Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:4324

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
14 april 2026
Publicatiedatum
13 april 2026
Zaaknummer
ROT 26/2292
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inschrijving basisregistratie personen

Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Krimpen aan den IJssel om zijn inschrijving in de basisregistratie personen (brp) op het opgegeven adres te weigeren. Het college voerde een uitgebreid adresonderzoek uit waarbij verzoeker slechts één keer werd aangetroffen tijdens 35 controlemomenten.

Verzoeker erkende dat hij in het verleden ingeschreven stond terwijl hij niet op het adres woonde, maar stelde dat hij sinds 20 december 2025 elke nacht op het adres verbleef. Hij voerde aan een afwijkende levensstijl te hebben en overhandigde een logboek en verklaringen van buren en een vriend. Het college vond echter dat de woning grotendeels was ingericht met opgeslagen goederen en weinig gebruikssporen vertoonde.

De voorzieningenrechter concludeerde dat er te veel vraagtekens zijn, met name door de vijf momenten waarop verzoeker volgens eigen logboek thuis zou zijn maar niet werd aangetroffen, en het ontbreken van voetstappen in de sneeuw. De belangenafweging viel daarom niet in het voordeel van verzoeker uit. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen, waarbij de rechter ook adviezen gaf over het verbeteren van de bewijsvoering door aanwezigheid tijdens controlemomenten en het verbeteren van de deurbel.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot inschrijving in de basisregistratie personen op het opgegeven adres wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 26/2292

uitspraak van de voorzieningenrechter van 14 april 2026 in de zaak tussen

[verzoeker], uit Rotterdam, verzoeker

(gemachtigde: [naam 1]),
en

het college van burgemeester en wethouders van Krimpen aan den IJssel

(gemachtigde: [naam 2]).

Samenvatting

Het college heeft geweigerd om verzoeker in te schrijven in de basisregistratie personen (brp) op het door hem opgegeven adres. Het college heeft adresonderzoek gedaan en van de 35 controlemomenten is verzoeker maar 1 keer bij zijn woning aangetroffen.
De voorzieningenrechter sluit niet uit dat verzoeker er een andere levensstijl op nahoudt, waarbij hij veel van huis is en zijn woning alleen als overnachtingsplek gebruikt.
De voorzieningenrechter vindt dat er op dit moment nog te veel vraagtekens zijn om de belangenafweging in het voordeel van verzoeker te laten uitvallen. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.

Procesverloop

1. Verzoeker heeft aangifte gedaan voor een adreswijziging in de brp. Het college heeft met het besluit van 26 februari 2026 besloten om deze aangifte niet te verwerken in de brp. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 31 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, de gemachtigde van het college en [naam 3] (namens het college).

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Wat is er gebeurd?
3. Verzoeker is eigenaar van de woning aan het [adres 1] (het adres). Het college heeft in het verleden meerdere adresonderzoeken verricht om te kijken of verzoeker wel op dit adres woont. Dit heeft ertoe geleid dat verzoeker meerdere keren uitgeschreven is geweest van dit adres. Het college heeft verzoeker voor het laatst uitgeschreven per 9 juni 2025. Verzoeker heeft hierover een spoedprocedure gevoerd bij de voorzieningenrechter van deze rechtbank, waarbij hij in het ongelijk is gesteld. [1] Verzoeker heeft op 24 december 2025 aangifte gedaan van verhuizing naar het adres per 20 december 2025.

Waar gaat het in deze zaak om?

4. Het college heeft besloten om verzoekers aangifte niet te verwerken in de brp. Volgens het college blijkt uit onderzoek dat verzoeker niet woont op het door hem opgegeven adres. Verzoeker is het niet eens met dit besluit. Hij wil met het verzoek om een voorlopige voorziening bereiken dat hij voorlopig wordt ingeschreven op het adres.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af
5. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
6. In de brp worden persoonsgegevens van (onder meer) inwoners van Nederland bijgehouden. Er zijn instanties in Nederland die deze gegevens kunnen raadplegen.
Daarom is het belangrijk dat de gegevens in de brp betrouwbaar zijn. De gebruikers van deze gegevens moeten er namelijk op kunnen vertrouwen dat de gegevens in de brp juist zijn.
7. Verzoeker heeft tijdens de zitting erkend dat hij in het verleden ingeschreven heeft gestaan op het door hem opgegeven adres, terwijl hij daar op dat moment niet woonde. Volgens verzoeker heeft hij op aanraden van zijn gemachtigde sinds 20 december 2025 elke nacht op het adres overnacht. Verzoeker voert aan dat hij er geen doorsnee leven op nahoudt. Hij vertrekt ’s ochtends vroeg van huis en keert vaak pas ’s avonds laat terug.
Hij heeft een logboek bijgehouden van de tijdstippen waarop hij vertrekt en thuiskomt. Daarnaast leeft hij volgens eigen zeggen primitief, waardoor zijn woonsituatie niet vergelijkbaar is met een gemiddelde persoon. Zo doet zijn deurbel het niet, eet hij buiten de deur en laat hij niet-relevante poststukken (reclame) in zijn brievenbus liggen.
8. Het college heeft naar aanleiding van verzoekers aangifte adresonderzoek gedaan in de periode van 30 december 2025 tot en met 31 januari 2026. In deze periode zijn er 35 controlemomenten geweest bij verzoekers woning, op verschillende dagen en tijdstippen, waarbij verzoeker alleen op donderdag 22 januari 2026 om 08:47 uur buiten bij zijn woning is aangetroffen. Op die dag heeft verzoeker vervolgens toestemming gegeven om de woning te bekijken, maar niet om alle ruimtes in de woning te betreden. Volgens het college was de woning grotendeels ingericht met opgeslagen goederen, waren meerdere getoonde ruimtes niet of nauwelijks ingericht als reguliere leefruimtes, waren er beperkte gebruikssporen zichtbaar en waren de koelkast en wasmachine niet aangesloten.
9. Het college heeft verder de controlemomenten vergeleken met verzoekers logboek. Uit die vergelijking komt naar voren dat er op 5 momenten een controlemoment is geweest waarbij verzoeker volgens eigen zeggen thuis zou zijn geweest. [2] Verzoeker is op die momenten echter niet aangetroffen. Verzoeker verwijt het college dat er op die momenten geen telefonisch contact met hem is opgenomen. Volgens verzoeker doet zijn deurbel het niet en hoort hij het niet als er (hard) wordt geklopt, omdat hij slechthorend is, het een groot huis is en hij aan de achterkant van de woning slaapt. Verzoeker heeft echter in zijn aangifte van adreswijziging aan het college gevraagd om bij een adrescontrole aan te kloppen en/of te bellen. Het college mocht er daarom van uitgaan dat het aankloppen zou volstaan en heeft geen aanleiding hoeven zien om verzoeker (ook) te bellen.
10. Daarnaast blijkt dat het college ook bij verzoekers woning langs is geweest op verschillende dagen waarop er sneeuw lag. [3] Volgens het college zijn er op die momenten geen (nieuwe) voetstappen in de sneeuw aangetroffen. Deze waarneming wordt ondersteund door een verklaring van de buren, die op 7 januari 2026 verklaren dat ze verzoeker voor het laatst in december 2025 hebben gezien en in 2026 nog niet.
Verzoeker heeft aangevoerd dat deze waarnemingen van het college niet juist zijn.
Volgens verzoeker heeft hij fotobewijs dat hij op 8 januari 2026 door de sneeuw bij zijn woning heeft gelopen. De waarnemingen van het college over voetstappen in de sneeuw hebben echter betrekking op de periode van 3 januari tot en met 7 januari 2026.
Op 8 januari 2026 zijn er twee controlemomenten geweest, maar daarbij wordt niets gezegd over eventuele voetstappen in de sneeuw. Bovendien tonen voetstappen in de sneeuw alleen maar aan dat er iemand bij de woning is geweest en niet of verzoeker daar ook heeft overnacht.
11.1.
Verzoeker heeft met bewijsstukken proberen te onderbouwen dat hij op het adres woonachtig is. Zo heeft hij verklaringen overgelegd van buren, een vriend en zijn gemachtigde over zijn verblijf in de woning. Daarnaast heeft hij een contract met Eneco en een kassabon van de KPN overgelegd met betrekking tot de aansluiting van een televisie. Een energiecontract en een aansluiting van een televisie zeggen niets over het daadwerkelijke verblijf van verzoeker
inde woning. Ditzelfde geldt voor de verklaring van verzoekers gemachtigde over het ophalen en afzetten van verzoeker
bijde woning.
11.2.
Verzoeker heeft een verklaring overgelegd van een buurman ([adres 2]), waarin staat dat hij verzoeker iedere avond ziet thuiskomen en iedere ochtend ziet vertrekken. Deze buurman heeft de indruk dat verzoeker dagelijks aanwezig is in zijn woning.
Daarnaast heeft verzoeker een verklaring overgelegd van een buurman ([adres 3]), waarin staat dat hij sinds eind december 2025 regelmatig waarneemt dat verzoeker ’s avonds naar zijn woning rijdt en zijn auto vaak in de ochtend voor de deur heeft gezien. Deze buurman trekt hieruit de conclusie dat verzoeker op het adres woont.
12. De voorzieningenrechter moet in het kader van dit verzoek om een voorlopige voorziening een belangenafweging maken. Aan de ene kant is er het belang van de betrouwbaarheid van de brp en aan de andere kant is er het belang van verzoeker bij inschrijving in de brp. De voorzieningenrechter vindt dat er op dit moment nog te veel vraagtekens zijn om de belangenafweging in het voordeel van verzoeker te laten uitvallen. Het gaat dan met name om de 5 controlemomenten waarbij verzoeker thuis zou zijn en hij niet in de woning is aangetroffen, en het ontbreken van voetstappen in de sneeuw begin januari 2026.
13. De voorzieningenrechter sluit echter niet uit dat verzoeker er een andere levensstijl op nahoudt, waarbij hij veel van huis is en zijn woning alleen als overnachtingsplek gebruikt. Het college zal dit tijdens de bezwaarprocedure als mogelijkheid in ogenschouw moeten nemen. Daarnaast is het verzoeker aan te raden om te zorgen voor een werkende deurbel, eventueel met een (licht)voorziening voor dove of slechthorende mensen.
De voorzieningenrechter begrijpt dat verzoeker liever heeft dat het college hem belt als ze voor de deur staan, maar dit maakt het adresonderzoek minder effectief. Verzoeker zou bijvoorbeeld zijn logboek dan zó kunnen aanpassen dat het in overeenstemming is met de controlemomenten van het college. De beste manier voor verzoeker om aan te tonen dat hij woonachtig is op het adres, is door in de woning aanwezig te zijn tijdens een controlemoment van het college. Daarbij kan onderdeel van de controle zijn een bezichtiging van de keuken (met bijvoorbeeld een werkende en gevulde koelkast en eventuele vuile vaat) en de badkamer (met bijvoorbeeld douchespullen en in gebruik zijnde tandenborstel) in de woning.

Conclusie en gevolgen

14. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat het college verzoeker vooralsnog niet hoeft in te schrijven op het adres. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. Rutten, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van E.C. Petrusma, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 14 april 2026.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Zie de uitspraak van de voorzieningenrechter van 17 september 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:11016.
2.Dinsdag 20 januari 2026 om 22:15 uur, donderdag 22 januari 2026 om 21:10 uur, vrijdag 23 januari 2026 om 21:10 uur, zaterdag 24 januari 2026 om 22:00 uur en maandag 26 januari 2026 om 21:30 uur.
3.Zaterdag 3 januari 2026 om 13:30 uur, maandag 5 januari 2026 om 09:00 uur, dinsdag 6 januari 2026 om 11:24 uur, woensdag 7 januari 2026 om 13:55 uur en woensdag 7 januari 2026 om 21:30 uur.