Partijen, die gezamenlijk het ouderlijk gezag hebben over twee minderjarigen, zijn na het beëindigen van hun relatie in een geschil geraakt over de voorlopige hoofdverblijfplaats en schoolinschrijving van hun dochter [voornaam minderjarige 1]. De vrouw vordert onder meer vervangende toestemming voor het aanvragen van een paspoort en de inschrijving van de dochter op een middelbare school nabij haar woonplaats, terwijl de man de toevertrouwing aan hem wenst en een andere schoolinschrijving nastreeft.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de dochter behoefte heeft aan rust na meerdere woonplaatswisselingen en dat het niet wenselijk is haar terug te laten keren naar de man. Daarom wordt de voorlopige hoofdverblijfplaats bij de vrouw vastgesteld. De vordering tot vervangende toestemming voor schoolinschrijving wordt afgewezen wegens het ontbreken van een juridische grondslag, maar de huidige inschrijving blijft gehandhaafd. De vrouw krijgt het paspoort van de dochter toegewezen.
Daarnaast wordt een voorlopige zorgregeling vastgesteld waarbij de dochter vier weekenden per maand bij de man verblijft, met een uitbreiding vanaf het vijfde weekend. De man wordt verplicht het paspoort af te geven en partijen dragen ieder hun eigen proceskosten. De vorderingen van de man tot wijziging van de hoofdverblijfplaats en schoolinschrijving worden afgewezen.