voorkomen. De rechtbank constateert een bedreigende situatie vanwege een ontruimingsvonnis van 29 januari 2026 en een exploot dat ontruiming op 11 maart 2026 aankondigt.
Hoewel eerder een moratorium was toegekend op basis van een andere executoriale titel, staat dit niet aan het nieuwe verzoek in de weg. Verzoekster en haar partner beschikken inmiddels over voldoende inkomen om de lopende huurtermijnen te voldoen. Tevens is een fonds ingeschakeld dat betalingen heeft verricht en wordt beschermingsbewind ingesteld, wat een minnelijk schuldhulpverleningstraject mogelijk maakt.
De rechtbank weegt het belang van verzoekster en haar minderjarige kinderen om in de woning te blijven zwaarder dan het belang van verweerster om het vonnis uit te voeren. Daarom wordt het moratorium voor zes maanden toegekend onder de voorwaarde dat de huurtermijnen tijdig worden voldaan. Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw.