Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:4206

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
17 maart 2026
Publicatiedatum
10 april 2026
Zaaknummer
C/10/715040 / JE RK 26-315 en C/10/715659 / JE RK 26-402
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BWArt. 6.1.2 Jw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging gesloten jeugdhulp voor minderjarige

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond om de ondertoezichtstelling van een minderjarige te verlengen en een machtiging te verlenen voor gesloten jeugdhulp. De minderjarige verblijft op een gesloten groep en heeft recent een positieve ontwikkeling doorgemaakt dankzij EMDR-therapie, maar er vinden nog incidenten plaats en het toekomstperspectief is onduidelijk.

De vader stemt in met de verlenging en machtiging, wenst contactherstel met de minderjarige, terwijl de moeder niet aanwezig was. De minderjarige zelf toont positieve ontwikkeling en kan zijn wensen beter uiten. De kinderrechter weegt het belang van de minderjarige en concludeert dat verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk is en dat gesloten jeugdhulp passend is vanwege ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen.

De machtiging voor gesloten jeugdhulp wordt verleend voor drie maanden, met het oog op verdere ontwikkeling en het streven naar een open groep. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en er is mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden na uitspraak. De kinderrechter benadrukt het belang van contact en verdere behandeling in het belang van de minderjarige.

Uitkomst: De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling voor een jaar en verleent een machtiging voor gesloten jeugdhulp voor drie maanden.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummers: C/10/715040 / JE RK 26-315 en C/10/715659 / JE RK 26-402
Datum uitspraak: 17 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp en verlenging ondertoezichtstelling
in de zaken van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2013 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] ,
advocaat: mr. P.H.A. de Boer, kantoorhoudende te Rotterdam.
De kinderrechter merkt in alle zaken als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,
[naam vader],
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats 2] ,
advocaat: mr. R.W. de Gruijl, kantoorhoudende te Rotterdam.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
In de zaak met zaaknummer: C/10/715040 / JE RK 26-315
  • het verzoekschrift van de GI met bijlagen van 16 februari 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum;
  • het gezinsplan van de GI van 12 maart 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum;
  • de instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper van 16 maart 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum;
  • het e-mailbericht van de moeder van 17 maart 2026;
In de zaak met zaaknummer: C/10/715659 / JE RK 26-402
  • het verzoekschrift van de GI met bijlagen van 27 februari 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum;
  • de beschikking van de kinderrechter van 23 januari 2026 (
  • het gezinsplan van de GI van 12 maart 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum;
  • het advies van de Raad voor de Kinderbescherming van 12 maart 2026, binnengekomen bij de rechtbank op 13 maart 2026;
  • de instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper van 16 maart 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum;
  • de brief van [voornaam minderjarige] , ontvangen op 16 maart 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • [voornaam minderjarige] met zijn advocaat;
  • de vader met zijn advocaat;
- een tweetal vertegenwoordigers van de GI, [persoon A] en [persoon B] .
1.3.
De moeder is niet verschenen. De moeder heeft de kinderrechter schriftelijk laten weten niet ter zitting aanwezig te zullen zijn.
1.4.
De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend om bij de zitting aanwezig te zijn aan [persoon C] , de begeleider van [voornaam minderjarige] .
1.5.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover, in het bijzijn van zijn advocaat en zijn begeleider van Bergse Bos, een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
1.6.
Ter zitting heeft de GI aangekondigd mondeling een nader verzoek voor een trajectmachtiging te willen indienen. Een dergelijk verzoek is, wegens strijd met de goede procesorde, verder niet inhoudelijk besproken.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] verblijft op een gesloten groep van Bergse Bos.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 10 maart 2025 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 30 maart 2026.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 23 januari 2026 een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp verleend tot 30 maart 2026.

3.De verzoeken

Ten aanzien van het zaaknummer: C/10/715040 / JE RK 26-315
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Ten aanzien van het zaaknummer: C/10/715659 / JE RK 26-402
3.2.
De GI verzoekt een machtiging te verlenen om [voornaam minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van drie maanden.

4.De standpunten

4.1.
De GI handhaaft de verzoeken ter zitting en licht dit als volgt toe. De afgelopen periode heeft de jeugdbeschermer, gezien de wens van [voornaam minderjarige] , geen contact gehad met [voornaam minderjarige] . De GI heeft contact gehad met de groep en begreep dat [voornaam minderjarige] begin februari de EMDR-therapie heeft afgerond. De jeugdbeschermer heeft gehoord dat [voornaam minderjarige] sindsdien rustiger is geworden. Ondanks de therapie vinden er nog steeds incidenten plaats. De GI verzoekt een gesloten machtiging voor de duur van drie maanden, omdat zij hopen dat [voornaam minderjarige] daarna naar de open groep kan.
4.2.
Door en namens de vader wordt ter zitting ingestemd met een verlenging van de ondertoezichtstelling en het verzoek voor de gesloten machtiging. De vader heeft [voornaam minderjarige] sinds april 2025 alleen nog maar gezien tijdens de zittingen. De vader mist [voornaam minderjarige] enorm en hoopt dat er de komende periode actiever wordt ingezet op contactherstel. Momenteel heeft de vader geen idee wat de bedoeling is van de GI. Daarnaast ziet de vader dat de gesloten machtiging momenteel nog nodig is voor [voornaam minderjarige] . De vader verzet zich tegen een aanvulling van het verzoek van de GI.
4.3.
Door en namens [voornaam minderjarige] wordt ter zitting het volgende naar voren gebracht. Ten opzichte van de vorige zitting heeft [voornaam minderjarige] een positieve ontwikkeling doorgemaakt. Hij kan inmiddels goed onder woorden brengen wat hij vindt. De advocaat kan zich voorstellen dat de GI een trajectmachtiging wenst, maar de moeder moet daar ook wat van kunnen vinden.

5.De beoordeling

Ten aanzien van het zaaknummer: C/10/715040 / JE RK 26-315
5.1.
Op basis van de stukken en de behandeling ter zitting is de kinderrechter van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
[voornaam minderjarige] heeft de afgelopen periode op de groep een positieve ontwikkeling doorgemaakt. Ter zitting is gebleken dat de EMDR-therapie daar een belangrijke rol in heeft gespeeld. Desondanks moet er de komende periode nog veel gebeuren. Er bestaat nog onduidelijkheid over het toekomstperspectief van [voornaam minderjarige] en er vinden nog incidenten plaats. Door een recent incident mag [voornaam minderjarige] momenteel niet meer met het taxivervoer naar school. Het is positief dat de huidige groep actief naar oplossingen zoekt, zodat [voornaam minderjarige] toch naar school kan. [voornaam minderjarige] heeft goed contact met de groepsleiding en heeft een goede band met zijn een-op-een begeleider. De kinderrechter spreekt de hoop uit dat [voornaam minderjarige] toch weer met de jeugdbescherming in contact wil treden, zodat hij duidelijk kan vertellen waar hij tegenaan loopt. De kinderrechter begrijpt dat de vader graag contact wil met [voornaam minderjarige] , maar benadrukt dat dit alles samenhangt met wat in het belang van [voornaam minderjarige] is.
5.3.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] voor de duur van een jaar.
5.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing om de ondertoezichtstelling te verlengen uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
Ten aanzien van het zaaknummer: C/10/715659 / JE RK 26-402
5.5.
De kinderrechter is ook van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [voornaam minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. [2]
5.6.
Iedereen is het er over eens dat de gesloten groep op dit moment het meest passend is voor [voornaam minderjarige] . Hier krijgt [voornaam minderjarige] passende behandeling en begeleiding. Zelf wil hij hier ook graag nog even blijven. [voornaam minderjarige] verblijft momenteel op een groep waar kinderen met een open machtiging of gesloten machtiging kunnen zitten. Als het goed blijft gaan, kan hij steeds meer vrijheden krijgen en kan worden toegewerkt worden naar een volledig open groep. Het is belangrijk dat [voornaam minderjarige] zich blijft ontwikkelen, zodat na deze periode een gesloten plaatsing niet langer nodig is. De kinderrechter spreekt de hoop uit dat het steeds beter met [voornaam minderjarige] blijft gaan en dat de ingeslagen weg wordt voortgezet.
5.7.
Gelet op het voorgaande en op het feit dat ook de gedragswetenschapper in de instemmingsverklaring van 16 maart 2026 te kennen geeft dat de machtiging gesloten jeugdhulp noodzakelijk en passend is, zal de kinderrechter de machtiging om [voornaam minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp verlenen voor de duur van drie maanden.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 30 maart 2027;
6.2.
verleent een machtiging om [voornaam minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 30 maart 2026 tot 30 juni 2026;
6.3.
verklaart de beslissing onder 6.1. uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2026 door mr. W.J. Loorbach, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. Henschen als griffier, en op schrift gesteld op 2 april 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 van Pro het Burgerlijk Wetboek.
2.Artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet (Jw).