Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:4342

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
27 maart 2026
Publicatiedatum
14 april 2026
Zaaknummer
ROT 23/2694
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbAlgemene verordening gegevensbescherming
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens tijdige beslissing college op informatieverzoeken

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam omdat hij meent dat het college niet heeft voldaan aan een eerdere rechterlijke uitspraak van 22 februari 2022. In die uitspraak werd het college opgedragen binnen twee weken opnieuw te beslissen op de informatieverzoeken van eiser van 25 mei 2021, betreffende Suwinet en de belhistorie.

De rechtbank stelt vast dat het college op 9 maart 2022 twee besluiten heeft genomen die betrekking hebben op deze verzoeken. Daarmee is voldaan aan de rechterlijke opdracht. Hoewel eiser kritiek heeft op de inhoud van deze besluiten en deze als onvolledig beschouwt, kan hij deze punten aan de orde stellen in bezwaar en eventueel beroep.

Omdat het beroep niet tijdig is ingesteld en het college niet in gebreke is gebleven, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Eiser krijgt zijn griffierechten niet terug en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het college tijdig heeft beslist op de informatieverzoeken.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 23/2694

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 maart 2026 in de zaak tussen

[eiser], uit Rotterdam, eiser

en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam, het college
(gemachtigde: mr. R. Codrington).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiser heeft ingesteld na de uitspraak van de rechtbank van 22 februari 2022. [1] In die uitspraak staat dat het college binnen twee weken opnieuw moet beslissen op de aanvraag van eiser. Eiser stelt nu beroep in, omdat het college dat volgens hem niet heeft gedaan.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. In de uitspraak van 22 februari 2022 heeft de rechtbank zich uitgelaten over een zevental verzoeken van eiser om informatie en/of om inzage op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Over eisers verzoeken van 25 mei 2021 (Suwinet en de belhistorie) heeft de rechtbank geoordeeld dat het college binnen twee weken na bekendmaking van haar uitspraak alsnog moet beslissen.
Dit beroep niet tijdig ziet op deze twee verzoeken van 25 mei 2021. Eiser is van mening dat het college niet heeft voldaan aan het oordeel van de rechtbank, omdat nog niet is beslist op deze verzoeken.
3. Vast staat dat het college op 9 maart 2022 een tweetal besluiten heeft genomen naar aanleiding van eisers verzoeken van 25 mei 2021 over Suwinet en de belhistorie. Hiermee heeft het college alsnog op eisers verzoeken beslist en is voldaan aan de uitspraak van de rechtbank van 22 februari 2022.
Alles wat eiser aanvoert over deze besluiten van 9 maart 2022 als kritiek en tekortkoming (o.a. dat het slechts deelbesluiten zijn en dat informatie ontbreekt), kan hij in bezwaar en eventueel beroep aan de orde stellen. Dit heeft eiser ook gedaan.
4. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Het college heeft de eerder door de rechtbank opgelegde beslistermijn niet overschreden. Eiser krijgt daarom zijn griffierechten niet terug. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Klomp, rechter, in aanwezigheid van mr. L. Meijer, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 27 maart 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.ROT 21/4924 (ECLI:NL:RBROT:2022:1823).