Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Krimpen aan den IJssel om zijn inschrijving in de basisregistratie personen (brp) op het opgegeven adres te weigeren. Het college voerde een uitgebreid adresonderzoek uit waarbij verzoeker slechts één keer werd aangetroffen tijdens 35 controlemomenten.
Verzoeker erkende dat hij in het verleden ingeschreven stond terwijl hij niet op het adres woonde, maar stelde dat hij sinds 20 december 2025 elke nacht op het adres verbleef. Hij voerde aan een afwijkende levensstijl te hebben en overhandigde een logboek en verklaringen van buren en een vriend. Het college vond echter dat de woning grotendeels was ingericht met opgeslagen goederen en weinig gebruikssporen vertoonde.
De voorzieningenrechter concludeerde dat er te veel vraagtekens zijn, met name door de vijf momenten waarop verzoeker volgens eigen logboek thuis zou zijn maar niet werd aangetroffen, en het ontbreken van voetstappen in de sneeuw. De belangenafweging viel daarom niet in het voordeel van verzoeker uit. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen, waarbij de rechter ook adviezen gaf over het verbeteren van de bewijsvoering door aanwezigheid tijdens controlemomenten en het verbeteren van de deurbel.