ECLI:NL:RBROT:2026:4243
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering permanente ontheffing arbeidsverplichtingen Participatiewet
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam om hem geen permanente ontheffing van de arbeidsverplichtingen te verlenen op grond van artikel 9, vijfde lid, van de Participatiewet. Het college had eerder een tijdelijke ontheffing verleend en deze verlengd, maar weigerde een permanente ontheffing omdat eiser geen begin van bewijs had geleverd voor volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank overweegt dat eiser onvoldoende medische stukken heeft overgelegd die zijn stelling ondersteunen. De enkele bewering van ernstige medische beperkingen is onvoldoende om het college te verplichten een verzekeringsgeneeskundig onderzoek te laten uitvoeren. Ook factoren als taalbarrière en leeftijd zijn geen medische arbeidsongeschiktheidscriteria.
De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep dat een betrokkene die ontheffing wenst, een begin van bewijs moet leveren. Nu eiser dit niet heeft gedaan, is het beroep ongegrond verklaard. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
De uitspraak is gedaan door rechter D. Haan op 16 april 2026. Partijen is gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van begin van bewijs voor volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid.