Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
[adres 1] , [postcode] [plaatsnaam] ,
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- vrijspraak van het onder parketnummer 10/181449-24 ten laste gelegde;
- bewezenverklaring van het onder parketnummer 10/228359-24 primair ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 8 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar, met de algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit en met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de jeugdreclassering, dat de verdachte zal meewerken aan begeleiding van een coach vanuit Urban Skillsz en dat de verdachte zich zal inzetten voor het hebben en behouden van een zinvolle vrijetijdsbesteding;
- met opdracht aan de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
- veroordeling van de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen vervangende jeugddetentie.
4.Waardering van het bewijs
of omstreeks30 maart 2024 te Vlaardingen,
/of[slachtoffer 2] en
/of[slachtoffer 3] en
/of[slachtoffer 4]
, althans de bewoners van de woning aan de [adres 2]opzettelijk van het leven te beroven, een
vuurwerkbrandstofcombinatie, althanseen of meerdere stukken vuurwerk en/of explosieven tot ontploffing heeft gebracht door deze aan te steken en vervolgens via het door hem, verdachte, verbroken raam van voornoemde woning, de woning in te gooien,
5.Strafbaarheid feit
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straffen
25 februari 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
8.Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen
€ 25.124,98, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld. De verdachte moet de benadeelde partijen [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3] ,
ieder een schadevergoeding betalen van € 10.000,00, [benadeelde partij 4] een schadevergoeding betalen van € 7.500,00 en [benadeelde partij 5] en [benadeelde partij 6] een schadevergoeding van
€ 2.500,00, alle vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld. Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Bijlage
11.Beslissing
voor de duur van 8 (acht) maanden;
6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
2 (twee) jaren;
werkstrafvoor de duur van
100 (honderd)
uren;
50 (vijftig) dagen;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de [benadeelde partij 1] te betalen
€25.124,98 (hoofdsom,
zegge: vijfentwintigduizend honderdvierentwintig euro en achtennegentig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 maart 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
€ 10.000,00 (zegge: tienduizend euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 30 maart 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de [benadeelde partij 2] te betalen
€ 10.000,00(hoofdsom,
zegge: tienduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 maart 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
€ 10.000,00 (zegge: tienduizend euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 30 maart 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de [benadeelde partij 3] te betalen
€ 10.000,00(hoofdsom,
zegge: tienduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 maart 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
€ 7.500,00 (zegge: zevenduizend vijfhonderd euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 30 maart 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de [benadeelde partij 4] te betalen
€ 7.500,00(hoofdsom,
zegge: zevenduizend vijfhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 maart 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
€ 2.500,00 (zegge: tweeduizend vijfhonderd euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 30 maart 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de [benadeelde partij 5] te betalen
€ 2.500,00(hoofdsom,
zegge: tweeduizend vijfhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 maart 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
€ 2.500,00 (zegge: tweeduizend vijfhonderd euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 30 maart 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de [benadeelde partij 6] te betalen
€ 2.500,00(hoofdsom,
zegge: tweeduizend vijfhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 maart 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie Pro III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3 van die wet in de vorm van een revolver, te weten een revolver van het merk BBM, model Olympic 38, kaliber .22lr, en/of (voor dat vuurwapen geschikte) munitie in de zin van artikel 1 onder Pro 4 Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 van Pro die wet van de Categorie III, te weten 7 kogelpatronen, kaliber .22lr,
voorhanden heeft gehad.