Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:4259

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
25 maart 2026
Publicatiedatum
13 april 2026
Zaaknummer
C/10/715165 / JE RK 26-332
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling ter bevordering contactregeling tussen kinderen en vader

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen tot 3 april 2027. De kinderen wonen bij hun moeder, die samen met de vader het ouderlijk gezag heeft. De verlenging is nodig om de omgangsregeling tussen de kinderen en de vader verder te ontwikkelen, waarbij begeleide contactmomenten via een omgangshuis en de GI zijn georganiseerd.

De moeder uitte zorgen over het effect van het contact met de vader op de kinderen, verwijzend naar intimidatie en gedragsproblemen in het verleden. Zij stemde in met verlenging, maar vond een termijn van zes maanden passend. De vader ervaart de contactmomenten positief en wil het contact uitbreiden, waarbij hij ook zijn familie wil betrekken.

De kinderrechter oordeelde dat de wettelijke criteria voor verlenging zijn vervuld, gezien de bedreiging van de ontwikkeling van de kinderen en het gebrek aan constructieve communicatie tussen ouders. De GI moet het contactherstel en de uitbreiding daarvan zorgvuldig begeleiden, rekening houdend met het vertrouwen van de moeder. De rechter verlengde de ondertoezichtstelling voor een jaar en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige kinderen wordt verlengd voor de duur van een jaar en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/715165 / JE RK 26-332
Datum uitspraak: 25 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
hierna te noemen: de GI, gevestigd te Rotterdam,
over
[minderjarige 1],
geboren op [geboortedatum 1] 2014 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 1] ,
[minderjarige 2],
geboren op [geboortedatum 2] 2016 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. R.W. de Gruijl, kantoorhoudende te Rotterdam
[naam vader],
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats 2] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 18 februari 2026, bij de rechtbank binnengekomen op diezelfde datum;
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 25 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • de moeder met haar advocaat;
  • de vader;
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] .
1.3.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] hebben hierover een brief gestuurd. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] .
2.2.
[voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] wonen bij hun moeder.
2.3.
Bij beschikking van 11 maart 2025 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verlengd tot 3 april 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De GI handhaaft het verzoek en licht dit als volgt toe. Een verlenging van de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] is nodig om de omgangsregeling tussen de kinderen en de vader verder vorm te geven. De GI is hiermee in 2025 gestart. Het Rotterdamse omgangshuis is ingezet en er hebben acht tot negen contactmomenten plaatsgevonden. De kinderen hebben hier positief op gereageerd. Ook het omgangshuis is positief over het contact tussen de kinderen en de vader. Vervolgens zijn begeleide contactmomenten op de locatie van de GI georganiseerd, zodat de moeder en de vader niet direct met elkaar in contact hoefden te komen. Dit betrof in totaal vijf contactmomenten, waarop de kinderen eveneens positief reageerden. De moeder heeft echter aangegeven dat zij een negatief effect bij de kinderen zag na de contactmomenten met de vader en dat de GI hier beter op moet letten. De GI heeft getracht met de moeder in gesprek te gaan over haar zorgen, maar dit is niet gelukt. De moeder heeft een klacht ingediend tegen de vaste jeugdbeschermer, waarna een klachtprocedure heeft plaatsgevonden. Om die reden wordt een nieuwe vaste jeugdbeschermer aan de zaak toegewezen. De zorgen van de moeder zijn inmiddels met de nieuwe jeugdbeschermer besproken. De GI hoopt dat het contact met de moeder hiermee kan worden hersteld. Het is van belang dat een nieuw plan wordt opgesteld om de contactmomenten tussen de kinderen en de vader verder uit te breiden. Daarbij dient rekening te worden gehouden met het feit dat de ouders momenteel niet in staat zijn op constructieve wijze met elkaar te communiceren. Uiteindelijk is het echter in het belang van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] dat de ouders wel tot communicatie met elkaar komen.
4.2.
Door en namens de moeder wordt ingestemd met het verzoek en het volgende naar voren gebracht. De moeder heeft zorgen over de contactmomenten tussen de kinderen en de vader. De vader heeft de kinderen in het verleden geïntimideerd en gekleineerd en dit heeft een negatief effect gehad op hun ontwikkeling. De moeder wil niet dat de vader in dit gedrag terugvalt. [voornaam minderjarige 2] heeft in het verleden gedragsproblemen gehad en de moeder wil voorkomen dat dit opnieuw gebeurt. Daarnaast hebben er contactmomenten plaatsgevonden bij de vader thuis, zonder dat de moeder hiervan op de hoogte was. De GI heeft naar aanleiding van de geuite zorgen volgens de moeder geen vervolgstappen ondernomen. De zorgen van de moeder worden ook ondersteund door het omgangshuis. In het verslag van het omgangshuis staat namelijk dat er sprake is van een onderbuikgevoel dat de vader niet zijn ware aard heeft laten zien. Volgens de moeder heeft de GI ook hier niets mee gedaan en zijn de contactmomenten sindsdien juist verder uitgebreid. Verder vindt de moeder het zorgelijk dat er nog geen hulpverlening is ingezet voor de kinderen en ook niet voor haarzelf. De moeder erkent dat het in het belang van de kinderen is dat zij op een onbelaste manier contact hebben met de vader. Om die reden staat zij open voor hulpverlening en stemt zij in met een verlenging van de ondertoezichtstelling. De termijn van een jaar is echter te lang, omdat zij overal aan meewerkt. Hierdoor zou de ondertoezichtstelling ook kunnen worden verlengd voor de duur van zes maanden. De moeder staat niet open voor scheidingshulpverlening. Volgens haar is er in het verleden te veel gebeurd tussen haar en de vader, waardoor herstel van contact niet meer mogelijk is.
4.3.
De vader stemt in met het verzoek en brengt het volgende naar voren. De vader heeft de contactmomenten met de kinderen als positief ervaren. Hij wil dat deze verder worden uitgebreid en begrijpt niet waarom het contact op dit moment stilligt. De zorgen van de moeder zijn slechts gebaseerd op onderbuikgevoelens en niet op feiten. In de periode van 2023 tot 2025 heeft er geen contact plaatsgevonden tussen de vader en de kinderen en hij wil voorkomen dat dit opnieuw gebeurt. De vader heeft inmiddels een nieuw gezin en wil graag dat de kinderen weer in contact komen met zijn familie, zoals de oma (vaderszijde), neefjes en nichtjes.

5.De beoordeling

5.1.
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat nog steeds wordt voldaan aan de wettelijke criteria genoemd in artikel 1:255 van Pro het Burgerlijk Wetboek.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] nog steeds ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. Het lukt de ouders tot op heden niet om op constructieve wijze met elkaar te communiceren. Het is niet in het belang van de kinderen dat zij het gevoel hebben klem te zitten tussen hun ouders. De kinderen hebben momenteel (opnieuw) geen contact met de vader. Het is belangrijk dat de moeder weer in contact treedt met de GI en vertrouwen krijgt in de samenwerking met de GI, openstaat voor hulpverlening, ook bij haar thuis, en wil meewerken aan een herstel van het contact van de kinderen met de vader. Het is aan de GI om te bepalen in welk tempo en in welke vorm het contactherstel en vervolgens de uitbreiding hiervan kan plaatsvinden. Het belang van de kinderen staat daarbij voorop. Voor een succesvol structureel een regulier contact van de kinderen met de vader zal de GI daarbij ook belang moeten hechten aan het gebrek van vertrouwen van de moeder in de vader. Daaraan zal eerst moeten worden gewerkt, waarna er afspraken tussen en met de ouders kunnen worden gemaakt. De GI dient daarom niet alleen zicht te krijgen op de thuissituatie bij de moeder maar ook bij de vader. Naast het voorgaande is het ook noodzakelijk dat beide ouders zich voor scheidingshulpverlening openstellen, zodat de ouders gezamenlijk beslissingen kunnen nemen over de kinderen en uiteindelijk zelf de contactmomenten van de kinderen met de vader kunnen vormgeven. Het is tevens van belang dat de vader zich inzet in het belang van de kinderen. Zo heeft de vader toestemming geweigerd om de kinderen op kamp en naar een weekendschool te laten gaan, waarbij het de kinderrechter voorkomt dat de vader hiermee eerder handelt zijn eigen belang dan in het belang van de kinderen. Gelet op het voorgaande acht de kinderrechter een termijn van zes maanden te kort, nu er nog veel moet gebeuren. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] daarom voor de duur van een jaar.
5.3.
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] tot 3 april 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026 door mr. A. Verweij, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R. van der Zeeuw als griffier, en op schrift gesteld op 7 april 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.