Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:4230

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
6 maart 2026
Publicatiedatum
10 april 2026
Zaaknummer
11933311 CV EXPL 25-22513
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 556 RvArt. 6:52 BWArt. 6:96 BWArt. 237 RvArt. 6:29 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing eis tot afsluiting gasaansluiting wegens ontbreken contract en betaling

Stedin Netbeheer B.V. vordert dat zij de gasaansluiting in de woning van de gedaagde mag afsluiten omdat er gas wordt verbruikt zonder dat er een contract met een energieleverancier is gesloten. Stedin heeft meerdere pogingen gedaan om contact te leggen en de gedaagde te bewegen een contract af te sluiten, maar zonder resultaat.

De gedaagde voert aan dat haar woning aardgasvrij is gemaakt en dat zij daarom geen contract kon afsluiten, maar deze stelling wordt niet ondersteund door de overgelegde stukken. De kantonrechter gaat ervan uit dat er nog een werkende gasaansluiting is en dat de gedaagde geen bezwaar heeft tegen afsluiting.

De kantonrechter wijst vrijwel alle vorderingen van Stedin toe, waaronder het recht om de gasaansluiting af te sluiten, de verplichting voor de gedaagde om de woning tijdelijk te ontruimen indien nodig, en de betaling van afsluitkosten, buitengerechtelijke kosten en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Stedin krijgt toestemming om de gasaansluiting af te sluiten en de gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van kosten en medewerking.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11933311 CV EXPL 25-22513
datum uitspraak: 6 maart 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Stedin Netbeheer B.V.,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: [naam] MSc, Syncasso Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: Rotterdam,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Stedin’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 8 oktober 2025, met bijlagen;
  • het antwoord, met bijlagen;
  • de repliek, tevens vermindering van eis, met bijlagen;
  • de dupliek.

2.De beoordeling

Eis Stedin
2.1.
Stedin verzorgt het transport van gas. Stedin heeft onderbouwd met stukken gesteld dat in de woning van [gedaagde] een gasaansluiting is, die in bedrijf is. Er bevindt zich een slimme meter die meet dat in de woning gas wordt verbruikt, omdat de meterstand oploopt. Volgens Stedin heeft [gedaagde] hiervoor geen contract met een energieleverancier, waardoor zij gas kan gebruiken zonder ervoor te betalen. Stedin wil daarom de gastoevoer afsluiten. Om dit te doen wil Stedin in de woning van [gedaagde] werkzaamheden uitvoeren. Stedin en haar gemachtigde hebben veelvuldig brieven verzonden hebben naar het adres van [gedaagde], waarin onder meer is meegedeeld dat een gascontract moet worden gesloten en dat bij uitblijven daarvan de aansluiting moet worden afgesloten. Gewezen is op de mogelijkheid van schuldhulpverlening. Ook zijn er huisbezoeken geweest om te proberen hierover met [gedaagde] in contact te komen, waarbij steeds bericht is achtergelaten. Nergens blijkt uit dat [gedaagde] hierop heeft gereageerd. Stedin eist nu dat de kantonrechter dit mogelijk maakt en dat [gedaagde] de kosten betaalt.
Reactie [gedaagde]
2.2.
betwist de eis. Zij voert aan van haar verhuurder Woonstad te hebben vernomen dat haar woning aardgasvrij gemaakt is en dat zij om die reden geen mogelijkheid had om met Eneco een contract te sluiten voor de levering van gas. Haar verweer vindt echter geen steun in de stukken die [gedaagde] heeft overgelegd.
2.2.1.
In de door [gedaagde] overgelegde e-mail van Woonstad van 26 september 2025 staat dat sommige bewoners een brief ontvangen hebben van Stedin waarin staat dat er geen gascontract is op hun adres, wat klopt omdat de woning gasvrij gemaakt is door Stedin in opdracht van Woonstad. In de e-mail staat echter niet dat de woning van [gedaagde] gasvrij gemaakt is oftewel geen gasaansluiting meer heeft. Woonstad heeft slechts te kennen gegeven hoe [gedaagde] dit kan uitzoeken. Hieruit blijkt dus niet dat de woning van [gedaagde] aardgasvrij is.
2.2.2.
[gedaagde] heeft ook geen bericht overgelegd van Eneco waaruit blijkt dat haar is meegedeeld dat het niet mogelijk is om met Eneco een contract te sluiten voor de levering van gas, omdat de woning geen gasaansluiting meer zou hebben.
Wel een gasaansluiting
2.3.
Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat [gedaagde] het gestelde door Stedin onvoldoende gemotiveerd weersproken heeft. Daarom wordt ervan uitgegaan dat er nog steeds een werkende gasaansluiting is in haar woning. Uit het verweer volgt dat [gedaagde] geen gebruik wenst te maken van de gasaansluiting, zodat de kantonrechter er vanuit gaat dat er geen bezwaar is om de gasaansluiting af te sluiten. Daarom wordt als volgt beslist.
Bijna alle eisen worden toegewezen
2.4.
Het grootste deel van de eisen wordt toegewezen. Bepaald wordt dat Stedin de gasaansluiting in de woning mag afsluiten. Daarbij geldt het volgende.
Stedin mag niet zelf ontruimen
2.5.
Als het voor het uitvoeren van de werkzaamheden nodig is om (een deel van) de woning te ontruimen, moet [gedaagde] dat doen zo lang de werkzaamheden duren. Als [gedaagde] niet zelf ontruimt, kan Stedin hiervoor een deurwaarder inschakelen [1] . Stedin mag dit niet zelf doen.
Afsluitkosten
2.6.
[gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van € 172,07 aan afsluitkosten als Stedin de werkzaamheden uitvoert. Mocht dan blijken dat de gasaansluiting al was verwijderd, zodat de woning - in weerwil van wat hierboven is vastgesteld - toch gasvrij was, dan hoeft het bedrag uiteraard niet te worden betaald.
Onbetaalde afsluitkosten zijn geen reden om de energietoevoer afgesloten te laten
2.7.
Als alleen de afsluitkosten nog openstaan is het niet redelijk om de energietoevoer afgesloten te laten [2] . Dit deel van de eis wordt daarom afgewezen.
Buitengerechtelijke kosten
2.8.
Omdat [gedaagde] voorafgaand aan de procedure niet heeft gereageerd op de contactpogingen van Stedin en niet meewerkte aan verwijdering, heeft de gemachtigde van Stedin werkzaamheden moeten verrichten. De incassokosten van € 75,- worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen [3] .
Proceskosten
2.9.
[gedaagde] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen [4] . De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van Stedin op € 120,78 aan dagvaardingskosten, € 135,- aan griffierecht, € 80,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 40,-) en € 20,- aan nakosten. Dat is in totaal € 355,78. Hier kan nog een bedrag bijkomen als dit vonnis wordt betekend.
Betalingsregeling
2.10.
De kantonrechter kan geen betalingsregeling vaststellen in dit vonnis. Daarvoor moet Stedin namelijk toestemming geven en dat heeft Stedin niet gedaan [5] . [gedaagde] kan wel contact opnemen met de gemachtigde van Stedin om te vragen of Stedin alsnog een betalingsregeling wil afspreken.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.11.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard [6] , omdat Stedin dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt. Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
bepaalt dat Stedin het recht heeft om in de woning op het adres [adres] de gasaansluiting met EAN-code [nummer 1] af te sluiten en de energiemeter met nummer [nummer 2] mee te nemen, als zij dit drie dagen van tevoren aankondigt;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om toe te staan dat Stedin de werkzaamheden uitvoert die in 3.1 zijn genoemd;
3.3.
veroordeelt [gedaagde] om de woning op het adres [adres] tijdelijk en gedeeltelijk te ontruimen, als dat nodig is voor het uitvoeren van de werkzaamheden die in 3.1 zijn genoemd;
3.4.
veroordeelt [gedaagde] om € 172,07 aan Stedin te betalen als Stedin de werkzaamheden uitvoert die in 3.1 zijn genoemd;
3.5.
veroordeelt [gedaagde] om € 75,- aan buitengerechtelijke kosten aan Stedin te betalen;
3.6.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Stedin worden begroot op € 355,78;
3.7.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.8.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. F.A. Hut en in het openbaar uitgesproken.
465

Voetnoten

1.Artikel 556 Rv Pro
2.Artikel 6:52 BW Pro
3.Artikel 6:96 BW Pro
4.Artikel 237 Rv Pro
5.Artikel 6:29 BW Pro
6.Artikel 233 Rv Pro