Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:4333

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
31 maart 2026
Publicatiedatum
13 april 2026
Zaaknummer
C/10/716800 / JE RK 26-537
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking kinderrechter over ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing minderjarige

De Raad voor de Kinderbescherming heeft bij de rechtbank Rotterdam een verzoek ingediend tot ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige geboren in 2011. De minderjarige vertoont zorgelijk en moeilijk stuurbaar gedrag, waardoor eerdere plaatsingen zijn mislukt en zij momenteel verblijft op een crisisgroep van Fidelity Zorg.

Tijdens de zitting op 31 maart 2026, waarbij de ouders, hun advocaten, vertegenwoordigers van de Raad en de gecertificeerde instelling aanwezig waren, is de minderjarige via beeldbellen gehoord. De kinderrechter concludeert dat de voorwaarden voor ondertoezichtstelling zijn vervuld en dat uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van haar verzorging en opvoeding.

De kinderrechter erkent de moeizame voortgang en communicatieproblemen, maar benadrukt dat de problematiek complex is en dat diagnostiek en behandeling dringend nodig zijn. Daarom wordt de ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar toegekend en de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd voor zes maanden. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep.

Uitkomst: De kinderrechter stelt de minderjarige onder toezicht en verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing wegens ernstige bedreiging van haar ontwikkeling en noodzaak tot diagnostiek en behandeling.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/716800 / JE RK 26-537
Datum uitspraak: 31 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
regio Rotterdam-Dordrecht,
gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de Raad,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. F. el Makhtari, kantoorhoudende te Rotterdam,
[naam vader],
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats 2] ,
advocaat: mr. N. Roos, kantoorhoudende te Rotterdam,
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 20 maart 2026, door de rechtbank ontvangen op diezelfde datum.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 31 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • de moeder met haar advocaat;
  • de vader met zijn advocaat;
  • een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon A] ;
  • een vertegenwoordiger van de GI, [persoon B] .
1.3.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar haar mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft
hierover, via een beeldbelverbinding (FaceTime), een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De moeder en de vader zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] verblijft op een crisisgroep van Fidelity Zorg.
2.3. Bij beschikking van 21 januari 2026 is [voornaam minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 21 januari 2026 tot 21 april 2026. Bij diezelfde beschikking is een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] verleend in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, te weten in een 3-milieuvoorziening in Zutphen, met ingang van 21 januari 2026 voor de duur van vier weken. De behandeling van het verzoek is daarbij voor het overige aangehouden tot de zitting van 28 januari 2026.
2.4. Bij beschikking van 28 januari 2026 is de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd tot 21 april 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De Raad verzoekt [voornaam minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van zes maanden.
De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De Raad handhaaft op de zitting het verzoek. Het gaat niet goed met [voornaam minderjarige] . Zij vertoont zelfbepalend gedrag en laat zich moeilijk sturen. Zij heeft al op meerdere plekken verbleven. Door haar gedrag ontstaat er telkens onrust op de groepen, waardoor het lastig is om goed te onderzoeken wat er met haar aan de hand is. Na een nieuwe escalatie is [voornaam minderjarige] geplaatst op een crisisgroep van Fidelity Zorg. Terug naar huis kan zij nu niet. Er is diagnostiek en behandeling nodig. Daarom is een ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing nog nodig.

4.De standpunten

4.1.
De GI ondersteunt op de zitting het verzoek. Morgen staat er een intake gepland bij de Fjord. Het is nog onzeker of deze doorgaat door problemen met vervoer. Tijdens de intake wordt gekeken of [voornaam minderjarige] daar geplaatst kan worden en of er diagnostiek kan plaatsvinden. Als dat niet kan, wordt er een andere plek gezocht. Optimal Zorg kan een optie zijn. De GI erkent dat het traject moeizaam verloopt. [voornaam minderjarige] is al meerdere keren overgeplaatst door haar gedrag. Daarom is het belangrijk dat er nu rust komt en snel een passende plek wordt gevonden. Ook is het de bedoeling dat [voornaam minderjarige] binnenkort een vaste jeugdbeschermer krijgt.
4.2.
Door en namens de moeder wordt ingestemd met het verzoek van de Raad, maar niet voor de hele periode. De moeder maakt zich zorgen om [voornaam minderjarige] . In de afgelopen maanden is er te weinig gebeurd. Er is geen behandeling gestart en de ouders zijn onvoldoende geïnformeerd. Ook is onduidelijk wat er met [voornaam minderjarige] gebeurt als de plaatsing bij de Fjord niet doorgaat. Daarom verzoekt de moeder om de maatregelen voor een kortere periode toe te wijzen en het overig verzochte aan te houden, zodat snel opnieuw gekeken kan worden gekeken naar de situatie.
4.3.
Door en namens de vader wordt verklaard dat hij zich ook zorgen maakt over [voornaam minderjarige] . De vader is het ermee eens dat [voornaam minderjarige] nu niet naar huis kan en gaat akkoord met het verzoek. Wel wenst hij dat er tussentijds opnieuw wordt gekeken naar de situatie, omdat er onvoldoende vooruitgang is geweest. De GI moet sneller handelen. De vader is teleurgesteld over hoe de plaatsing bij de crisisopvang Ruby is verlopen. Ook verloopt de communicatie met instanties slecht. Het contact met de huidige jeugdbeschermer gaat wel goed.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. Ook is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de zitting blijkt dat [voornaam minderjarige] ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. Het gaat al langere tijd niet goed met haar. Zij laat zorgelijk gedrag zien en heeft moeite met het accepteren van regels. [voornaam minderjarige] is al op meerdere groepen vastgelopen. Ook is duidelijk dat zij nu niet thuis kan wonen. De ouders erkennen dit. In de afgelopen periode is er geen verbetering geweest. Daarom zijn diagnostiek en behandeling dringend nodig. Eerst moet duidelijk worden wat er met [voornaam minderjarige] aan de hand is, zodat passende hulp kan worden ingezet. Tot die tijd blijft een residentiële plaatsing noodzakelijk. Dat eerdere plaatsingen niet goed zijn verlopen, laat zien dat intensieve hulp en een duidelijke regie noodzakelijk zijn.
De kinderrechter begrijpt dat het traject moeizaam verloopt en dat de ouders ontevreden zijn over de communicatie en voortgang. Dit neemt echter niet weg dat de maatregelen nog steeds nodig zijn en dat de problematiek te complex is om dit in het vrijwillig kader aan te pakken. Ook het gedrag van [voornaam minderjarige] heeft er aan bijgedragen dat er nog weinig is bereikt, tegelijkertijd geeft haar gedrag ook aan hoe groot de noodzaak is dat zij wordt onderzocht en passende hulp krijgt aangeboden. [voornaam minderjarige] heeft stabiliteit, onderzoek en behandeling nodig en elk onderdeel daarvan kost tijd. Daarom acht de kinderrechter een kortere duur niet passend. De kinderrechter verwacht dat de GI voortvarend handelt, dat de intake bij de Fjord zo mogelijk doorgaat - het is onacceptabel dat het niet kunnen regelen van het vervoer en de begeleiding van [voornaam minderjarige] de reden zou zijn dat de intake niet door zou kunnen gaan - en dat snel duidelijk wordt hoe het vervolgtraject er uitziet. In het geval dat plaatsing bij de Fjord niet door zou gaan, verwacht de kinderrechter dat de GI op zo kort mogelijke termijn met alternatieven komt. Ook acht de kinderrechter het van belang dat de communicatie met de ouders wordt verbeterd en dat zij goed worden geïnformeerd. Een vaste jeugdbeschermer is dan ook hard nodig.
5.3.
De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlenen voor de duur van een jaar. Ook zal de kinderrechter de machtiging uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengen voor de duur van zes maanden.
5.4.
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
stelt [voornaam minderjarige] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond met ingang van 31 maart 2026 tot 31 maart 2027;
6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 31 september 2026;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2026 door mr. A. Verweij, kinderrechter, in aanwezigheid van A.L.I. Janssens als griffier, en op schrift gesteld op 14 april 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.