Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
einduitspraak van de meervoudige kamer van 14 april 2026 in de zaken tussen
[eiseres 1] (voorheen: [eiseres 1] ), gevestigd in [plaats] , eiseres 1,
[eiseres 2], gevestigd in [plaats] , eiseres 2,
Stichting Autoriteit Financiële Markten, de AFM
Procesverloop
- namens eiseressen: hun gemachtigden samen met [persoon 1] , [persoon 2] en drie toehoorders;
- namens de AFM: haar gemachtigden samen met twee toehoorders.
Overwegingen
hard exit-moment hoefde uit te gaan en dat de AFM hierover in de bestuursrechtelijke procedure een pleitbaar standpunt heeft ingenomen. Verder gaat het de AFM erom dat zij in het last- en publicatiebesluit het subsidiaire standpunt heeft ingenomen dat, ook als van participaties moet worden uitgegaan, de actuele waardering van de [buitenlandse] belangen onvoldoende is onderbouwd en investeerders door eiseres 1 zijn misleid.
“Dit betekent dat de in het last- en publicatiebesluit vastgestelde overtredingen, voor zover die zijn gebaseerd op de kwalificatie van de [buitenlandse] belangen als deelnemingen in plaats van participaties, geen stand kunnen houden.”.Dat betekent dat de rechtbank geen oordeel heeft gegeven over het subsidiaire standpunt van de AFM dat ook sprake zou zijn van overtredingen als de [buitenlandse] belangen als participaties zouden worden gekwalificeerd. Het is aan de AFM om in het kader van de bestuurlijke heroverweging – uitgaande van de juistheid van de kwalificatie van de [buitenlandse] belangen als participaties – te beoordelen of sprake is van overtredingen en in hoeverre het opleggen van een last en de (ongewijzigde) publicatie daarvan nog opportuun is.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart de beroepen van eiseressen gegrond;
- vernietigt de bestreden besluiten;
- draagt de AFM op in zaak ROT 24/3270 een nieuw besluit op het bezwaar te nemen en in zaak ROT 25/7226 een nieuw besluit op het verwijderingsverzoek te nemen met inachtneming van deze uitspraak en de tussenuitspraak;
- draagt de AFM op het gezamenlijk door eiseressen betaalde griffierecht van € 371,- (in zaak ROT 24/3270) en van € 385,- (in zaak ROT 25/7226) aan hen te vergoeden;
- veroordeelt de AFM in de proceskosten van eiseressen tot een bedrag van € 3.935,-.
mr. A. Douwes, leden, in aanwezigheid van mr.P.F.H.M. Terstegge, griffier.