De rechtbank Rotterdam heeft op 8 april 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen de verdachte die op 3 december 2025 te Hendrik-Ido-Ambacht twee vuurwapens, bijbehorende munitie en een aanzienlijke hoeveelheid zwaar professioneel vuurwerk in een container op een opslagterrein had voorhanden. De feiten zijn bewezen verklaard op basis van de bekentenis van de verdachte en diverse proces-verbalen van politieonderzoek.
De verdachte verklaarde de vuurwapens tijdens de coronatijd te hebben aangeschaft ter zelfverdediging en was vergeten dat deze in de container lagen. De rechtbank acht dit echter onwaarschijnlijk, mede gezien de combinatie met het illegale vuurwerk. Het bezit van vuurwapens en zwaar vuurwerk brengt een groot risico voor de maatschappelijke veiligheid met zich mee, vooral omdat het vuurwerk niet veilig was opgeslagen.
De rechtbank heeft de ernst van de feiten zwaar meegewogen en ondanks de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder het feit dat hij geen strafblad heeft en kostwinner is, is besloten tot een gevangenisstraf van acht maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De tijd die de verdachte in verzekering heeft doorgebracht wordt in mindering gebracht op de straf.