ECLI:NL:RBROT:2026:4391
Rechtbank Rotterdam
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot toelating Wsnp en vernietiging faillietverklaring
Mevrouw [persoon A] werd op 10 februari 2026 failliet verklaard door de rechtbank Rotterdam. Zij stelde verzet in tegen deze faillietverklaring en verzocht gelijktijdig om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp).
De rechtbank oordeelde dat mevrouw [persoon A] ontvankelijk was in haar verzoek tot toelating tot de Wsnp, ondanks het ontbreken van een poging tot buitengerechtelijke schuldregeling, vanwege de specifieke faillissementssituatie en het ontbreken van medewerking van schuldeisers. Hoewel schulden aan het CJIB en de Belastingdienst niet te goeder trouw waren ontstaan, werd de toelating tot de Wsnp met toepassing van de hardheidsclausule toegestaan.
De rechtbank stelde de duur van de Wsnp-regeling vast op 18 maanden met ingang van 19 maart 2026 en benoemde een bewindvoerder en rechter-commissaris. Tevens werd het verzet gegrond verklaard en het faillissementsvonnis van 10 februari 2026 vernietigd. Het salaris van de curator werd vastgesteld en ten laste van mevrouw [persoon A] gebracht.
Uitkomst: Het verzet tegen de faillietverklaring wordt gegrond verklaard, het faillissementsvonnis vernietigd en het verzoek tot toelating tot de Wsnp toegewezen met een looptijd van 18 maanden vanaf 19 maart 2026.